vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies rekestnummers: C/09/683924 / FT RK 25/425 en FT RK 25/426 vonnis van 21 mei 2025 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] , hierna: [verzoeker] , tegen Santander Consumer Finance Benelux B.V., vertegenwoordigd door Schuman Finance, gevestigd te Utrecht, hierna: Santander. Waar deze zaak over gaat [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. De rechtbank wijst dit verzoek toe. Zij legt hierna uit waarom zij zo beslist. 1De feiten waar de rechtbank vanuit gaat 1.
- [verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 69.499,71 aan twee schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de [gemeente] heeft hij voor het laatst op 4 maart 2025 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat over een periode van 18 maanden aan de (gewone) schuldeisers een uitkering ineens wordt aangeboden van 17,856%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen. 1.
- Santander is als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan Santander van € 62.048,86, dat is 89,28% van de totale schuldenlast. 1.
- De enige andere schuldeiser, de ex-partner van [verzoeker] , heeft het aanbod aanvaard. 1.
- Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank Santander dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). 2De procedure 2.
- De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 21 mei
- Op deze zitting zijn verschenen: - [verzoeker] , vergezeld door mevrouw [naam 1] , klantbegeleider bij de [gemeente] ; - de heer [naam 2] , schuldhulpverlener bij de [gemeente] . 2.
- Santander is opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen. 3Standpunten van partijen 3.
- [verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat Santander het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan. 3.
- Santander stemt niet in met de aangeboden schuldregeling. Zij heeft aan de schuldhulpverlener kenbaar gemaakt dat volgens haar geen sprake is van een problematische schuldenlast, omdat [verzoeker] slechts twee schuldeisers heeft, met wie hij regelingen kan treffen. Santander heeft twee voorstellen gedaan: ofwel [verzoeker] betaalt zesendertig maanden elke maand een bedrag van € 500,-, ofwel hij betaalt een bedrag ineens van € 15.000,- tegen finale kwijting. Santander heeft niet gereageerd op de oproep van de rechtbank en heeft (dus) geen verweerschrift opgestuurd. 4De beoordeling van de verzoeken 4.
- De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht. Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord 4.
- Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat Santander weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie 4.
- De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de [gemeente] . Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd. De rechtbank moet een belangenafweging maken 4.
- Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat personen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij personen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen van (een groot deel van) hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. 4.
- De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de verzoeker zelf, van de weigerende schuldeiser en van de schuldeiser die wél heeft ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is. [verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan 4.
- Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. Het is gebaseerd op inkomsten uit een AOW-uitkering met een aanvullend pensioen. Het is aannemelijk dat de inkomsten van [verzoeker] niet zodanig zullen stijgen dat hij daarmee meer afloscapaciteit zal krijgen. Deze regeling is in het belang van de andere schuldeiser 4.
- De vordering van Santander bedraagt met 89,28% een aanzienlijk deel van de totale schuldenlast. Dat brengt aan de ene kant mee dat niet snel kan worden geoordeeld dat het onredelijk is dat Santander heeft geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. Tegelijk kent de wet niet een bijzondere positie toe aan schuldeisers die een groot deel van de schuldenlast vertegenwoordigen. De rechtbank kan dus het dwangakkoord ook toewijzen wanneer de weigerende schuldeiser het grootste deel van de schuldenlast vertegenwoordigt. In dit geval is van belang dat de (enige) andere schuldeiser wél met de aangeboden regeling heeft ingestemd. 4.
- Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over. Het aangeboden akkoord wordt op korte termijn aan de schuldeisers overgemaakt, zodat zij het dossier kunnen sluiten. Argumenten van Santander 4.
- Santander heeft volgens de schuldhulpverlener van [verzoeker] kenbaar gemaakt dat [verzoeker] een beter voorstel kan doen en dat andere regelingen mogelijk zijn. Hierop heeft de schuldhulpverlener tijdens het minnelijk traject gereageerd met de uitleg dat wel degelijk sprake is van een problematische schuldenlast. Voor aflossing van de totale schuldenlast met een afloscapaciteit van € 732,31 per maand heeft [verzoeker] acht jaar nodig. De branchevereniging NVVK hanteert als uitgangspunt dat, als een schuldenaar zijn schuldeisers niet meer kan betalen, geprobeerd wordt met de schuldeisers een schuldregeling te treffen die een looptijd van maximaal achttien maanden heeft. De [gemeente] volgt deze richtlijn. Het voorstel van Santander heeft echter een dubbele looptijd. Het alternatief dat Santander heeft voorgesteld, te weten betaling van een bedrag ineens van € 15.000,- is onmogelijk. Santander is niet op de zitting verschenen en zij heeft ook niet op een andere wijze haar standpunt voor haar weigering aan de rechtbank kenbaar gemaakt. Dit staat haar vrij, maar brengt wel mee dat de rechtbank ervan uit moet gaan dat in het kader van de te maken belangenafweging aan haar zijde geen andere belangen zijn betrokken dan het belang dat zij, net als iedere schuldeiser, heeft bij volledige betaling van haar vordering. Daar komt bij dat de schuld aan Santander oud is
(2008)en dat [verzoeker] al gedurende vele jaren hierop middels beslag heeft afgelost. Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde 4.
- Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen. 5De beslissing De rechtbank: - beveelt Santander in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling; - wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met R. Becker, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 mei
- Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.