← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:15524

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-737 Zaaknummer: C/09/679526 Datum beschikking: 12 mei 2025 Hoofdverblijfplaats Beschikking op het op 3 februari 2025 ingekomen verzoekschrift van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.W. van den Hoek in Leiden. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, volgens de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) sinds 11 november 2024 geëmigreerd met onbekend adres buiten Nederland. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift met bijlagen; het bericht van 17 februari 2025 van de vader; het bericht van 25 februari 2025 van de vader, met bijlage. Op 14 april 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De moeder is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen. Op de zitting is door de advocaat van de vader een nader stuk overgelegd. De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Feiten - De vader en de moeder zijn blijkens de Basisregistratie Personen (BRP) gehuwd op [datum 1]

  1. Tussen de vader en de moeder is op [datum 2] 2024 in Syrië de echtscheiding uitgesproken. Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] , geboren [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] . - De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen. De kinderen verblijven op dit moment bij de vader. De ouders en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: te bepalen dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader zal zijn; de kosten van deze procedure, gezien de aard ervan, te compenseren in die zin dat elke partij zijn of haar eigen kosten draagt. De moeder heeft geen verweer gevoerd. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van de Brussel II ter-verordening rechtsmacht om te beslissen op het verzoek over de hoofdverblijfplaats van de kinderen. De rechtbank past op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 Nederlands recht toe. Hoofdverblijfplaats De vader wil dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem wordt bepaald. Volgens de vader is dat in het belang van de kinderen. De vader zorgt inmiddels al een aantal maanden alleen voor de kinderen in hun vertrouwde omgeving. De moeder verblijft namelijk met haar nieuwe partner in Syrië en de vader is bang dat de moeder de kinderen, zoals in juli 2024 is gebeurd, weer meeneemt naar Syrië en dat de kinderen dit keer niet meer terugkeren naar Nederland. Op de zitting is met de vader eerst gesproken over de echtscheiding tussen de ouders. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de vader en de moeder in Syrië een aanvraag tot echtscheiding hebben gedaan, waarbij zij samen voor de rechtbank zijn verschenen en zij ieder zijn bijgestaan door een eigen advocaat. De vader heeft in de onderhavige procedure een vertaling van een echtscheidingscertificaat overgelegd, waaruit blijkt dat de Swaida Sharia rechtbank bij rechterlijke beslissing de echtscheiding heeft uitgesproken met als datum van echtscheiding [datum 2]
  2. De vader heeft tijdens de zitting ingelogd met zijn DigiD en op zijn telefoon laten zien dat de echtscheiding ook in Nederland is geregistreerd. De rechtbank heeft vervolgens de BRP-gegevens van de vader nogmaals geraadpleegd, en daaruit blijkt ook dat het huwelijk tussen de ouders is ontbonden op [datum 2]
  3. De rechtbank overweegt vervolgens ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van de kinderen als volgt. Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan, voor zover van belang, omvatten de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Uit de stukken, het gesprek met [minderjarige 1] en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de kinderen het fijn vinden om bij de vader te wonen en dat de kinderen regelmatig telefonisch contact hebben met de moeder in Syrië. Het gaat goed met de kinderen en de rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij hun hoofdverblijfplaats bij de vader hebben. De moeder verblijft namelijk in Syrië en het is onduidelijk wat de plannen van de moeder zijn en of zij terugkomt naar Nederland. De vader heeft op de zitting een verklaring van de moeder van 2 september 2024 overgelegd, waaruit de rechtbank afleidt dat de moeder ermee in heeft gestemd dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader zal zijn. De rechtbank zal het verzoek van de vader in het belang van de kinderen toewijzen. Proceskosten Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna in het dictum van deze beschikking is vermeld. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ; hun hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 mei 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.