← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:15617

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.6923 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Çetinkaya-Ahmad), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I. Vugs). Inleiding In het besluit van 16 januari 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als ongegrond. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. De rechtbank heeft de behandeling van het beroep geagendeerd voor de zitting van 8 mei

  1. Deze zitting is niet doorgegaan omdat de rechtbank het beroep heeft aangehouden om verweerder in de gelegenheid te stellen onderzoek te doen naar de door verzoeker in beroep overgelegde stukken. Op 6 augustus 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker alsnog ingewilligd. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de door hem gemaakte proceskosten. Verweerder heeft schriftelijk gereageerd op dit verzoek. De rechtbank heeft het voornemen geuit om zonder zitting uitspraak te doen op dit verzoek. Partijen hebben niet om een zitting verzocht. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Beoordeling door de rechtbank
  2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb, en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
  3. Van tegemoetkoming in de zin van dit artikel is geen sprake als het gewenste besluit alsnog is genomen vanwege nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die zijn verkregen na het oorspronkelijk bestreden besluit. Uit het dossier van verzoeker blijkt dat zijn asielaanvraag alsnog is ingewilligd vanwege de stukken die hij pas na het besluit van 16 januari 2025 heeft overgelegd. Het verzoek om een veroordeling in de proceskosten moet daarom worden afgewezen. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Deze uitspraak is gedaan op 20 augustus 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.