← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:15784

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.29931 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker, geboren op [geboortedatum], van Turkse nationaliteit, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. F.A. Broersma), en de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. L. Rog). Procesverloop

  1. De minister heeft met het bestreden besluit van 25 juni 2025 verzoeker een terugkeerbesluit en zwaar inreisverbod van 10 jaar opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen om de behandeling van het beroep in Nederland te mogen afwachten. De strafrechtelijke detentie van verzoeker eindigt op 27 augustus 2025 en verzoeker vreest dan te worden uitgezet. De behandeling van het beroep en de voorlopige voorziening staat gepland op 7 november
  2. 1.
  3. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht het verzoek met spoed te behandelen. 1.
  4. De minister heeft een verweerschrift ingediend. 1.
  5. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting in het kader van de hier te beoordelen voorlopige voorziening verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Beoordeling door de voorzieningenrechter Is er sprake van spoedeisend belang?
  6. Verzoeker heeft aangevoerd dat er een spoedeisend belang is, nu zijn strafrechtelijke detentie eindigt op 27 augustus
  7. Vanaf dat moment kan verzoeker worden uitgezet naar Turkije. Nu eiser in Nederland wenst te blijven is, mede in het licht van een op te leggen bewaringsmaatregel, het verzoek om een voorlopige voorziening spoedeisend geworden. Verzoeker wil dan ook graag de behandeling van het beroep in Nederland afwachten. De inhoudelijke behandeling van het beroep gericht tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod staat gepland op 7 november
  8. 2.
  9. De minister stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Hiertoe stelt de minister dat er geen uitzettingshandelingen worden verricht. Verzoeker heeft op 4 augustus 2025 een asielaanvraag ingediend en heeft daarom op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw rechtmatig verblijf. 2.
  10. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening. Uit de gevraagde voorlopige voorziening blijkt dat verzoeker het beroep in Nederland wil afwachten. De stelling van eiser dat zijn strafrechtelijke detentie eindigt en hij daarom het risico loopt om uitgezet te worden naar Turkije volgt de voorzieningenrechter niet. Nu eiser een asielaanvraag heeft ingediend, heeft hij rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw. De minister heeft eveneens bevestigd dat er geen uitzettingshandelingen zullen worden verricht, gelet op de lopende asielaanvraag. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan deze mededeling. Dit betekent dat uitzetting op dit moment niet dreigt voor verzoeker. Conclusie en gevolgen
  11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Vreemdelingenwet 2000.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.