RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.37379 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer], (gemachtigde: mr. S.C. van Paridon), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (gemachtigde: mr. G.T. Cambier). Procesverloop Bij besluit van 9 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1999 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
- Eiser stelt dat niet is gebleken dat bij het nemen van de bewaringsmaatregel is beoordeeld of het beginsel van refoulement zich verzet tegen verwijdering van eiser naar zijn land van herkomst. Zijn derde asielaanvraag is buiten behandeling gesteld. Onder verwijzing naar het arrest Aratat stelt eiser dat wanneer geen sprake is van een (actuele) beoordeling van het refoulementbeginsel, een terugkeerbesluit niet als grondslag kan dienen voor de inbewaringstelling. Ter verdere onderbouwing verwijst eiser naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 11 april
- Bij besluit van 5 augustus 2025 heeft verweerder de derde asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld. Dit besluit omvat tevens een terugkeerbesluit. Verweerder was dan ook bevoegd tot het opleggen van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Indien de rechtbank zich in de onderhavige zaak zou uitlaten over de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit zou zij nogmaals beoordelen of het terugkeerbesluit voldoet aan het beginsel van non-refoulement. De rechtbank is van oordeel dat dit buiten haar bevoegdheid en de omvang van het geding ligt als bewaringsrechter. Daarvoor stond immers een aparte rechtsgang open.
- Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.
- Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan op 26 augustus 2025 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Vreemdelingenwet
- Hof van Justitie van de Europese Unie 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6038.