← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:15880

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.18071 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. J. Oosterhof), en de Minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding

  1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 23 november
  2. 1.
  3. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. Beoordeling door de rechtbank Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
  4. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken.Eiser kan zijn beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit indienen zodra twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door de minister is ontvangen. 2.
  5. Eiser heeft de minister met de brief van 17 maart 2025 een ingebrekestelling verstuurd. Echter, uit de stukken in het dossier blijkt niet dat de minister deze ingebrekestelling daadwerkelijk heeft ontvangen. Allereerst heeft de minister geen ontvangstbevestiging van de ingebrekestelling aan eiser gezonden. Voorts is op de ingebrekestelling zelf te zien dat het afleveren van de ingebrekestelling bij de minister is mislukt vanwege de foutcode ‘E-2’, waarvoor op het document als reden voor de fout ‘bezet’ wordt weergegeven. Dit betekent dat de rechtbank er vanuit gaat dat minister de ingebrekestelling van eiser niet heeft ontvangen. Niet gebleken of aannemelijk gemaakt is dat dat anders is. Het beroep voldoet niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. Conclusie en gevolgen
  6. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid vanmr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.