Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummers: FA RK 24-5106 (echtscheiding) / FA RK 24-7153 (verdeling) Zaaknummers: C/09/669583 (echtscheiding) / C/09/673567 (verdeling) Datum beschikking: 31 juli 2025 Scheiding Beschikking op het op 15 juli 2024 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. T. Kocabas te Zoetermeer. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. P.G.M. Lodder te Utrecht. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van de zijde van de vrouw, ingekomen op 15 juli 2024; het bericht van 12 augustus 2024, met bijlage, van de zijde van de vrouw; het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de zijde van de man; de brief van 23 mei 2025, met bijlagen, van de zijde van de man; de brief van 23 mei 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw; het bericht van 3 juni 2025, met bijlage, van de zijde van de man; de brief van 4 juni 2025, met bijlagen, van de zijde van de man. Op 5 juni 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en een tolk, de heer E.S. Madran, alsmede de man met zijn advocaat. Na de zitting heeft de rechtbank het volgende stuk ontvangen: de brief van 20 juni 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw; de brief van 14 juli 2025, met bijlagen, van de zijde van de man; het bericht van 16 juli 2025 van de zijde van de vrouw. Feiten - Partijen zijn gehuwd op [datum] 2021 te [plaats 1] , Turkije. - Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: - [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] . - De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] . - [minderjarige] staat sinds 27 november 2023 onder toezicht van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en is uit huis geplaatst in een pleeggezin. - De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Turkse nationaliteit. Verzoek en verweer De vrouw verzoekt nu de echtscheiding uit te spreken en: uit te spreken dat de Turkse rechtbank onbevoegd is om beslissingen te nemen ten aanzien van het gezag over [minderjarige] en voor recht te verklaren dat beide partijen belast zijn met het gezag over [minderjarige] ; met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 780,- per maand vast te stellen; de verdeling van de huwelijksgemeenschap te gelasten conform het voorstel van de vrouw, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig de echtscheiding uit te spreken en, voor zover nodig, te bepalen dat partijen met het gezag over [minderjarige] bekleed blijven, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. Beoordeling Toelaten stukken man Op de zitting van 5 juni 2025 heeft de rechtbank de man in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken nadere stukken over te leggen aangaande de financiering van de echtelijke woning. Uiteindelijk heeft de advocaat van de man pas op 14 juli 2025 stukken ingediend, zonder dat om uitstel is verzocht. Namens de vrouw is bij bericht van 16 juli 2025 op de stukken van de man gereageerd. Hoewel de stukken van de man ruim buiten de verleende termijn zijn ingekomen, zal de rechtbank deze stukken toch toelaten. Het is immers in het belang van partijen dat een juridisch juiste beslissing wordt genomen. Echtscheiding Rechtsmacht Nu beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot de verzoeken tot echtscheiding rechtsmacht toe. Ouderschapsplan Door partijen is geen ouderschapsplan overgelegd zoals bepaald in artikel 815, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding heeft de rechtbank de bevoegdheid de verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, zesde lid, Rv). De zoon van partijen is uit huis geplaatst en verblijft voor langere periode in een pleeggezin. Naar het oordeel van de rechtbank kan gezien deze bijzondere situatie niet van partijen worden verwacht dat zij een ouderschapsplan overleggen. De rechtbank zal partijen dan ook, ondanks het ontbreken van een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan, ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding met nevenvoorzieningen. Toepasselijk recht De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op de verzoeken tot echtscheiding toepassen. Inhoudelijke beoordeling Beide partijen stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat de daarop steunende, over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar zijn. Gezag De vrouw verzoekt uit te spreken dat de Turkse rechtbank onbevoegd is om beslissingen te nemen ten aanzien van het gezag over [minderjarige] en voor recht te verklaren dat beide partijen belast zijn met het gezag over [minderjarige] . Zij heeft deze verzoeken gedaan omdat de man nadat zij haar verzoekschrift tot echtscheiding heeft ingediend een echtscheidingsprocedure in Turkije is gestart. In het kader van de echtscheidingsprocedure in Turkije heeft de man verzocht het gezag over [minderjarige] aan hem toe te wijzen. Op de zitting is namens de man toegezegd dat de procedure in Turkije zal worden ingetrokken. De rechtbank heeft niet meer van de zijde van de man vernomen of dit ook daadwerkelijk is gebeurd. De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw afwijzen. Zij kan niet voor recht verklaren dat de Turkse rechtbank onbevoegd is om beslissingen te nemen ten aanzien van het gezag over [minderjarige] . De Turkse rechtbank zal moeten beoordelen of zij bevoegd is naar de omstandigheden op dat moment. Dat op dit moment beide partijen belast zijn met het gezag over [minderjarige] volgt uit de (Nederlandse) wet. De vrouw heeft dan ook geen belang bij een verklaring voor recht ter zake. In het licht van het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de man om, voor zover nodig, te bepalen dat partijen met het gezag over [minderjarige] bekleed blijven, ook afwijzen. Partneralimentatie Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het alimentatieverzoek. Op het verzoek tot alimentatie voor de vrouw zal de rechtbank op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen. Inhoudelijke beoordeling Behoefte van de vrouw De rechtbank zal de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw conform de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie berekenen aan de hand van de hofnorm. Hierbij wordt de behoefte van de onderhoudsgerechtigde vastgesteld op 60% van het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan van partijen. Partijen zijn begin 2024 uit elkaar gegaan. Tussen partijen is niet in geschil dat aan de zijde van de vrouw moet worden uitgegaan van een inkomen van € 11.768,- bruto per jaar. Rekening houdend met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting berekent de rechtbank het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de vrouw ten tijde van het uiteengaan op € 981,- per maand. De man heeft een eenmanszaak (taxibedrijf). Blijkens de overgelegde stukken bedroeg zijn winst in 2022 € 44.472,-, in 2023 € 42.895,- en in 2024 € 32.992,-. Voor de berekening van het NBI van de man ten tijde van het uiteengaan van partijen zal de rechtbank uitgaan van de gemiddelde winst over 2022, 2023 en de eerste helft van 2024, zijnde ((€ 44.472,- + € 42.895,- + € 16.496,-) / 2,5 =) € 41.545,-. Rekening houdend met de zelfstandigenaftrek, de MKB winstvrijstelling, de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet berekent de rechtbank het NBI van de man ten tijde van het uiteengaan op € 2.996,- per maand. De rechtbank berekent de behoefte van de vrouw op basis van bovenstaande conform de hofnorm op € 2.386,- netto per maand in 2024 (60% van (€ 981,- + € 2.996,-)). Geïndexeerd naar 2025 bedraagt de behoefte van de vrouw € 2.541,- netto per maand. Aanvullende behoefte van de vrouw Tussen partijen is niet in geschil dat de vrouw op dit moment een NBI heeft van gemiddeld € 2.120,- per maand. Met inachtneming van het eigen inkomen van de vrouw is er sprake van een netto aanvullende behoefte van € 421,- per maand en een bruto aanvullende behoefte van € 784,- per maand. De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van de man dat de vrouw meer inkomen zou kunnen verwerven. De vrouw heeft een contract voor 30 uur per week en maakt daarnaast overuren. Naar het oordeel van de rechtbank spant de vrouw zich voldoende in om haar verdiencapaciteit volledig te benutten. Door de man is nog aangevoerd dat de vrouw niet behoeftig is omdat zij het tot nu toe ook heeft gered zonder een bijdrage van hem. Ook hier gaat de rechtbank niet in mee. De vrouw heeft toegelicht dat zij tot voor kort in een opvang of bij vrienden sliep en dat zij pas onlangs een eigen woning toegewezen heeft gekregen. Hierdoor zijn haar lasten recent gestegen. In dat licht bezien is er nu wel degelijk sprake van behoeftigheid. Draagkracht van de man Voor de berekening van de financiële draagkracht van de man zal de rechtbank uitgaan van de gemiddelde winst over 2022, 2023 en 2024, zijnde ((€ 44.472,- + € 42.895,- + € 32.992,-) / 3 =) € 40.120,-. Rekening houdend met de zelfstandigenaftrek, de MKB winstvrijstelling, de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet berekent de rechtbank het NBI van de man op € 2.911,- per maand. Voor de bepaling van de draagkracht van de man zal de rechtbank conform de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie de draagkrachtformule van 60% x [NBI – (0,3 x NBI + 1.310)] toepassen. Hieruit volgt een draagkracht van de man van € 437,- per maand (60% x [2.911 – (873 + 1.310)]). Gebruteerd komt dit neer op € 680,- per maand. Omdat de draagkracht van de man lager is dan de aanvullende behoefte van de vrouw, wordt de vast te stellen bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw begrensd tot de hoogte van de draagkracht van de man. Conclusie Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de man vanaf de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand een partneralimentatie moet betalen van € 680,- per maand. Aanhechten berekeningen De door de rechtbank gemaakte berekeningen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. Verdeling huwelijksgemeenschap Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot de verzoeken tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels). Op het huwelijksvermogensstelsel van partijen is de Verordening huwelijksvermogensstelsels van toepassing. Niet is gesteld of gebleken dat partijen ten aanzien van het huwelijksvermogensstelsel een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht. Krachtens artikel 26, eerste lid, onder a van de Verordening wordt het huwelijksvermogensstelsel beheerst door het Nederlandse recht, nu partijen na de huwelijkssluiting hun eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben gevestigd in Nederland. Inhoudelijke beoordeling De man en de vrouw zijn gehuwd op [datum]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.