RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.41739 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. F. Schoot). Inleiding Met het besluit van 25 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft beroep (NL25.28342) ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij uitspraak van 17 juli 2025 heeft de rechtbank dit beroep ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij niet aan Zwitserland wordt overgedragen voordat er op het verzet is beslist. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De voorzieningenrechter doet op op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De asielaanvraag van verzoeker is niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw, omdat een andere lidstaat daarvoor verantwoordelijk is, zoals bedoeld in de Dublinverordening. Uit het bericht van verweerder van 1 september 2025 volgt dat verzoeker op 4 september 2025 zal worden overgedragen aan Zwitserland. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzet van verzoeker niet kan worden behandeld voordat de geplande overdracht zal plaatsvinden. De vereiste onverwijlde spoed is daarmee gegeven.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.