RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.40742 uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 september 2025 in de zaak tussen [verzoekster], v-nummer: [nummer], verzoekster (gemachtigde: mr. J.A. Neslo), en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop
- De minister heeft bij besluit van 19 augustus 2025 een terugkeerbesluit aan verzoekster opgelegd. Verzoekster heeft hiertegen op 27 augustus 2025 beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 1.
- In verband met onverwijlde spoed is een zitting achterwege gebleven. Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Na daartoe op 4 juni 2025 een voornemen te hebben uitgebracht, heeft de minister bij besluit van 19 augustus 2025 een terugkeerbesluit opgelegd aan verzoekster. Hiermee is vastgesteld dat verzoekster op dat moment niet (langer) rechtmatig in Nederland verbleef. Het gevolg van dit terugkeerbesluit is dat verzoekster moet terugkeren naar Zimbabwe en zij het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland binnen vier weken moet verlaten. Doet verzoekster dat niet, kan zij worden verwijderd. Ook wordt verzoekster gesignaleerd in het Schengen Informatie Systeem. Hoewel verzoekster nu nog valt onder de zogenoemde bevriezingsmaatregel, stopt die maategel op 4 september
- Omdat verzoekster geen beroepszaak heeft openstaan tegen de beëindiging van haar recht op tijdelijke bescherming onder Richtlijn 2001/55/EG, heeft zij vanaf 4 september 2025 vier weken de tijd om de opvang en Nederland te verlaten en mag zij vanaf 4 september 2025 niet meer werken.
- Verzoekster verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit worden opgeschort tot dat op het beroep is beslist. Zij verzoekt de voorzieningenrechter zo snel mogelijk op dat verzoek te beslissen.
- Omdat het niet mogelijk is om vóór 4 september 2025 een uitspraak te doen op het beroep en/of het verzoek om een voorlopige voorziening, terwijl daarna al rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit van 19 augustus 2025 intreden, en om onomkeerbare gevolgen te voorkomen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het terugkeerbesluit bij wijze van ordemaatregel te schorsen tot de einduitspraak. Een verdere beoordeling van het verzoek vergt namelijk nader onderzoek. Dat betekent concreet dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat uitspraak is gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening, zij gedurende die tijd recht houdt op opvang en verstrekkingen en het haar gedurende die periode toegestaan blijft werkzaamheden te verrichten zonder dat daarvoor een tewerkstellingsvergunning is vereist. Conclusie en gevolgen
- De voorzieningenrechter treft de ordemaatregel dat het besluit van 19 augustus 2025 wordt geschorst tot de einduitspraak. Een beslissing over de proceskosten volgt in de einduitspraak. Beslissing De voorzieningenrechter: schorst bij wijze van ordemaatregel het besluit van 19 augustus 2025; bepaalt dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat uitspraak is gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening, verzoekster gedurende die tijd recht houdt op opvang en verstrekkingen en het verzoekster gedurende die periode toegestaan blijft werkzaamheden te verrichten zonder dat daarvoor een tewerkstellingsvergunning is vereist Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.G.H. van der Holst, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Geregistreerd onder zaaknummer NL25.
- Artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht maakt dit mogelijk. Verwezen wordt naar de brief van de (toenmalig) minister van Asiel en Migratie aan de Tweede Kamer van 3 juni 2025, 19 637 nr.
- Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen