RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.21983 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. D. de Vries), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. P. Loijenga). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. 1.1 De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser is niet verschenen. De gemachtigde van eiser is met bericht niet verschenen. 1.2 De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen
- De minister heeft de rechtbank op 1 september 2025 bericht dat eiser op 14 juli 2025 met onbekende bestemming is vertrokken.
- De rechtbank ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
- Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling die een asielaanvraag heeft ingediend, met onbekende bestemming vertrekt zonder te laten weten waar hij verblijft, er in principe vanuit kan worden gegaan dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dat is anders als een vreemdeling nog contact met zijn gemachtigde heeft.
- De rechtbank heeft gelet op het bericht van de minister waaruit blijkt dat eiser sinds 14 juli 2025 met onbekende bestemming is vertrokken op 2 september 2025 een bericht in het dossier geplaatst met de vraag of de gemachtigde nog contact heeft met eiser en of er nog procesbelang bestaat.
- De gemachtigde heeft op diezelfde dag laten weten van Nidos begrepen te hebben dat aangifte zou zijn gedaan van vermissing en dat de gemachtigde niet weet waar eiser verblijft. Gemachtigde geeft daarbij aan niet te zullen verschijnen ter zitting. Hieruit leidt de rechtbank af dat eiser geen contact meer heeft met zijn gemachtigde.
- Onder deze omstandigheden gaat de rechtbank er vanuit dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Daarom is er geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en is het beroep niet-ontvankelijk.
- Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Deze uitspraak is gedaan en uitgesproken in het openbaar op 3 september 2025 door mr. N. Meesters - van Luijk, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt en door middel van gepseudonimiseerd publicatie openbaar gemaakt op rechtspraak.nl op: Informatie over hoger beroep Tegen de uitspraak in beroep kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.