RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.17522 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. A. Houben). Inleiding
- In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende het bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet
- 1.
- Verweerder heeft de aanvraag van 13 maart 2024 met het besluit van 16 januari 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 1.
- Partijen zijn uitgenodigd voor de zitting van 27 augustus
- Omdat verweerder zich niet langer verzet tegen de toewijzing, hebben partijen de voorzieningenrechter vervolgens schriftelijk toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen. Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen. Dit betekent dat verzoeker de beslissing op bezwaar in Nederland mag afwachten.
- Omdat het verzoek wordt toegewezen, veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van verzoeker. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 907,-. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn betoog dat geen proceskostenveroordeling moet worden toegekend omdat verweerder niet eerder dan in de bezwaarfase kon weten dat verzoeker al sinds 1983 in Nederland verblijft en daarom mogelijk privéleven in de zin van artikel 8 van het EVRM heeft opgebouwd. Uit het dossier blijkt namelijk dat in de aanvraagfase al een brief is overgelegd waarin staat dat verzoeker sinds de jaren ’80 in Nederland is, net als een behandelingsformulier waaruit blijkt dat verzoeker zeker sinds 2014 bij een Nederlands ziekenhuis bekend is. Verweerder had dan ook bij het nemen van het primaire besluit al de beschikking over informatie die erop wijst dat verzoeker al geruime tijd in Nederland verblijft. Dat deze informatie in bezwaar is aangevuld, maakt niet dat verzoeker een dusdanig verwijt te maken valt dat de vergoeding van zijn proceskosten niet redelijk meer is. Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.