← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:16723

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 24/11558 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2025 in de zaak tussen [eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa (gemachtigde: mr. D. Gökcan). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) van 16 juni 2024 om aan eiser een maatregel 3 op grond van het Reglement onthouding verstrekkingen (ROV) op te leggen. 1.
  2. De rechtbank heeft het beroep op 23 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het COa. Beoordeling door de rechtbank
  3. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen de aan eiser opgelegde ROV-maatregel. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 2.
  4. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het bestreden besluit
  5. Het COa heeft aan eiser een ROV-maatregel 3 opgelegd. Deze maatregel houdt in dat met ingang van 21 juni 2024 viermaal de wekelijkse vergoeding van €14,47 wordt ingehouden. De aanleiding voor het opleggen van deze maatregel is dat eiser op 14 juni 2024 zijn kamergenoot valselijk heeft beschuldigd van roken op de kamer en een andere bewoner heeft gemanipuleerd om het verhaal kracht bij te zetten. Deze gedraging heeft overlast van middelgrote impact doen ontstaan. Het COa en eiser hebben hierover op 16 juni 2024 een gesprek gevoerd. Dit gesprek heeft voor het COa geen aanleiding gegeven om een ander standpunt in te nemen. Het COa meent dat eisers gedraging wat betreft aard en omvang zodanig ernstig is dat dit de aan hem op te leggen maatregel rechtvaardigt.
  6. Op grond van 5 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers staat er tegen het bestreden besluit beroep open bij de rechtbank. Mocht het COa aan eiser een ROV-maatregel 3 opleggen?
  7. Eiser is het niet eens met de opgelegde maatregel en stelt dat deze ten onrechte is opgelegd. Hij betoogt dat de COa-medewerkers pas zeven minuten nadat eiser klaagde over de geur van tabak naar zijn kamer, [kamernummer] , kwamen. Het personeel van het COa kwam te laat aan en heeft zelf geen onderzoek uitgevoerd. Ook mist het COa-besluit de getuigenis van de bewaker en van een andere vluchteling. 5.
  8. Het betoog van eiser slaagt niet. De rechtbank motiveert haar oordeel als volgt. Op grond van de artikelen 10 en 19 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) heeft het COa de bevoegdheid om bij wijze van maatregel verstrekkingen te onthouden. De werkwijze van het COa bij het opleggen van maatregelen is neergelegd in het Maatregelenbeleid COa. Hieruit volgt dat als sprake is van een incident met middelgrote impact, het COa aan een bewoner een ROV-maatregel 3 kan opleggen. Dit houdt in dat gedurende de periode van vier weken het leefgelddeel van het weekgeld wordt ingehouden. 5.
  9. Naar het oordeel van de rechtbank stelt het COa zich terecht op het standpunt dat uit feitenonderzoek blijkt dat eiser zijn kamergenoot valselijk heeft beschuldigd van roken op de kamer. Daarnaast heeft eiser een andere bewoner gemanipuleerd om te liegen zodat de kamergenoot gesanctioneerd zou worden. Dit legt de rechtbank hieronder verder uit. Onder de door eiser digitaal aangeleverde stukken bevindt zich een pagina uit het Bewonerdossier AVG van eiser van 14 juni
  10. Daarin staat dat de beveiliging rond 20:50 uur riep dat er gerookt zou zijn op kamer [kamernummer] . Toen de COa-medewerkers gingen kijken waren eiser, het ‘slachtoffer’ en een ‘getuige’ aanwezig. Er was geen merkbare rookgeur in de kamer en in de badkamer. Eiser heeft volgens dit gedingstuk ook toegegeven dat hij zelf niet had gezien dat zijn kamergenoot had gerookt, maar antwoordde dat iemand anders dat wel had gezien. Vervolgens heeft eiser de ‘getuige’ erbij gehaald en gezegd dat hij tegen het COa moet zeggen dat hij eisers kamergenoot heeft zien roken en een brandende sigaret zag. De ‘getuige’ heeft echter verklaard dat hij en eiser niet wisten of er was gerookt, maar dat eiser hem had gevraagd het COa te vertellen dat hij ‘het slachtoffer’ met een brandende sigaret had gezien. Eiser heeft ter zitting enkel gezegd dat hij kon voelen dat er gerookt was. Daarmee heeft hij de gedragingen niet duidelijk gemotiveerd betwist of het tegendeel aannemelijk gemaakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat het COa vanwege deze gedraging aan eiser een ROV-maatregel 3 heeft mogen opleggen. Het COa heeft op zitting toegelicht dat de gedraging van eiser onder verwijzing naar paragraaf 4.
  11. van het maatregelenbeleid 2024 is gekwalificeerd als een gedraging van middelgrote impact. De rechtbank volgt het Coa hierin. Derden kunnen immers vanwege eiser gedragingen lichte (immateriële) schade hebben ondervonden of licht gevaar lopen om een onterechte maatregel opgelegd te krijgen door het COa. Conclusie en gevolgen
  12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aan eiser opgelegde ROV-maatregel 3 in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskosten vergoed. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 januari
  13. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Aanduiding digitaal document: “14.06.24 - COA described (in Bewonerdossier AVG_55972536) incident that occurred on June 14”

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.