← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:16881

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: NL24.29217 en NL24.29219 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [naam1] , verzoekster, geboren op [datum1] , V-nummer: [nummer1] [naam2] , verzoeker, geboren op [datum2] , V-nummer: [nummer2] , mede namens hun minderjarige kinderen: [naam3] , geboren op [datum3] , V-nummer: [nummer3] [naam4] , geboren op [datum4] , V-nummer: [nummer4] [naam5] , geboren op [datum5] , V-nummer: [nummer5] allen van Egyptische nationaliteit, hierna te noemen: verzoekers, (gemachtigde: mr. T. Bruinsma), en de minister van Asiel en Migratie (gemachtigde: mr. D.L. Boer). Procesverloop

  1. Verzoekers hebben een opvolgende aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met de bestreden besluiten van 18 juli 2024 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 1.
  2. De rechtbank heeft de beroepen, en de voorlopige voorzieningen, op 8 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, een tolk en mr. J.D. Albarda namens de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting geschorst, omdat de minister kort voor de zitting de onderzoeksresultaten van Bureau Documenten over de in beroep door verzoekster overgelegde aangifte en vonnis van de rechtbank aan het dossier had toegevoegd. Desgevraagd hebben verzoekers een termijn gekregen om een contra-expertise te laten uitvoeren. 1.
  3. Verzoekers hebben op 2 juni 2025 het onderzoeksverslag van het NFO van 28 mei 2025 aan het digitale dossier toegevoegd. 1.
  4. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting voortgezet op 15 juli
  5. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, een tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  6. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris, worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister. Zaaknummers NL24.29216 en NL24.29218.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.