← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:17153

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.11372 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser geboren op [datum], van Somalische nationaliteit, V-nummer: [naam], eiser (gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover), en de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M. Dalhuizen). Samenvatting

  1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw
  2. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag. 1.
  3. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop
  4. Eiser heeft op 14 maart 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 februari 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. 2.
  5. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.
  6. De minister heeft een verweerschrift ingediend. 2.
  7. De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Ook is een tolk verschenen. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas
  8. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft verklaard dat hij als kleermaker werkte. Hij maakte in opdracht ook kleding voor ambtenaren en politieagenten. Het ministerie van Defensie benaderde hem in 2016 met het verzoek kleding voor soldaten te maken. In het jaar 2018, op een vrijdag na het gebed, werd eiser benaderd door een lid van Al Shabaab met de vraag militaire kleding voor Al Shabaab te maken om zo aanslagen te kunnen plegen en controleposten te passeren. Eiser weigerde dit, waarna hij herhaaldelijk telefonisch werd bedreigd. Gewapende leden van Al Shabaab zochten hem op bij zijn woning en bedreigden zijn echtgenote. Eiser is vervolgens verhuisd naar zijn moeder. De dreigingen hielden aan; eiser werd opnieuw gebeld en onder druk gezet om kleding te leveren. Ook zijn zus werd slachtoffer van een aanval door Al Shabaab en raakte daarbij gewond. Volgens eiser verkeerde niet alleen hijzelf, maar ook zijn familie in gevaar. Uiteindelijk besloot de familie dat eiser het land moest ontvluchten om in veiligheid te komen. 3.
  9. Verder heeft eiser aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij op straat is beroofd, uitgescholden en lastiggevallen vanwege zijn etniciteit als Jareer Wayne en dat hij problemen heeft gehad omdat een man genaamd Hirzi geld van hem inde en eiser dat op een gegeven moment niet meer kon betalen. Het bestreden besluit
  10. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  11. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
  12. Bedreiging door Al Shabaab;
  13. Problemen op straat vanwege etniciteit;
  14. Problemen met Hirzi wegens het niet betalen van geld. 4.
  15. De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser en de problemen met Hirzi geloofwaardig geacht. De bedreigingen door Al Shabaab en de problemen op straat vanwege zijn etniciteit acht de minister ongeloofwaardig. Volgens de minister zijn de verklaringen van eiser over de bedreigingen en de gestelde problemen met Al Shabaah wisselend of tegenstrijdig. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk of inzichtelijk gemaakt dat hij vanwege zijn afkomst als Jareer Wayne problemen heeft gehad. 4.
  16. De minister heeft geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade, omdat de gestelde problemen met Al Shabaab niet geloofwaardig zijn. Ten aanzien van de vrees voor problemen met Hirzi stelt de minister zich op het standpunt dat uit de verklaringen van eiser niet is gebleken dat sprake is van een concrete of actuele dreiging. Eiser verklaart weliswaar bang te zijn voor Hirzi omdat deze gewapend is, maar uit zijn verklaringen blijkt niet wat hij specifiek vreest en waarom. Daarbij is van belang dat eiser zijn winkel heeft verkocht en geen ondernemer meer is, zodat hij geen verplichtingen meer heeft jegens Hirzi. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond. Documenten
  17. Eiser voert aan dat het niet overleggen, dan wel het ontbreken van documenten, geen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen over de bedreigingen door Al Shabaab. Deze bedreigingen vonden telefonisch en mondeling plaats, zodat documentatie daarvan per definitie ontbreekt. 5.
  18. De rechtbank stelt voorop dat er in zijn algemeenheid geen documenten zijn overgelegd door of namens eiser. Uit eisers verklaringen blijkt dat hij documenten zou hebben die betrekking hebben op zijn asielrelaas. De minister heeft gelet op eisers verklaringen hierover dan ook kunnen tegenwerpen dat eiser geen documenten heeft overgelegd. Ook heeft de minister kunnen tegenwerpen dat eiser niet heeft onderbouwd waarom deze documenten niet konden worden overgelegd. Dat de bedreigingen telefonisch zouden hebben plaatsgevonden leidt niet tot een ander oordeel. De minister heeft zich hierbij op het standpunt kunnen stellen dat, hoewel de gestelde bedreigingen telefonisch zouden hebben plaatsgevonden, dit niet weg neemt dat eiser documenten zoals screenshots, oproeplijsten of andere telefoondata had kunnen verstrekken die de tientallen dreigende telefoontjes zouden kunnen onderbouwen, te meer nu eiser stelt over een periode van meerdere maanden te zijn bedreigd. De beroepsgrond slaagt niet. Heeft de minister de problemen met Al Shabaab ten onrechte ongeloofwaardig geacht?
  19. Eiser stelt dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat hij wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over de wijze waarop hij door Al Shabaab is benaderd. Eiser is immers op zeer omzichtige wijze benaderd om eerst het vertrouwen van eiser op te wekken. Eiser heeft daarnaast geen verschillende verklaringen afgelegd over de vraag hoe en wanneer hij erachter kwam dat hij door Al Shabaab is benaderd. Eiser heeft in de zienswijze verder een plausibele verklaring gegeven voor het feit dat hij wisselend heeft verklaard met betrekking tot het moment waarop voor hem de problemen zouden zijn begonnen. Volgens eiser heeft hij ook concreet verklaard over de inhoud van de telefoongesprekken en de aard van de bedreigingen aan zijn adres en kan eiser niet worden tegengeworpen dat hij zich niet exact kan herinneren wanneer Al Shabaab bij hem thuis is langs geweest en met hoeveel personen zij zijn langs geweest. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de problemen met Al Shabaab niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. De minister heeft terecht tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de wijze waarop hij is benaderd. Eiser heeft verklaard dat hij door een man is benaderd met de vraag of hij kleding kon maken. Eiser heeft echter eveneens verklaard dat hij door een man is benaderd met de vraag of eiser lid van de groep zou willen worden. Dat de wijze van benadering omzichtig zou zijn geweest om eerst het vertrouwen te wekken, leidt niet tot een ander oordeel. De minister heeft hierbij terecht overwogen dat eiser meerdere keren de gelegenheid heeft gehad om te verklaren over hoe het eerste gesprek exact is gelopen. De minister heeft verder terecht tegengeworpen dat eiser wisselend heeft verklaard over wanneer hij erachter kwam dat de man lid van Al Shabaab was. Zo heeft eiser verklaard dat hij werd benaderd door een man en dat deze man zelf zou hebben gezegd dat hij van Al Shabaab was. Eiser heeft eveneens verklaard dat hij er pas achter kwam dat deze man van Al Shabaab was, toen hij werd gebeld. De minister heeft ook terecht tegengeworpen dat eiser wisselend heeft verklaard over wanneer deze problemen zijn begonnen. Zo heeft eiser verklaard dat hij 14 of 15 dagen na het gesprek bij de moskee is gebeld. Later heeft eiser aangegeven dat hij niet heeft verklaard dat hij na 14 dagen is gebeld, maar dat de waarheid is dat eiser een week later gebeld is. Dat het verschil maar een periode van een week betreft en de problemen inmiddels geruime tijd geleden hebben plaatsgevonden, zoals in de zienswijze door eiser is aangegeven, kan hieraan niet afdoen. Verder zijn ook eisers verklaringen over de telefoongesprekken terecht wisselend bevonden. Volgens eiser zou hij worden vermoord als hij niet meewerkte. Eiser heeft later verklaard dat als hij niet meewerkte hij afvallig zou worden verklaard en een probleem zou hebben. Dat afvalligheid kan worden gesanctioneerd met de dood, zoals eiser heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Eiser is immers meerdere malen bevraagd naar de inhoud van de telefoongesprekken en heeft de gelegenheid gehad om hier duidelijk over te verklaren. De rechtbank is tot slot van oordeel dat de minister terecht heeft tegengeworpen dat eiser wisselend heeft verklaard over wanneer Al Shabaab zou zijn langsgeweest en met hoeveel personen zij zijn langsgeweest. Eiser heeft immers verklaard dat Al Shabaab op 25 november 2018 bij hem is langsgeweest Later heeft eiser verklaard dat hij de precieze datum niet weet, maar dat Al Shabaab direct na de bevalling van zijn vrouw is langsgeweest, ongeveer een week na de geboorte. De rechtbank concludeert, gelet op het voorgaande, dan ook dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de problemen met Al Shabaab niet geloofwaardig zijn. De problemen vanwege eisers etniciteit
  20. Eiser stelt dat hij weliswaar niet met zijn aanvallers heeft gesproken voordat hij op straat is aangevallen en dat zijn aanvaller eisers accent niet hebben gehoord, maar dit laat onverlet dat de aanvallers op een of andere wijze bekend moeten zijn geworden met eisers etniciteit.
  21. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat de door eiser gestelde problemen vanwege zijn etniciteit niet aannemelijk zijn gemaakt. De minister heeft van belang geacht dat eiser zelf heeft verklaard dat zijn etniciteit tot uitdrukking komt door het door hem gesproken dialect. Nu eiser eveneens heeft verklaard dat hij ten tijde van de beroving niet heeft gesproken met zijn aanvallers, heeft de minister aan eiser kunnen tegenwerpen dat niet aannemelijk is geworden dat eiser vanwege zijn etniciteit is aangevallen. Hierbij heeft de minister eveneens kunnen betrekken dat eiser zelf ook heeft verklaard niet zeker te weten of de aanval verband hield met zijn etniciteit, nu volgens hem ook personen uit grotere stammen werden beroofd. De minister heeft dan ook niet ten onrechte tegengeworpen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanvallers toch op de hoogte zijn geraakt van eisers etnische achtergrond. De enkele stelling dat de aanvallers op een of andere wijze daarmee bekend zouden moeten zijn geworden heeft de minister onvoldoende kunnen achten. De minister heeft zich dan ook op goede gronden op het standpunt gesteld dat de problemen vanwege eisers etniciteit ongeloofwaardig zijn. De problemen met Hirzi en de gestelde vrees bij terugkeer
  22. Eiser stelt dat één van de wezenlijke kenmerken van afpersing is dat op volstrekt willekeurige wijze motieven worden gezocht om personen te kunnen afpersen. De minister gaat hier ten onrechte niet op in.
  23. De minister heeft zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Somalië nog te vrezen heeft van de zijde van Hirzi. Dat eiser enkel heeft verklaard te vrezen voor Hirzi, zonder te concretiseren waaruit die vrees bestaat, is onvoldoende. De minister heeft hierbij terecht overwogen dat de vrees van eiser is gebaseerd op vermoedens en dat niet inzichtelijk is gemaakt waarom Hirzi nog steeds geld van eiser zou willen, te meer nu eiser zijn winkel heeft verkocht en eiser als winkeleigenaar werd afgeperst. Evenmin heeft eiser aannemelijk gemaakt dat hij zich niet tot de autoriteiten kan wenden. Zijn vermoedens over risico’s op detentie, mishandeling of afpersing zijn niet onderbouwd. Bovendien strookt dit niet met het feit dat hij eerder wel de politie heeft benaderd, waarna onderzoek is verricht. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.
  24. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond. Conclusie en gevolgen
  25. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt, de minister de asielaanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond en het bestreden besluit in stand blijft.
  26. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A. Hoekstra - Verbeek, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaargemaakt en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000 Nader gehoor, p. 15, aanvullend gehoor, p.
  27. Nader gehoor, p.
  28. Aanvullend gehoor, p.
  29. Nader gehoor, p.
  30. Aanvullend gehoor, p.
  31. Nader gehoor, p.
  32. Aanvullend gehoor, p.
  33. Nader gehoor, p.
  34. Aanvullend gehoor, p.
  35. Nader gehoor, p.
  36. Aanvullend gehoor, p. 10.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.