← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:17753

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL24.37529 (beroep) en NL23.12920 (voorlopige voorziening) [V-Nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres] , geboren op [geboortedatum] 1995, van Braziliaanse nationaliteit, eiseres (gemachtigde: mr. M. Terpstra), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. D.A.H. van den Tillaar). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/de voorzieningenrechter (de rechtbank) het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 1] ’ op grond van artikel 8 van het EVRM. 1.
  2. De minister heeft de aanvraag met het besluit van 26 april 2023 (het primaire besluit) afgewezen en eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. In het bestreden besluit van 16 september 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij die besluitvorming gebleven. 1.
  3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft zij een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening, waarin zij vraagt haar uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist. 1.
  4. De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [naam 1] (referent) en de gemachtigde van de minister. Wat ging er aan deze procedure vooraf? 2.
  5. Eiseres heeft de Braziliaanse nationaliteit en is geboren als [naam 2] op [geboortedatum] 1995 in Amsterdam. Op 29 augustus 2022 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel verblijf bij [naam 1] (referent). Zij beschouwt referent als een pleegvader. 2.
  6. In het primaire besluit heeft de minister de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet beschikt over een geldige mvv en niet in aanmerking komt voor vrijstelling van dit vereiste op medische gronden of op grond van artikel 8 van het EVRM. Het vasthouden aan het mvv-vereiste is niet onevenredig hard, aldus de minister. 2.
  7. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Op 21 mei 2024 heeft de minister eiseres en referent gehoord. 2.
  8. Op 13 juni 2024 heeft het BMA advies uitgebracht over eiseres haar gezondheidssituatie. Daarin staat onder meer dat eiseres bekend is met slapeloosheid en een angststoornis, vermoedelijk op basis van onderliggende persoonlijkheidsproblematiek en een posttraumatische stress stoornis (PTSS). Haar voorgeschiedenis omvat traumatische ervaringen uit het verleden. In dat advies staat verder dat binnen een termijn van drie tot zes maanden geen medische noodsituatie valt te verwachten bij het uitblijven van de benodigde behandeling en dat eiseres niet kan reizen, tenzij een overdracht geregeld is. Aanbevolen wordt om met een psychiater en verpleegkundige te reizen voor geruststelling en ondersteuning. Voor direct na de reis is fysieke overdracht aan een behandelaar ter plaatse noodzakelijk, omdat het psychische toestandsbeeld na de reis beoordeeld en zo nodig behandeld moet worden. Dit advies is gegeven, omdat eerdere ontwikkelingen rondom de procedure leidde tot toename van klachten en suïcidaliteit. Mogelijk is directe psychiatrische interventie noodzakelijk. De behandeling is beschikbaar in de instelling ( [naam instelling] ) in Rio de Janeiro. Totdat aan dit reisvereiste is voldaan, kan eiseres niet in staat worden geacht te reizen. 2.
  9. In het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De minister stelt dat tussen eiseres en referent geen rechtens te beschermen familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM bestaat. Volgens de minister is er geen sprake van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen hen. Verder stelt de minister dat eiseres weliswaar privéleven in de zin van artikel 8 van het EVRM heeft in Nederland, maar dat de belangenafweging in haar nadeel uitvalt. Om die reden is de weigering van de gevraagde verblijfsvergunning aan eiseres niet in strijd met artikel 8 van het EVRM. De minister heeft in het bestreden besluit verder overwogen dat niet is gebleken van bijzondere en individuele omstandigheden die zouden moeten leiden tot toepassing van de hardheidsclausule. Tot slot heeft de minister ambtshalve geoordeeld dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel medische behandeling of een vergunning humanitair niet tijdelijk. De minister ziet evenmin aanleiding om aan eiseres uitstel van vertrek te verlenen op grond van haar medische situatie. Beoordeling door de rechtbank
  10. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. De medische situatie van eiseres en de vergewisplicht
  11. Eiseres voert primair aan dat de minister niet voldaan heeft aan de vergewisplicht. 4.
  12. Anders dan eiseres stelt, is de conclusie van het BMA-advies van 13 juni 2024 dat bij het uitblijven van behandeling van eiseres geen medische noodsituatie valt te verwachten, terwijl haar fysieke overdracht noodzakelijk is, voldoende inzichtelijk. De rechtbank ziet geen onzorgvuldigheid in de door BMA geadviseerde reisvoorwaarden terwijl geen medische noodsituatie valt te verwachten. 4.
  13. Voorts strekt de vergewisplicht van de minister niet zo ver dat al ten tijde van het nemen van het besluit de fysieke overdracht van eiseres, voor zover dit feitelijk al mogelijk zou zijn geweest, geregeld en gegarandeerd dient te zijn. Dit oordeel is ook eerder door de Afdeling bevestigd. Wat betreft de reisvoorwaarde van fysieke overdracht van eiseres heeft de minister in het besluit toegezegd dat, als dit niet geregeld kan worden, eiseres niet zal worden uitgezet. De DT&V zal zo nodig met de instelling ( [naam instelling] in Rio de Janeiro) afspraken maken over de datum en wijze waarop eiseres fysiek wordt overgedragen. Hiermee heeft de minister aan de vergewisplicht voldaan. Dat de minister het eerder opgelegde terugkeerbesluit van 12 augustus 2021 niet kan handhaven omdat feitelijk nog niet aan de reisvoorwaarden is voldaan, volgt de rechtbank op grond van eerder genoemde uitspraak van de Afdeling niet. Anders dan eiseres stelt, is daarbij niet relevant dat in haar geval geen sprake is van een verzoek om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw, maar van ambtshalve toetsing aan dit artikel en aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning op medische gronden, terwijl al eerder een terugkeerbesluit aan eiseres is opgelegd. 4.
  14. Verder hoeft de minister, anders dan eiseres stelt, de feitelijke toegankelijkheid in haar geval tot de instelling [naam instelling] in Rio de Janeiro niet bij de beoordeling te betrekken nu de feitelijke toegang voor een vreemdeling tot de medische zorg in het land van herkomst niet wordt betrokken bij de beantwoording van de vraag of bij uitblijven van de benodigde behandeling een medische noodsituatie zal ontstaan. Artikel 8 EVRM (privéleven)
  15. Eiseres heeft in Nederland privéleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. In geschil is of de minister de belangenafweging in het nadeel van eiseres heeft kunnen laten uitvallen. 5.
  16. Eiseres voert aan dat zij emotioneel en mentaal bijzonder afhankelijk is van referent. Zonder hem had zij haar suïcidale gedachten ten uitvoer gebracht en zou zij die in de toekomst ten uitvoer kunnen brengen. Verder voert eiseres aan dat zij zelf niet heeft bepaald waar zij geboren is en dat zij in haar jeugd in Nederland heeft gewoond. Dat zij in die jaar zonder een verblijfsvergunning in Nederland heeft verbleven, kan niet voor haar rekening en risico komen, zoals de minister stelt in het bestreden besluit. Eiseres heeft niet eerder een aanvraag ingediend, omdat zij dacht rechten te ontlenen aan het feit dat zij is geboren in Nederland. Eiseres betoogt dat de minister in het bestreden besluit ten onrechte heeft overwogen dat eiseres een groot deel van haar leven in Brazilië, dan wel buiten Nederland heeft gewoond. Zij heeft zes jaar in Brazilië gewoond, zes jaar in Egypte en zeventien jaar in Nederland. Eiseres stelt over geen sociaal vangnet te beschikken in Brazilië. Zij heeft alleen in contact gestaan met haar broertje die nu al jaren in Egypte bij haar vader is, haar moeder die in de gevangenis zit en haar oma die haar mishandelde. 5.
  17. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat de rechter bij artikel 8 van het EVRM moet toetsen of de minister alle relevante feiten en omstandigheden in de belangenafweging heeft betrokken en, als dit het geval is, of zij zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die afweging heeft geresulteerd in een 'fair balance' tussen het belang bij de uitoefening van het privéleven van de vreemdeling in Nederland en het Nederlands algemeen belang dat is gediend bij het uitvoeren van een restrictief toelatingsbeleid. Wanneer het privéleven wordt opgebouwd tijdens een periode waarin de verblijfsrechtelijke status onzeker is, en de vreemdeling zich van de onzekerheid van zijn verblijfsstatus bewust was, kan dat privéleven alleen in uitzonderlijke gevallen leiden tot een verplichting tot het laten voortzetten van dat privéleven. Banden met Nederland 5.
  18. De gemachtigde van eiseres verwees op zitting naar werkinstructie 2020/16 waaruit volgt dat hoe langer een vreemdeling privéleven heeft opgebouwd gedurende minderjarigheid, hoe zwaarder het gewicht dat hier aan kan worden toegekend. Eiseres heeft geen invloed gehad op het feit dat zij in Nederland is geboren en hier de eerste jaren van haar leven heeft gewoond. Om die reden heeft de minister te weinig gewicht toegekend aan het privéleven dat eiseres gedurende de eerste zeven jaar van haar leven heeft opgebouwd. 5.
  19. De gemachtigde van de minister heeft hierover op zitting toegelicht dat niet is gebleken dat eiseres gedurende deze periode rechtmatig verblijf heeft gehad, maar dat zij wel oog heeft voor het feit dat eiseres de eerste zeven jaar van haar leven in Nederland heeft gewoond en hier is geboren. Om die reden komen die jaren, anders dan weergegeven in het bestreden besluit, niet voor haar rekening en risico. Dit heeft eiseres dus terecht naar voren gebracht. Gelet op de opdracht aan de bestuursrechter om het voorgelegde geschil zoveel mogelijk definitief te beslechten, zal de rechtbank hierna onder 6 beoordelen of dit motiveringsgebrek gepasseerd kan worden. 5.
  20. De minister heeft in de belangenafweging betrokken dat eiseres in Nederland is geboren en op zevenjarige leeftijd naar Egypte is gebracht door haar vader. Volgens eiseres was sprake van ontvoering tegen haar wil. Vervolgens heeft zij vanaf haar dertiende tot negentiende levensjaar bij haar moeder in Brazilië gewoond. Eiseres heeft in Brazilië op de middelbare school gezeten. Op negentienjarige leeftijd is zij weer naar Nederland gekomen. Op zitting is vastgesteld dat eiseres ten tijde van het bestreden besluit in totaal zeventien jaar in Nederland heeft verbleven zonder een verblijfsvergunning. De minister heeft zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat eiseres haar privéleven na terugkeer in Nederland heeft opgebouwd in een periode waarin zij geen zekerheid had over haar verblijfsrechtelijke status. Pas na zeven jaar in Nederland te hebben verbleven, heeft eiseres een aanvraag voor verblijf op grond van artikel 8 van het EVRM ingediend. Verder heeft de minister terecht betrokken dat eiseres in Nederland geen onderwijs heeft genoten als minderjarige. Op 25 juli 2018 heeft zij weliswaar een diploma tot ‘Make-up Artist’ behaald, maar eiseres heeft geen werk. Dat eiseres in het verleden enige tijd schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht, heeft de minister eveneens betrokken. De minister heeft ook de warme banden die eiseres heeft met referent erkend en betrokken in de belangenafweging. Op zitting hebben eiseres en referent toegelicht dat zij wekelijks contact met elkaar hebben en dat referent haar ondersteunt, zowel mentaal als financieel. De rechtbank kan de minister echter volgen in het standpunt dat de banden die eiseres met Nederland heeft inherent zijn aan haar lange illegale verblijf. Banden met Brazilië 5.
  21. De minister weegt in het nadeel van eiseres dat zij een substantieel deel van haar leven in Brazilië heeft gewoond en daar onderwijs heeft genoten. Ook spreekt en begrijpt eiseres de taal volgens de minister. Volgens de minister is niet gebleken dat de banden met Nederland haar banden met Brazilië overstijgen. 5.
  22. Anders dan eiseres stelt, kan de rechtbank niet volgen dat zij geen banden meer heeft met Brazilië. Zij heeft daar namelijk van haar dertiende tot negentiende levensjaar gewoond en heeft daar op school gezeten. Verder heeft de minister ook mogen betrekken dat niet is gebleken dat eiseres als meerderjarige niet terug zou kunnen naar Brazilië om daar een leven op te bouwen. Er is niet gebleken dat zij (vanwege haar medische situatie) zorg- en hulpbehoevend is en niet zelfstandig in Brazilië kan leven. Dat terugkeer naar Brazilië vanwege haar traumatische verleden volgens eiseres onmogelijk zal zijn, heeft voor de minister geen aanleiding hoeven vormen om minder gewicht toe te kennen aan de banden van eiseres met Brazilië. Evenwichtige belangenafweging 5.
  23. De rechtbank begrijpt de wens van eiseres om haar privéleven in Nederland voort te zetten. Zeker gelet op haar traumatische verleden en het feit dat zij de afgelopen tien jaar in Nederland heeft gewoond. De minister heeft de belangen van eiseres echter kenbaar in de besluitvorming afgewogen tegen het belang van de Nederlandse staat. Enigszins terughoudend toetsend, is de rechtbank van oordeel dat de belangenafweging van de minister heeft geresulteerd in een ‘fair balance’. Artikel 8 van het EVRM geeft een vreemdeling geen recht om te wonen waar gewenst. Ook is het geval van eiseres niet zo uitzonderlijk dat Nederland toch verplicht is haar privéleven in Nederland te laten voortduren. Conclusie en gevolgen
  24. De minister heeft in verband met het onder 5.3 en 5.4 geconstateerde gebrek op zitting een nuancering aangebracht. Het is niet aannemelijk dat eiseres door toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht wordt benadeeld en daarom passeert de rechtbank dit gebrek. Het beroep is ongegrond. De rechtbank concludeert dat de minister een evenwichtige belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM heeft gemaakt die in het nadeel van eiseres heeft kunnen uitvallen en dat afwijzing van de gevraagde vergunning geen strijd oplevert met artikel 8 van het EVRM. 6.
  25. Omdat de rechtbank het gebrek passeert, moet de minister wel het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres krijgt om dezelfde reden ook een vergoeding van haar proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. 6.
  26. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep, is er geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep (NL24.37529) ongegrond;. - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening (NL23.12920 ) af; - bepaalt dat de minister het griffierecht van € 187 aan eiseres moet vergoeden; - veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Simonis, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover het de hoofdzaak betreft, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De achternaam van haar moeder. Machtiging tot voorlopig verblijf. Bureau Medische Advisering. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zie de uitspraak van de Afdeling van 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:
  27. Dienst Terugkeer en Vertrek. Vreemdelingenwet
  28. Zie onder meer de uitspraak van 23 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2516, onder 7.
  29. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 13 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2661, onder 3, en de arresten van het EHRM van 4 december 2012, Butt tegen Noorwegen, paragrafen 78, 79 en 80, ECLI:CE:ECHR:2012:1204JUD004701709, en 28 juli 2020, Pormes tegen Nederland, paragraaf 58, ECLI:CE:ECHR:2020:0728JUD
  30. Richtlijn voor de toepassing van artikel 8 EVRM.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.