← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:18415

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.17409 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procedure Eiser heeft op 28 mei 2024 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 23 oktober

  1. Bij uitspraak van 8 oktober 2024 heeft rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, dit beroep gegrond verklaard en daarbij een beslistermijn van zestien weken opgelegd. Op 14 april 2025 heeft eiser opnieuw beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag. Met het besluit van 29 april 2025 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist. De asielaanvraag is ingewilligd. Na de inwilliging van verweerder op 29 april 2025 heeft de rechtbank partijen om een reactie verzocht, maar daarop is geen reactie ontvangen. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Overwegingen
  2. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van de aanvraag op 29 april 2025 aan het beroep is tegemoetgekomen, zodat eiser, gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb geen procesbelang meer heeft. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
  3. Het oordeel van de rechtbank beperkt zich tot een uitspraak over de proceskostenveroordeling. Ook wanneer een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, is een proceskostenveroordeling mogelijk. Dit is in het bijzonder het geval als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Deze situatie doet zich hier voor, nu verweerder niet binnen de termijn van zestien weken na verzending van de uitspraak op de aanvraag heeft beslist.
  4. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag beroep heeft kunnen instellen, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,= en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent). Deze uitspraak is gedaan op 6 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. ECLI:NL:RBLIM:2024:
  5. Algemene wet bestuursrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.