RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL23.7454 [V-Nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres (gemachtigde: mr. T. Volckmann), en de minister van Asiel en Migratie , (gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal). Inleiding 1.
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres. 1.
- Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De behandeling van het beroep is aangehouden in afwachting van de antwoorden op de prejudiciële vragen die door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch, aan het Hof van Justitie zijn gesteld. Het Hof van Justitie heeft deze vragen beantwoord in het arrest van 29 februari
- 1.
- Hangende het beroep is een voorlopige voorziening toegewezen ertoe strekkende dat eiseres niet mag worden overgedragen aan Polen totdat op het beroep is beslist. 1.4 De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Eiseres was zelf niet aanwezig op de zitting. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank beoordeelt in deze zaak het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
- De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Totstandkoming van het besluit
- De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Uit EU-visa is gebleken dat de Poolse autoriteiten aan eiseres een Schengenvisum hebben verstrekt die geldig was van 23 juni 2022 tot 16 juli
- Nederland heeft op 22 december 2022 een verzoek om overname gedaan aan Polen, omdat de Poolse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de asielaanvraag van eiseres nu het Schengenvisum van eiseres minder zes maanden geleden was verstreken. De Poolse autoriteiten hebben dit verzoek op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening geaccepteerd op 4 januari
- Standpunt van eiseres
- Eiseres voert in beroep aan dat in haar geval niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Zij stelt dat zij niet kan worden overgedragen aan Polen omdat zij lesbisch is en de positie van LHBTI-personen in Polen zodanig slecht is dat zij gevaar loopt in strijd met artikel 3 van het EVRM te worden behandeld. Volgens eiseres staat de Poolse samenleving bekend als homofoob. Zij verwijst in haar beroepschrift onder andere naar passages uit het rapport van “Freedom House: Freedom in the World 2024 – Poland”, “LGBTIQ Europe: Rainbow Europe score for rights of LGBTIQ people in Poland 2023”, de AIDA-rapportage Frankrijk update 2023 en een persbericht naar aanleiding van een bezoek aan Polen door een expert van de Verenigde Naties. Ook bestaat volgens eiseres voor LHBTI-personen een verschil in beschermingsbeleid in Polen ten opzichte van Nederland. Verder stelt eiseres dat zij kampt met medische problemen en dat zij veel stress ervaart door de lopende Dublinprocedure waarbij zij mogelijk wordt overgedragen aan Polen. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiseres in beroep medische documenten ingediend. Het betreft twee verslagen van de gynaecoloog van mei 2023 en een recente uitdraai van haar patiëntoverzicht van haar huisarts. Op basis van haar medische omstandigheden, had de minister aanleiding moeten zien om op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening de aanvraag van eiseres vrijwillig aan zich te trekken. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiseres nog toegelicht dat de medische problematiek ook moet worden bekeken in het kader van artikel 3 van het EVRM. Oordeel van de rechtbank Interstatelijk vertrouwensbeginsel
- Eiseres doet een beroep op een risico op indirect refoulement als gevolg van het beschermingsbeleid dat geldt in een lidstaat waarnaar zij wordt overgedragen. Uit de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024 volgt dat op basis van de jurisprudentie van het Hof van Justitie, geen ruimte is voor een dergelijke toets binnen de Dublinprocedure. Materiële meningsverschillen tussen lidstaten over de vraag wanneer een vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming, zijn niet relevant voor een overdrachtsbesluit. Alleen als de vreemdeling aannemelijk maakt dat in die lidstaat niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, kan van dit uitgangspunt worden afgeweken.
- Bij de vraag of kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, beoordeelt de rechtbank of sprake is van systeemfouten in de opvangvoorzieningen of de asielprocedure die resulteren in een schending van artikel 4 van het Handvest na overdracht die de Jawo-drempel haalt. Als daarvan sprake is, kan de rechtbank in het geval van eiseres bepalen dat zij niet wordt overgedragen aan Polen.
- Ter zitting heeft eiseres gewezen op de stukken van de expert van de Verenigde Naties waaruit blijkt dat de rechten van de LHBTI-gemeenschap niet worden gewaarborgd. Volgens eiseres zijn deze stukken niet betrokken bij de uitspraken waar de minister in haar verweerschrift naar heeft verwezen.
- De rechtbank is met de minister eens dat de bezwaren van eiseres om aan Polen te worden overgedragen geen verband houden met de asielprocedure en/of opvangvoorzieningen. Ondanks dat de bezwaren van eiseres begrijpelijk zijn, is de enkele stelling van eiseres dat de Poolse samenleving bekend staat als homofoob niet genoeg voor een reële vrees op een slechte behandeling na overdracht aan Polen. Eiseres heeft verklaard in Nederland gewend te zijn en niet te weten of mensen in Polen ook Engels spreken zoals in Nederland. Daarom is volgens de rechtbank geen sprake van eerdere negatieve ervaringen van eiseres in Polen. Verder heeft de minister op de zitting terecht opgemerkt dat de rapportages waar eiseres naar verwijst niet zien op een gereguleerde overdracht. Ook zien de stukken van de expert van de Verenigde Naties niet specifiek op asielzoekers dan wel op Dublinclaimanten en ziet de AIDA-rapportage waar eiseres naar heeft verwezen niet op Polen maar op Frankrijk. Een beroep op deze rapporten slaagt daarom niet. Zoals de minister heeft opgemerkt is de situatie van de LHBTI-gemeenschap in Polen bekend, maar is de minister in het geval van eiseres terecht uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling van 27 november
- Van eiseres kan worden verwacht dat zij klaagt bij de Poolse instanties als zij vindt dat de Poolse autoriteiten disproportioneel of onrechtmatig handelen of als zij anderszins problemen ondervindt met haar asielprocedure of opvang aldaar.
- Verder heeft de minister terecht opgemerkt dat uit de medische stukken blijkt dat eiseres in 2023 onder behandeling stond van een gynaecoloog, maar dat niet blijkt dat dat nu in 2025 het geval is. Uit de stukken blijkt dat eiseres in 2025 (veel) stressklachten ervaart. De rechtbank volgt dan ook het standpunt van de minister op zitting dat eiseres voor haar medische problematiek kan worden behandeld in Polen. De rechtbank oordeelt daarom dat de minister in de situatie van eiseres uit heeft mogen gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een risico loopt op een behandeling in schending met artikel 3 van het EVRM bij overdracht aan Polen. Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening
- Uit vaste rechtspraak van de Afdeling blijkt dat omstandigheden die op onderwerpen zien die van betekenis zijn voor de beoordeling van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, niet van betekenis zijn voor de beoordeling of er zich bijzondere omstandigheden voordoen zoals bedoeld in het kader van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.
- De rechtbank merkt op dat eiseres pas in beroep heeft aangegeven dat de medische problematiek ook onder artikel 3 van het EVRM moet worden geschaard. De minister heeft daarom in het bestreden besluit de bezwaren van eiseres tegen overdracht aan Polen vanwege haar seksuele gerichtheid meegewogen bij de vraag of de minister de asielaanvraag onverplicht aan zich had moeten trekken. Die bezwaren zijn dat de Poolse samenleving homofoob is en dat dit zou blijken op basis van de rapporten die eiseres heeft aangehaald in haar zienswijze. In beroep heeft eiseres alleen aangevoerd dat de minister haar aanvraag vrijwillig aan zich had moeten trekken op basis van haar medische omstandigheden. Deze medische omstandigheden zijn zoals hierboven blijkt reeds beoordeeld in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Die medische omstandigheden kunnen dus niet leiden tot het oordeel dat sprake is van een bijzondere omstandigheid die haar overdracht aan Polen onevenredig hard maken. Overigens is de rechtbank van oordeel dat, nu de minister op zitting toch inhoudelijk is ingegaan op artikel 17 van de Dublinverordening, ook wat dat betreft voldoende heeft gemotiveerd dat er geen aanleiding bestaat om het asielverzoek van eiseres op grond van artikel 17 van de Dublinverordening onverplicht aan zich te trekken. Conclusie en gevolgen
- De minister heeft de aanvraag van eiseres terecht niet in behandeling genomen omdat Polen daarvoor verantwoordelijk is. Het beroep is daarom ongegrond en eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister. Hof van Justitie van de Europese Unie. ECLI:EU:C:2024:
- NL23.
- Verordening (EU) nr. 604/
- Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet
- Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. Pagina’s 40-
- Persbericht Office of the High Commissioner, 15 November 2024: Poland: UN expert to assess human rights of LGBTI. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zie hiervoor de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 november 2023, ECLI:EU:C:2023:
- ECLI:NL:RVS:2024:2359, r.o. 6-6.
- Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:
- Persbericht Office of the High Commissioner, 15 November 2024: Poland: UN expert to assess human rights of LGBTI. Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 12 juli 2024 en de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond van 26 november
- Pagina 8 van het aanmeldgehoor Dublin. Freedom House: Freedom in the World 2024 – Poland” en “LGBTIQ Europe: Rainbow Europe score for rights of LGBTIQ people in Poland 2023, AIDA-rapportage Frankrijk update 2023 en het Persbericht Office of the High Commissioner, 15 November 2024: Poland: UN expert to assess human rights of LGBTI. ECLI:NL:RVS:2024:
- ECLI:NL:RVS:2024:1860.