Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-3426 Zaaknummer: C/09/684844 Datum beschikking: 8 juli 2025 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 8 mei 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. B. Özateş te Rotterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. O. Huisman te Rotterdam. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens verzoekschrift. Op 24 juni 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen met hun advocaten en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de vrouw en van de zijde van de man zijn pleitnotities overgelegd. De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt. Feiten - Partijen zijn gehuwd op [dag] 2015 te [plaats 1] , België. - Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] , [geboorteland] , - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] , [geboorteland] . - De kinderen verblijven op dit moment in de echtelijke woning met de ouders. - De man heeft de Nederlandse en de Marokkaanse nationaliteit en de vrouw heeft de Belgische en de Marokkaanse nationaliteit. Verzoek en verweer De vrouw verzoekt, na wijziging: - te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd; - te bepalen dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] , [adres] , met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; - een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 1.130,- per maand vast te stellen, bij vooruitbetaling voor de 25e van de maand te voldoen, met ingang van datum verzoekschrift, althans een bijdrage en ingangsdatum zoals de rechtbank in goede justitie juist acht; - een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 2.000,- bruto per maand vast te stellen, bij vooruitbetaling voor de 25e van de maand te voldoen, met ingang van datum verzoekschrift, althans een bijdrage en ingangsdatum zoals de rechtbank in goede justitie juist acht; Kosten rechtens. De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Ook verzoekt de man zelfstandig: - primair te bepalen dat partijen gaan birdnesten waarbij de man en de vrouw om de beurt een week in de echtelijke woning verblijven waarbij het wisselmoment zondagmiddag om 15.00 uur is; - subsidiair te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen aan de man worden toevertrouwd en de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] , [adres] , met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; - meer subsidiair te bepalen dat de kinderen in de even weken bij de man zullen verblijven, waarbij het overdrachtsmoment op zondag om 15.00 uur is; - meer meer subsidiair te bepalen dat de kinderen in de even weken van maandag tot en met vrijdag uit school tot 20.00 uur en zaterdag en zondag van 9.00 uur tot 20.00 uur en de helft van de vakanties en de feestdagen bij de man zullen verblijven; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige- voorzieningenprocedure Nederlands recht toe. Toevertrouwing kinderen en uitsluitend gebruik van de echtelijke woning De vrouw wenst dat de kinderen aan haar worden toevertrouwd en dat zij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning krijgt. De vrouw voert daartoe aan dat zij en de man een traditioneel huwelijk hadden waarbij zij volledig verantwoordelijk was voor de dagelijkse zorg voor de kinderen en de man de kostwinner was. De betrokkenheid van de man beperkte zich tot de sportactiviteiten van de kinderen en recreatieve uitjes. Volgens de vrouw is zij gedurende het huwelijk mishandeld door de man. De man had regelmatig last van plotselinge woedeaanvallen en was onvoorspelbaar in zijn gedrag. Zij heeft daarvan pas begin 2024 melding durven te maken bij haar huisarts. De sfeer in huis wordt inmiddels steeds grimmiger en de vrouw wil niet dat de kinderen nog langer blootgesteld worden aan de onveilige situatie. Het baart de vrouw zorgen dat [minderjarige 2] angstig is voor de man en niet alleen met hem gelaten wil worden. De vrouw wil samen met de kinderen in de voor hen vertrouwde woonsituatie blijven, totdat zij een eigen zelfstandige woonruimte heeft. De man heeft zijn familie en netwerk hier in Nederland waar hij naar toe kan gaan, terwijl zij hier geen familie heeft en dus geen alternatieve verblijfplek. De man wil graag dat een birdnestregeling wordt vastgesteld. Volgens de man is het voordeel daarvan dat de kinderen in de echtelijke woning kunnen blijven, wat de kinderen rust zal geven. Partijen zullen om de beurt een week elders moeten gaan logeren. Dat is volgens de man goed mogelijk, omdat hij bij zijn moeder in [plaats 3] kan logeren en de vrouw bij haar moeder in [plaats 4] . De man betwist nadrukkelijk dat er sprake is geweest van huiselijk geweld en dat de situatie in huis niet veilig zou zijn. Er moet volgens de man geen waarde gehecht worden aan de verklaring van de vrouw bij de huisarts. De vrouw probeert hem in een kwaad daglicht te stellen met als doel het contact tussen hem en de kinderen te beperken. Volgens de man is hij, net als de vrouw, nauw betrokken bij de zorg voor de kinderen. Hij haalt de kinderen vaak op uit school, op maandag traint hij het voetbalteam van [minderjarige 1] en aansluitend gaat hij met [minderjarige 1] naar zijn schaakles, op dinsdag en donderdag gaat hij met [minderjarige 1] naar kickboksen, op woensdag gaat hij met [minderjarige 1] naar voetbaltraining en op zaterdagochtend is hij als scheidrechter of coach aanwezig bij de voetbalwedstrijd van [minderjarige 1] . Verder brengt hij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op zondag naar Arabische les en onderneemt hij uitjes met de kinderen in het weekend. Subsidiair verzoekt de man hem het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen en de kinderen aan hem toe te vertrouwen. De rechtbank overweegt dat zij het niet in het belang van de kinderen acht als partijen de woning voorlopig nog zullen delen en een birdnestregeling zullen uitvoeren. Voor birdnesting is een goed onderling contact en overleg tussen de ouders nodig, zonder dat er telkens ruis op de lijn komt. De rechtbank ziet hiervoor op dit moment geen mogelijkheden bij partijen. Dit zou betekenen dat partijen zich nog steeds in elkaars omgeving bevinden en in elkaars nabijheid leven en dat is in dit geval niet wenselijk. De rechtbank zal daarom beslissen over het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de toevertrouwing van de kinderen en daarvoor een belangenafweging moeten maken. Omdat er sprake was van een traditioneel huwelijk en de vrouw, anders dan de man, geen familie in de omgeving heeft wonen, oordeelt de rechtbank dat de kinderen aan haar worden toevertrouwd en dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar wordt toegekend. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de vrouw geen (betaald) werk heeft en de man wel, zodat de rechtbank het aannemelijk vindt dat de vrouw tijdens het huwelijk meer verzorgingstaken op zich nam dan de man. Ook weegt de rechtbank mee dat het onbetwist is dat [minderjarige 2] zeer aan de vrouw hangt. Voorlopige zorgregeling Voor het geval de kinderen aan de vrouw toevertrouwd worden en aan de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning wordt toegekend, verzoekt de man om een voorlopige zorgregeling vast te stellen, die inhoudt dat de kinderen in de even weken bij hem zullen zijn, waarbij het overdrachtsmoment op zondag om 15.00 uur is. De man heeft daarbij aangegeven dat hij dan tijdelijk bij zijn moeder in [plaats 3] gaat logeren en dat de kinderen daar ook kunnen verblijven en overnachten. De rechtbank overweegt dat uit de stukken blijkt dat de man heel veel van de buitenschoolse activiteiten van [minderjarige 1] voor zijn rekening nam zoals de voetbal en het kickboksen. De vrouw heeft op de zitting aangegeven dat zij het prima vindt als dat wordt voortgezet. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de man deze taken voor zijn rekening zal blijven nemen. Daarnaast is het nog de vraag welke voorlopige zorgregeling er moet gelden tussen de man en de kinderen. De vrouw heeft op de zitting te kennen gegeven dat zij mee wil werken aan een ruime zorgregeling, maar ook dat de kinderen thuis bij haar moeten blijven slapen. De vrouw voert daarvoor aan dat de man niet eerder de dagelijkse zorg voor de kinderen heeft gehad. Ook maakt zij zich zorgen over de mentale gesteldheid van de man en het effect daarvan op de kinderen. De rechtbank volgt de vrouw hierin niet. De vrouw heeft met geen enkel argument onderbouwd waarom de kinderen niet gewoon volgens een normale regeling ook bij de man kunnen slapen. De overnachting zal in het huis van oma vaderszijde zijn, waar de kinderen vaker zijn geweest en op de zitting heeft de vrouw verklaard dat oma vaderszijde een goede oma is voor de kinderen. Dit maakt dat de rechtbank geen bezwaren ziet voor een regeling met overnachting. Alles afwegende zal de rechtbank bepalen dat de kinderen voorlopig bij de man zullen zijn, één keer in de twee weken een weekend van vrijdag uit school tot zondagavond 18.30 uur en iedere week van woensdag uit school tot donderdagochtend naar school. Voorlopige kinderalimentatie De vrouw verzoekt een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen van € 1.130,- per maand. De man voert verweer. Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Als de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken. De hoogte van de voorlopige kinderalimentatie moet worden afgestemd op de behoefte van de kinderen en op de draagkracht van de ouders. Bij de vaststelling van de voorlopige kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen (hierna: het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s. Behoefte Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van de kinderen € 632,- per maand per kind bedraagt. De rechtbank zal daar ook van uitgaan. De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen partijen moet worden verdeeld. Draagkracht vrouw Om redenen die de rechtbank hierna uiteen zal zetten zal de rechtbank aan de zijde van de vrouw rekening houden met een inkomen van € 2.000,- bruto per maand. Omdat de man nog staat ingeschreven op het adres van de echtelijke woning zal de rechtbank in het kader van deze voorlopige voorzieningen procedure geen rekening houden met het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop, omdat de vrouw daar nog geen aanspraak op kan maken. Dit verandert pas als de man zou worden uitgeschreven op het adres van de echtelijke woning of als de vrouw andere woonruimte heeft voor haar en de kinderen en daar wordt ingeschreven. Als dat gebeurt, kunnen partijen zelf een nieuwe berekening maken. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank het NBI van de vrouw in 2025 op € 1.917,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening. De rechtbank houdt aan de zijde van de vrouw geen rekening met de combinatiekorting, omdat de B.V. van de man voor de vrouw een ontslagvergunning heeft aangevraagd. Bij een NBI van € 1.875,- tot € 2.125,- per maand wordt de draagkracht bepaald op een vast bedrag uit de draagkrachttabel, afhankelijk van de hoogte van het NBI. Omdat het NBI tussen € 1.875,- en € 1.925,- bedraagt, zal de rechtbank met toepassing van de draagkrachttabel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.