← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:18971

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL25.4821 (beroep) en NL25.4822 (voorlopige voorziening) V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , van Soedanese nationaliteit, eiser en verzoeker, hierna: eiser (gemachtigde: mr. A.W. IJland), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. R.R. Scholtens). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 10 januari 2025 (het bestreden besluit). Met dat besluit heeft verweerder de asielaanvraag voor bepaalde tijd van eiser ingewilligd en daarbij [geboortedag 2] 2002 als geboortedatum vermeld. Het beroep richt zich in de kern tegen de leeftijdsbepaling; verweerder gaat volgens eiser uit van een onjuiste geboortedatum. 1.
  2. Daarnaast beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek dat – kort gezegd – ertoe strekt de geboortedatum van eiser tijdens het beroep vast te stellen op [geboortedag 1]
  3. 1.
  4. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  5. De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep op 29 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Ifzaren als tolk in de taal Arabisch/Soedanees, [voogd] als voogd van eiser bij Nidos (hierna: Nidos-voogd), en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank
  6. De rechtbank beoordeelt of verweerder de geboortedatum van eiser terecht heeft vastgesteld op [geboortedag 2]
  7. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
  8. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Waar gaat deze zaak over?
  9. Eiser heeft op 25 september 2023 een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarbij heeft eiser vermeld dat zijn geboortedatum 22 januari 2007 is. 4.
  10. Drie medewerkers van de AVIM1 hebben op 25 september 2023 een leeftijdsschouw verricht en geconcludeerd dat er twijfel bestaat over eisers gestelde minderjarigheid en dat verder onderzoek naar de leeftijd zal plaatsvinden. 4.
  11. Tijdens het aanmeldgehoor op 13 april 2024 heeft één medewerker van de IND2 een leeftijdsschouw verricht en geconcludeerd dat eiser evident minderjarig is. 4.
  12. Verweerder heeft vervolgens een nader onderzoek opgestart en informatie opgevraagd bij de autoriteiten in Italië.3 De Italiaanse autoriteiten hebben informatie gestuurd waaruit blijkt dat eiser staat geregistreerd onder de volgende alias: [familienaam] (familienaam), [naam] (voornaam), [geboortedag 1] 2002 (geboortedatum) en Soedan (nationaliteit). Verder blijkt uit die informatie (onder meer) dat eiser niet heeft verzocht om internationale bescherming, er geen leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden en er geen documenten beschikbaar zijn. 4.
  13. Verweerder heeft met het bestreden besluit de asielaanvraag van eiser ingewilligd. Daarbij heeft verweerder de door eiser opgegeven geboortedatum van [geboortedag 2] 2007 niet geloofwaardig geacht. In plaats daarvan heeft verweerder de in Italië geregistreerde geboortedatum van [geboortedag 2] 2002 overgenomen. Daarmee gaat verweerder ervan uit dat eiser ten tijde van de asielaanvraag meerderjarig was. Waarom is eiser het niet eens met het bestreden besluit?
  14. Eiser is het niet eens met de vermelding van de geboortedatum van [geboortedag 2] 2002 en wil dat verweerder zijn geboortedatum aanpast naar [geboortedag 2]
  15. Daartoe voert eiser het volgende aan. 5.
  16. Verweerder heeft de geboortedatum van eiser onzorgvuldig vastgesteld. Verweerder heeft geen onderzoek verricht naar de omstandigheden waaronder de leeftijdsregistratie in Italië tot stand is gekomen. Er ontbreekt verder een weging van de relevante feiten en omstandigheden, waaronder de verklaringen van eiser over zijn leeftijd en de leeftijdsregistratie in Italië. Ook had verweerder een medisch leeftijdsonderzoek moeten laten verrichten. 5.
  17. Tot slot heeft eiser na het bestreden besluit documenten overgelegd: op 23 april 2025 scans van gestelde identificatiebewijzen van hemzelf en zijn moeder waaruit de door eiser gestelde geboortedatum blijkt, en op 28 april 2025 een verklaring van de Nidos-voogd.
  18. Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel. 2 Immigratie- en Naturalisatiedienst. 3 Op grond van artikel 34 van de Dublinverordening (Verordening nr. (EU) 604/2013). Wat is het oordeel van de rechtbank? Had verweerder nader onderzoek moeten doen naar de omstandigheden waaronder de leeftijdsregistratie in Italië tot stand is gekomen?
  19. Verweerder heeft van de Italiaanse autoriteiten informatie ontvangen over de leeftijdsregistratie van eiser in Italië (zie onder 4.3). Uit die informatie volgt, en dit heeft verweerder op zitting bevestigd, dat de Italiaanse leeftijdsregistratie is gebaseerd op verklaringen van eiser. Eiser heeft herhaaldelijk verklaard dat er tijdens de leeftijdsregistratie geen tolk aanwezig was, niemand Arabisch sprak en dat hij zelf “doodmoe” was. Dit heeft eiser niet alleen tijdens het aanmeldgehoor en het nader gehoor verklaard, maar ook in zijn beroepschrift en op de zitting. 6.
  20. Verweerder heeft desgevraagd op de zitting verklaard dat hij niet bij de Italiaanse autoriteiten heeft onderzocht hoe de verklaring van eiser daar tot stand is gekomen. Volgens verweerder hoeft hij dat ook niet te doen; het volstaat dat hij aan eiser vraagt hoe de leeftijdsregistratie tot stand is gekomen, waarna eiser een plausibele verklaring moet geven.
  21. De rechtbank volgt verweerder hierin niet, omdat dit niet in overeenstemming is met het beoordelingskader voor leeftijdsbepaling van vreemdelingen, zoals beschreven in de Afdelingsuitspraak.4 Bij twijfel over de minderjarigheid van een vreemdeling moet verweerder uitgaan van het vermoeden dat de vreemdeling minderjarig is. In dat geval is het de verantwoordelijkheid van verweerder om dit vermoeden te ontzenuwen, door middel van nader onderzoek, eventueel in samenwerking met andere lidstaten.5 Als blijkt dat er een leeftijdsregistratie is uit een andere lidstaat en hieraan uitsluitend een verklaring van de vreemdeling zelf ten grondslag ligt, dan moet verweerder informeren onder welke omstandigheden die verklaring is afgelegd.6 7.
  22. Naar het oordeel van de rechtbank had verweerder in dit geval niet alleen mogen kijken naar de Italiaanse leeftijdsregistratie. Verweerder had ook nader onderzoek moeten doen naar de omstandigheden waaronder de leeftijdsregistratie in Italië tot stand is gekomen. Verweerder had bij de Italiaanse autoriteiten moeten navragen of er tijdens de leeftijdsregistratie een tolk aanwezig was die Arabisch sprak, aangezien dit niet blijkt uit de ontvangen informatie. Dit is essentieel om te kunnen beoordelen of de leeftijdsregistratie betrouwbaar is en of daaraan doorslaggevend gewicht kan worden gehecht. Verweerder heeft dit onderzoek ten onrechte niet verricht. Daarbij komt nog dat de naam van eiser in de Italiaanse registratie niet volledig is vermeld. Hoewel verweerder op zitting heeft aangevoerd dat een deel van eisers naam en nationaliteit wel correct is geregistreerd, betekent dit niet automatisch dat ook de geboortedatum klopt. 7.
  23. Omdat verweerder geen nader onderzoek heeft gedaan bij de Italiaanse autoriteiten over de wijze waarop de leeftijdsbepaling in Italië tot stand is gekomen, heeft verweerder de leeftijdsbepaling onvoldoende zorgvuldig onderzocht en ondeugdelijk gemotiveerd in het bestreden besluit. Verweerder moet daarom alsnog de Italiaanse autoriteiten raadplegen over de wijze waarop de leeftijd vaststelling heeft plaatsgevonden. 4 De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992 (Afdelingsuitspraak). 5 Dit volgt uit overweging 7.2 van de Afdelingsuitspraak. 6 Dit volgt uit overweging 7.3 van de Afdelingsuitspraak. 7.
  24. De beroepsgrond slaagt. Heeft verweerder in het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd waarom eiser meerderjarig is?
  25. Verweerder heeft geen inzichtelijke weging gemaakt van alle relevante feiten en omstandigheden bij de beoordeling van eisers leeftijd. Gezien de Afdelingsuitspraak heeft verweerder dit ten onrechte nagelaten en dat is onzorgvuldig. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom hij meer waarde hecht aan de Italiaanse leeftijdsregistratie en eisers wisselende verklaringen over zijn leeftijd7 dan aan eisers eigen verklaringen over de gang van zaken rond de Italiaanse leeftijdsregistratie, de IND-schouw, de AVIM-schouw en de verklaringen van eiser zelf. 8.
  26. Tijdens de zitting heeft verweerder nog verklaard dat Bureau Documenten de scan van het identificatiebewijs van eiser er opmerkelijk vindt uitzien, en dat vermoed wordt dat het originele document negatief beoordeeld zal worden.8 Verder heeft verweerder opgemerkt dat aan de verklaring van de Nidos-voogd beperkte waarde kan worden gehecht, omdat dit volgens hem geen objectief bewijsstuk is waaruit eisers leeftijd blijkt. Deze toelichtingen maken echter nog steeds niet duidelijk hoe verweerder alle relevante feiten en omstandigheden tegen elkaar heeft afgewogen. Een zorgvuldige weging vereist namelijk dat inzichtelijk wordt gemaakt waarom aan bepaalde feiten en omstandigheden meer of minder gewicht wordt toegekend en wat de gevolgen daarvan zijn voor de uiteindelijke beoordeling van de leeftijd van eiser. 8.
  27. Verweerder heeft het bestreden besluit niet alleen onvoldoende gemotiveerd omdat hij de Italiaanse autoriteiten niet heeft geraadpleegd (zie onder 7.2), maar heeft ook geen inzichtelijke afweging gemaakt van alle relevante feiten en omstandigheden bij de beoordeling van eisers leeftijd (zie onder 8). Verweerder moet daarom alsnog deze weging maken. 8.
  28. De beroepsgrond slaagt. Had verweerder een medisch leeftijdsonderzoek moeten aanbieden?
  29. Verweerder heeft in het verweerschrift aangevoerd dat hij geen medisch leeftijdsonderzoek hoefde aan te bieden aan eiser, omdat bij raadpleging van Eurodac9 een Italiaanse leeftijdsregistratie van eiser is aangetroffen. Daarbij verwijst verweerder naar paragraaf 3.7 van WI10 2025/
  30. 9.
  31. De rechtbank merkt op dat verweerders beleid over het aanbieden van een leeftijdsonderzoek bij een alleenstaande minderjarige vreemdeling is vastgelegd in paragraaf C1/2.2 van de Vc
  32. Dit beleid is nader uitgewerkt in paragraaf 3.7 van WI 2025/
  33. In 7 De inconsistente verklaringen van eiser over zijn leeftijd zowel ten tijde van de leeftijdsregistratie in Italië als tijdens de schoolgang zoals afgelegd bij de aanvraag bij de AVIM op 25 september 2023 en het aanmeldgehoor bij de IND op 13 april 2024, aldus verweerder in het bestreden besluit. 8 Zo volgt eveneens uit de e-mail van Bureau Documenten van 24 april
  34. 9 De vingerafdrukdatabank van de Europese Unie. 10 Werkinstructie (WI). 11 Vreemdelingencirculaire (Vc)
  35. deze paragraaf staat als voorwaarde dat een medisch leeftijdsonderzoek pas wordt aangeboden als een bevraging van de vingerafdrukken in Eurodac geen hit oplevert. Deze voorwaarde ontbreekt in paragraaf C1/2.2 van de Vc
  36. Aan de orde is of de voorwaarde in paragraaf 3.7 van WI 2025/1 in overeenstemming is met paragraaf C1/2.2 van de Vc 2000.. 9.
  37. Verweerder heeft desgevraagd op de zitting verklaard dat het leeftijdsonderzoek in paragraaf C1/2.2 van de Vc 2000 breder is dan het medisch leeftijdsonderzoek in paragraaf 3.7 van de WI 2025/
  38. Volgens hem omvat het leeftijdsonderzoek in de Vc 2000 ook onderzoek naar gegevens uit andere lidstaten, zoals de Italiaanse leeftijdsregistratie.
  39. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder niet en overweegt daartoe als volgt. 10.
  40. Allereerst verwijst paragraaf C1/2.2 van de Vc 2000 – net als paragraaf 3.7 van de WI 2025/1 – naar een leeftijdsonderzoek als bedoeld in artikel 3.109d, tweede lid, van het Vb
  41. Dat artikel verwijst uitdrukkelijk naar een medisch leeftijdsonderzoek. Verweerders stelling dat het in de Vc 2000 om een breder leeftijdsonderzoek zou gaan, is dus niet juist en tegenstrijdig met eigen beleid. 10.
  42. Daarnaast is het volgende van belang. De Vc 2000 bevat beleidsregels waaraan verweerder gebonden is.13 Verweerder gebruikt werkinstructies, zoals WI 2025/1, om medewerkers van de IND14 te ondersteunen bij hun werkzaamheden en om het beleid op een correcte en eenduidige wijze uit te voeren.15 Een werkinstructie is dus een nadere uitwerking van het beleid in de Vc 2000 en moet in overeenstemming zijn met dat beleid. Een werkinstructie mag het beleid niet tegenspreken of uitbreiden met aanvullende voorwaarden, vereisten of criteria. 10.
  43. In paragraaf C1/2.2 van de Vc 2000 is duidelijk vermeld dat uitsluitend op basis van de genoemde voorwaarden in die paragraaf wordt beoordeeld of een medisch leeftijdsonderzoek wordt aangeboden. De voorwaarde dat een medisch leeftijdsonderzoek pas wordt aangeboden als een bevraging van de vingerafdrukken in Eurodac geen hit oplevert staat daar niet bij vermeld. Verweerder hanteert in paragraaf 3.7 van WI 2025/1 dus een voorwaarde die in strijd is met paragraaf C1/2.2 van de Vc
  44. Deze afwijking van het beleid werkt bovendien in het nadeel uit van de vreemdeling. Dat is niet toegestaan. 10.
  45. Verweerder heeft daarom ondeugdelijk gemotiveerd waarom hij geen medisch leeftijdsonderzoek aan eiser heeft aangeboden. Verweerder moet daarom de vraag of een medisch leeftijdsonderzoek moet worden aangeboden opnieuw beoordelen. Daarbij moet hij uitgaan van de relevante wet- en regelgeving en zijn beleid, zoals beschreven in paragraaf C1/2.2 van de Vc
  46. Verweerder mag daarbij een werkinstructie, zoals WI 2025/1, betrekken, maar slechts voor zover die geen ontoelaatbare afwijking vormt van het geldende beleid. 12 Vreemdelingenbesluit
  47. Artikel 3.109d, tweede lid, van het Vb 2000 is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak. 13 Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 14 Immigratie- en Naturalisatiedienst. 15 Zie disclaimer op pagina 11 van WI 2025/
  48. 10.
  49. De beroepsgrond slaagt. Moet verweerder een verblijfsvergunning asiel toekennen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000?
  50. Eiser heeft in beroep geen enkele toelichting gegeven op deze beroepsgrond. De gemachtigde van eiser heeft zich desgevraagd gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 11.
  51. Omdat eiser deze beroepsgrond niet heeft toegelicht, slaagt deze niet. Conclusie en gevolgen
  52. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. De leeftijdsbepaling in het bestreden besluit is onvoldoende zorgvuldig onderzocht en ondeugdelijk gemotiveerd doordat de Italiaanse autoriteiten niet zijn geraadpleegd over de wijze waarop de leeftijd vaststelling heeft plaatsgevonden en hij niet alle feiten en omstandigheden bij zijn beoordeling heeft betrokken. Ook heeft verweerder ondeugdelijk gemotiveerd dat hij geen medisch leeftijdsonderzoek had moeten aanbieden.
  53. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover dat betrekking heeft op de leeftijdsbepaling, omdat het in zoverre in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
  54. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om zelf een beslissing over de geboortedatum of het medisch leeftijdsonderzoek te nemen. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak, tenzij verweerder overtuigd is van de door eiser gestelde minderjarige leeftijd en de geboortedatum van eiser alsnog vaststelt op [geboortedag 2]
  55. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van twaalf weken.
  56. In verband met het nieuw te nemen besluit overweegt de rechtbank nog het volgende. Aannemelijk is dat het eiser niet lukt om een origineel identificatiebewijs binnen afzienbare tijd naar verweerder te sturen. Hij heeft namelijk aannemelijk gemaakt dat zijn familie in Soedan hem het document vanwege de onveilige situatie daar niet kan opsturen. Eiser heeft wel scans van zijn identificatiebewijs en die van zijn moeder overgelegd. Volgens verweerder doet Bureau Documenten geen echtheidsonderzoek op deze scans, maar kan het deze wel, voor zover mogelijk, onderzoeken en een schriftelijke verklaring hierover afgeven. De rechtbank draagt aan verweerder op om deze scans te laten onderzoeken door Bureau Documenten en over dat onderzoek een schriftelijke verklaring te laten opstellen.16 De rechtbank merkt op dat deze schriftelijke verklaring bij de beoordeling van de leeftijd van eiser moet worden betrokken, evenals de eerder overlegde verklaring van de Nidos- voogd
  57. 15.
  58. Als eiser binnen de genoemde termijn van twaalf weken zijn originele (en fysieke) identificatiebewijs ontvangt, moet hij verweerder hierover informeren en het document op de manier sturen die verweerder heeft vermeld in zijn brief van 24 april
  59. In dat geval 16 Op grond van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb. 17 Zoals opgenomen in de e-mail van 28 april
  60. moet verweerder een echtheidsonderzoek uitvoeren op dat fysieke document. Dit was verweerder in dat geval al van plan, zo blijkt uit de brief van 24 april
  61. Omdat verweerder eerst een nieuw besluit moet nemen over de leeftijdsbepaling van eiser, wijst de rechtbank het verzoek van eiser af om zijn geboortedatum vast te stellen op [geboortedag 2]
  62. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank, in de zaak met zaaknummer NL25.4821: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit voor zover dat betrekking heeft op de leeftijdsbepaling van eiser; draagt verweerder op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, voor zover dat betrekking heeft op de leeftijdsbepaling van eiser, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak; veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser. De voorzieningenrechter, in de zaak met zaaknummer NL25.4822: wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. Q.M.J.A. Crul, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hayas, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Zaaknummers: NL25.4821 en NL25.4822 Inzake: [eiser] 10 Bijlage Artikel 3.109d, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 Onze minister kan in het kader van de behandeling van de aanvraag van een alleenstaande minderjarige vreemdeling tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd besluiten om door middel van een medisch onderzoek zijn gestelde minderjarigheid vast te stellen, wanneer Onze Minister, nadat er een algemene verklaring is afgelegd of andere relevante aanwijzingen zijn, twijfels heeft over diens leeftijd. Voor dit onderzoek is de schriftelijke toestemming van de vreemdeling vereist. Als het onderzoek deze twijfels niet wegneemt, wordt ervan uitgegaan dat de aanvrager minderjarig is. Documentcode: DSR49747642

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.