← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:18976

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL22.7825 tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer] , (gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. N. Metalsi). Inleiding 1.

  1. Bij besluit van 6 november 2020 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) afgewezen. 1.
  2. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Bij uitspraak van 7 januari 2021 (NL20.19736) heeft deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, het beroep van eiser gegrond verklaard, het besluit van 6 november 2020 vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag. 1.
  3. Op 5 april 2022 heeft verweerder de asielaanvraag opnieuw afgewezen (het bestreden besluit). Tevens heeft verweerder bepaald dat aan eiser niet ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend en dat hij geen uitstel van vertrek krijgt. Het bestreden besluit omvat tevens een terugkeerbesluit. 1.
  4. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Op 31 mei 2022 heeft hij beroepsgronden ingediend. 1.
  5. Verweerder heeft op 26 november 2024 een verweerschrift ingediend. 1.
  6. De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Aziz als tolk en de gemachtigde van verweerder. Totstandkoming van het besluit Het asielrelaas 2.
  7. Eiser is van Iraakse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum]
  8. Hij heeft op 6 augustus 2020 een asielaanvraag ingediend. 2.
  9. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij heeft zich afgewend van de islam en ziet zichzelf als een ongelovige. De onderdrukking door zijn familie, die streng in de islamitische leer is, heeft een rol gespeeld in zijn afwending van de islam. Ook vrouwenbesnijdenis heeft hierbij een rol gespeeld, toen hij van dichtbij meemaakte hoe zijn tante daarmee te maken kreeg. Vanwege zijn afwending van de islam heeft eiser problemen gekregen met zijn familie. Eiser heeft zich kort georiënteerd op het christendom door in [plaats] naar de kerk te gaan. Eisers familie is erachter gekomen dat hij naar de kerk is geweest. Eiser is door zijn vader en oom bedreigd met de dood en zijn vader heeft daarnaast geld van hem afgepakt. Ook nadat eiser uit Irak is gevlucht, heeft hij dreigementen ontvangen. 3.
  10. In haar uitspraak van 7 januari 2021 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, geoordeeld dat verweerder in het besluit van 6 november 2020 onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eisers afwending van de islam ongeloofwaardig is. Dat dit standpunt van verweerder onvoldoende is gemotiveerd, maakt ook dat eisers problemen met zijn familie mogelijk in een ander licht komen te staan. 3.
  11. Eiser is op 14 juli 2021 aanvullend gehoord. Op 5 april 2022 heeft verweerder het onderhavige besluit genomen. Het bestreden besluit 4.
  12. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: identiteit, nationaliteit en herkomst; afwending van de islam; problemen van de zijde van de familie vanaf januari
  13. 4.
  14. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder acht de verklaringen dat eiser zich heeft afgewend van de islam ook geloofwaardig. Verweerder acht de door eiser ondervonden problemen van de zijde van zijn familie ongeloofwaardig. 4.
  15. Volgens verweerder is eiser geen vluchteling als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Eiser is afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) in Irak. Hij behoort in de KAR niet tot een risicogroep. Het enkele feit dat hij zich heeft afgewend van de islam leidt niet tot een gegronde vrees voor vervolging bij terugkeer naar de KAR. Verwezen wordt naar het Algemeen Ambtsbericht over Irak van 20 oktober 2021, waaruit blijkt dat het in de Koerdische regio tot minder problemen zou leiden om van de islam tot een andere religie te bekeren dan in de rest van het land. Nu de problemen die eiser stelt te hebben ondervonden voorafgaand aan zijn vertrek niet gevolgd worden, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer te vrezen heeft voor zijn familie. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). 4.
  16. Volgens verweerder loopt eiser bij terugkeer naar Irak geen reëel risico op ernstige schade, omdat de problemen die hij stelt te ondervinden van de zijde van zijn familie niet geloofwaardig zijn. Eiser komt daarom ook niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Beoordeling door de rechtbank 5.
  17. Eiser voert aan dat verweerder de problemen die hij van de zijde van zijn familie heeft ondervonden ten onrechte ongeloofwaardig acht. Nu eiser geloofwaardig heeft verklaard over de problemen die hij vanaf zijn jeugd tot aan zijn vertrek met zijn familie heeft gehad en deze problemen mede aanleiding zijn geweest voor eiser om zich af te keren van de islam, valt niet in te zien waarom verweerder de vrees voor zijn familie niet geloofwaardig vindt. Het bestreden besluit is op dit punt onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd. Eiser kan zich ook niet verenigen met het feit dat zijn verklaringen tijdens het nader gehoor op 1 november 2020 en het aanvullend gehoor op 14 juli 2021 tot aan het kleinste detail met elkaar zijn vergeleken. Eiser heeft tijdens het aanvullend gehoor verklaard dat hij zich niet meer alle details kan herinneren. Verder stelt verweerder zich ten onrechte op het standpunt dat niet geloofwaardig is dat eisers vader de poging tot aangifte niet ter ore is gekomen en dat het niet aannemelijk is dat zijn familie hem niet eerder op het spoor is gekomen dan op de dag van vertrek. Verweerder heeft verder ten onrechte niet beoordeeld of eisers verklaringen over de gebeurtenis op 28 september 2018 al dan niet geloofwaardig zijn. Eiser kan zijn verklaringen onderbouwen met ondersteunend bewijs in de vorm van de dreigende whatsappberichten die zijn vader hem heeft verstuurd. 5.
  18. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte niet heeft beoordeeld of de verklaringen van eiser over de gebeurtenis op 28 september 2018 geloofwaardig zijn. De gebeurtenis op 28 september 2018 is een belangrijk element in het relaas van eiser. Hij heeft verklaard dat hij op 28 september 2018 samen met een tussenpersoon een gesprek zou hebben met zijn familie om het conflict tussen hen op te lossen, maar dat deze ontmoeting niet is doorgegaan, omdat [naam] erachter zou zijn gekomen dat de bedoelingen van eisers familie niet oprecht waren. Zijn familie wilde niet met eiser praten, maar hem vermoorden. Eiser wijst erop dat de gebeurtenis op 28 september 2018 voor hem aanleiding is geweest om uit Irak te vertrekken, maar dat hij pas kon vertrekken toen hij voldoende middelen had. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat de geloofwaardigheid van de gebeurtenis op 28 september 2018 in het midden kan worden gelaten. Eiser wijst er terecht op dat als verweerder het geloofwaardig vindt dat eiser die dag in overleg met zijn familie wilde, maar dit na de waarschuwing van zijn vriend niet heeft gedaan, dit kan bijdragen aan de conclusie dat eisers familie boos op hem is en naar hem op zoek is. Het geloofwaardig achten van de gebeurtenis op 28 september 2018 kan er dus toe leiden dat eisers gestelde problemen met zijn familie aannemelijk worden geacht. Hierbij is van belang dat verweerder geloofwaardig acht dat eiser afvallig is en dat zijn familie streng gelovig en invloedrijk is. Verweerder dient daarom de geloofwaardigheid van de gestelde gebeurtenis op 28 september 2018 alsnog te beoordelen, desgewenst in samenhang met de verdere verklaringen van eiser over de problemen met zijn familie. Ten aanzien van het standpunt van verweerder dat eiser erg algemeen heeft verklaard over de gebeurtenis op 28 september 2018 wijst de rechtbank erop dat verweerder in het aanvullend gehoor hierover geen vragen aan eiser heeft gesteld. Voor zover verweerder zich op het standpunt stelt dat het onduidelijk is gebleven wat er op 28 september 2018 is gebeurd, is het in beginsel aan verweerder om eiser hierover aanvullend te horen. 5.
  19. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen dat hij op dezelfde locatie is blijven werken en dat het daarom ongeloofwaardig is dat zijn familie hem al die tijd niet heeft gevonden (bladzijde 3 van het bestreden besluit). Eiser heeft volgens bladzijde 16 van het rapport van het nader gehoor verklaard dat hij in de gaten werd gehouden en niet naar de autohandel kon en daarom op straat ging werken. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat hij dus niet meer in de garage werkte waar hij jaren heeft gewerkt, maar op straat op verschillende plekken auto’s verkocht. Hij heeft verder verklaard dat [plaats] twee keer zo groot is als Amsterdam en dat iemand daarom langere tijd onvindbaar kan blijven. Eiser wijst er verder op dat zich bij [plaats] het grootste bedrijventerrein met autohandels in Irak bevindt en dat daar duizenden bedrijven in een zeer groot gebied aanwezig zijn. Zo gemakkelijk te vinden was eiser naar eigen zeggen dus niet. Hij wijst er verder nog op dat verweerder het op zichzelf geloofwaardig acht dat hij nog een tijd moest doorwerken om zijn reis te kunnen betalen. Ook deze verklaringen dient verweerder bij de besluitvorming te betrekken. 5.
  20. Verder geldt dat verweerder de inhoud van de door eiser overgelegde whatsappberichten in samenhang met eisers verklaringen moet beoordelen. De enkele stelling van verweerder dat aan de door eiser overgelegde whatsappberichten niet de gewenste waarde kan worden gehecht, aangezien die berichten niet objectief verifieerbaar zijn, is onvoldoende. In reactie op het standpunt van verweerder dat niet is gebleken dat eiser na 2019 nog bedreigingen van zijn familie heeft ontvangen, heeft eiser zich op het standpunt gesteld dat hij een nieuw telefoonnummer heeft. Ook deze verklaring dient verweerder te betrekken bij de besluitvorming. Tussenconclusie en geschilbeslechting 6.
  21. Gelet op wat hiervoor is overwogen heeft verweerder het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Het bestreden besluit is dus genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en moet worden vernietigd. De verdere beroepsgronden hoeven niet beoordeeld te worden. 6.
  22. Op grond van artikel 8:41a van de Awb beslecht de rechtbank het haar voorgelegde geschil zoveel mogelijk definitief. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan zij het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Hierbij is van belang dat de asielprocedure van eiser al lang loopt en dat toepassing van de bestuurlijke lus eraan kan bijdragen dat deze procedure sneller wordt afgerond. 6.
  23. De termijn waarbinnen verweerder het gebrek dient te herstellen, is afhankelijk van het nader onderzoek dat hij wil verrichten. Het staat verweerder vrij om eiser aanvullend te horen over de feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van de problemen met eisers familie. Indien verweerder hiervoor kiest, krijgt verweerder na deze tussenuitspraak tien weken de tijd om een aanvullend besluit te nemen, waarbij eiser in de gelegenheid moet worden gesteld om correcties en aanvullingen op het rapport van het aanvullend gehoor in te dienen. Indien verweerder eiser niet aanvullend wil horen, wordt van verweerder verwacht dat hij binnen zes weken een nieuw besluit neemt. Daarna zal de rechtbank bepalen hoe de procedure wordt voortgezet en partijen daarover informeren. Hoe de procedure wordt voortgezet, hangt er vooral van af of het nieuwe besluit voor eiser positief of negatief is. Alle verdere stukken in de procedure moeten zodra zij beschikbaar komen in het digitale dossier worden geplaatst. 6.
  24. De rechtbank verzoekt verweerder om binnen twee weken aan eiser en de rechtbank bekend te maken of hij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. 6.
  25. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat betekent ook dat zij over de proceskosten nu nog geen beslissing neemt. Beslissing De rechtbank: heropent het onderzoek; stelt verweerder in de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van deze uitspraak; draagt verweerder op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.