← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:19372

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL24.20880 V-nummer: [V-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres (gemachtigde: mr. M. Berg), en de minister van Buitenlandse zaken, verweerder. (gemachtigde: mr. F.H. van Zanden). Samenvatting 1.

  1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een visum kort verblijf. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.
  2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is omdat verweerder eiseres ten onrechte niet heeft gehoord. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2.
  3. Eiseres heeft op 7 september 2022 een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 27 september 2022 afgewezen, omdat niet is aangetoond dat eiseres over voldoende middelen van bestaan beschikt, het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet zijn aangetoond en het voornemen om het grondgebied van de lidstaat voor het verstrijken van het visum tijdig te verlaten niet kan worden vastgesteld. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. 2.
  4. Met het bestreden besluit van 19 april 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.
  5. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.
  6. De rechtbank heeft het beroep op 22 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] (referent), de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Eiseres was niet aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 3.
  7. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1965 en heeft de Soedanese nationaliteit. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf om een bezoek te brengen aan haar zoon, [naam] (referent). Zij zou graag haar kleinkinderen en de schoonfamilie van referent ontmoeten. 3.
  8. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat de sociale en economische binding met het land van herkomst onvoldoende is aangetoond dan wel zeer gering is gebleken. Er bestaat redelijke twijfel over het voornemen van eiseres om het grondgebied van de lidstaat te verlaten voor het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagd visum. De in artikel 32, eerste lid, van de Visumcode genoemde redenen zijn ieder afzonderlijk voldoende om een visum te weigeren. Het aangevoerde met betrekking tot het verblijfsdoel en het beschikken over financiële middelen voor de reis en het verblijf behoeft dan ook geen verdere beoordeling. Overwegingen 4.
  9. Eiseres stelt zich op het standpunt dat sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek vanwege schending van de hoorplicht. Zij heeft nadrukkelijk verzocht om gehoord te worden, althans om referent in de gelegenheid te stellen de bezwaren mondeling nader toe te lichten, indien ongegrondverklaring wordt overwogen. Eiseres woont al ongeveer 30 jaar in Egypte. Zij heeft stukken overgelegd waaruit volgt dat zij, samen met haar zus, een eigen woning heeft en eigenaar is van stukken grond in Egypte. 4.
  10. Verweerder heeft in het betreden besluit toegelicht dat meteen duidelijk was dat het bezwaar niet kan leiden tot een andere uitkomst dan die van het primaire besluit. Ten aanzien van het verzoek om een hoorzitting wordt door verweerder opgemerkt dat een hoorzitting in dit geval niet zal leiden tot een ander oordeel. Daarom heeft verweerder afgezien van het horen. 4.
  11. De rechtbank overweegt als volgt. Het horen in bezwaar moet als uitgangspunt worden genomen. Van horen mag slechts worden afgezien, als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat het in bezwaar aangevoerde niet tot een ander standpunt kan leiden dan in het primaire besluit. 4.
  12. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet gezegd kan worden dat op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk was dat het in bezwaar aangevoerde niet tot een ander standpunt kon leiden dan in het primaire besluit. Het enkele feit dat eiseres alleenstaand/ongehuwd is en geen zorgtaak heeft voor familieleden, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor het standpunt van verweerder dat niet is gebleken van sociale binding met Egypte. Naar het oordeel van de rechtbank zijn voor de conclusie van verweerder dat getwijfeld moet worden aan een tijdige terugkeer van eiseres bijkomende omstandigheden nodig en die heeft verweerder onvoldoende gegeven. De opvatting van verweerder zou er immers toe kunnen leiden dat bij geen enkele alleenstaande vrouw op leeftijd, zonder baan en zorgtaken, maar met een eigen woning, zoals eiseres, sprake kan zijn van voldoende sociale binding en dat vindt de rechtbank slecht verdedigbaar. In dit geval woont eiseres al tientallen jaren in Egypte, woont zij samen met haar zus en ontvangt zij geld van haar twee zonen waarmee ze in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Bovendien verwijst de rechtbank naar hetgeen van de zijde van eiseres naar voren is gebracht tijdens de behandeling op de zitting. Daar is bijvoorbeeld toegelicht dat referent graag in gesprek wil met verweerder en bereid is om te voldoen aan alle voorwaarden die nodig zijn. Zo heeft hij onder andere aangegeven een waarborgsom te willen betalen. Referent begrijpt niet waarom de visumaanvraag van eiseres wordt geweigerd, terwijl in andere gevallen - waarbij het zelfs gaat om vreemdelingen die uit andere, als onveilig bestempelde landen komen - wel een visum wordt toegekend. Het horen biedt bij uitstek de mogelijkheid om de intenties van eiseres nader te onderzoeken. Een hoorzitting had ook uitkomst kunnen bieden om ontbrekende informatie, bijvoorbeeld met betrekking tot de sociale binding van eiseres, boven tafel te krijgen. De rechtbank overweegt dat in een dergelijke situatie, het in het kader van een zorgvuldige besluitvorming essentieel is om referent en/of eiseres te horen. Zeker wanneer eiseres zich heeft ingespannen om verduidelijking te bieden, daarbij heeft aangeboden om meer informatie te geven indien dat nodig is en de gemachtigde van eiseres ook expliciet om een hoorzitting heeft verzocht. Verweerder had het bezwaar dan ook niet kennelijk ongegrond mogen verklaren. Conclusie en gevolgen 5.
  13. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:2 van de Awb omdat verweerder de hoorplicht heeft geschonden. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van acht weken. 5.
  14. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het besluit van 19 april 2024; - draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; - bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiseres moet vergoeden; - veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr.C. Simonis, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:
  15. Algemene wet bestuursrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.