RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/691069 / JE RK 25-1544 Datum uitspraak: 8 oktober 2025 Beschikking van de kinderrechter Bekrachtiging schriftelijke aanwijzing in de zaak van: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Gouda, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 september 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling. 1.3. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 2De feiten 2.1. [minderjarige] is erkend door de vader. 2.2. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.3. [minderjarige] woont met de moeder bij de grootmoeder moederszijde. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 januari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 3 januari 2026. 2.5. De gecertificeerde instelling heeft op 1 augustus 2025 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen: “U bent en blijft in contact met Jeugdbescherming west, hetgeen concreet inhoudt dat: U neemt deel aan gesprekken met Jeugdbescherming west; U beantwoordt de telefoon op het moment dat Jeugdbescherming west contact met u opneemt. Als u niet in de gelegenheid bent de telefoon op te nemen, belt u binnen een week (5 werkdagen) terug; U reageert binnen een week (5 werkdagen) op de e-mails of andere berichten die Jeugdbescherming west naar u stuurt.” 3Het verzoek 3.1. De gecertificeerde instelling verzoekt bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing van 1 augustus 2025 en die beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek als volgt. De gecertificeerde instelling is sinds oktober 2024 bij het gezin betrokken. De vader is afwezig in het leven van [minderjarige] . De betrokkenheid van de vader in het leven van [minderjarige] kan een positieve invloed hebben op haar ontwikkeling, namelijk voor hoe zij zichzelf ziet en haar emotionele, sociale en cognitieve ontwikkeling. Wel vindt de gecertificeerde instelling dat er eerst een kennismakingsgesprek moet plaatsvinden met de vader om de signalen uit het raadrapport met hem te kunnen bespreken. De gecertificeerde instelling wil contact met de vader opnemen om te onderzoeken welke rol hij kan spelen in het leven van [minderjarige] . Vanaf het moment dat de jeugdbeschermer betrokken is geraakt, is geprobeerd om contact te krijgen met de vader. De jeugdbeschermer heeft dit op diverse manieren geprobeerd, namelijk per mail, telefoon, SMS, Whatsapp en aangetekende brief. Ook heeft de jeugdbeschermer meerdere keren geprobeerd een afspraak in te plannen op het kantoor van de gecertificeerde instelling. De vader heeft één keer een afspraak bevestigd, maar is toen niet verschenen op de afspraak. De gecertificeerde instelling heeft op 1 augustus 2025 een schriftelijke aanwijzing gestuurd naar de vader. De vader heeft hier niet op gereageerd. Ter stimulering van [minderjarige] haar ontwikkeling en ten behoeve van haar veiligheid in het contact met de vader vereist de gecertificeerde instelling dat de vader meewerkt. De gecertificeerde instelling verzoekt daarom de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. 4De standpunten 4.1. De moeder stemt in met het verzoek. De moeder heeft aangegeven bijna geen contact meer te hebben met de vader. De moeder heeft de opvoeding van [minderjarige] altijd alleen gedaan, samen met de grootmoeder moederszijde. Af en toe krijgt zij wel een Whatsapp-bericht van de vader, waarin hij bijna nooit naar [minderjarige] vraagt. De vader is nooit bij de moeder langs geweest. 5De beoordeling Wettelijk kader 5.1. Op grond van het bepaalde in artikel 1:263, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de gecertificeerde instelling ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De gecertificeerde instelling kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.