← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:19862

RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Leiden MvD (C/D) Zaaknummer: 11264128 \ CV EXPL 24-2693 Vonnis van 26 maart 2025 in de zaak van [partij 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [partij 1] , gemachtigde: mr. E. Wilke, tegen [partij 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [partij 2] , gemachtigde: mr. E.C. van Lent. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding d.d. 6 augustus 2024, met producties; - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties; - de conclusie van antwoord in reconventie, met producties; - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald; - de mondelinge behandeling van 6 februari
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. [partij 1] is een carrosseriebouwer tevens handelaar van bedrijfsauto’s en voert reparaties uit in (zwaardere) bedrijfsauto’s. [partij 2] drijft een groothandel in bloemen en planten. 2.
  5. [partij 2] heeft een autobus in eigendom met kenteken [kenteken 1] (hierna, de autobus). Op 24 april 2023 heeft [partij 1] een onderhoudsbeurt uitgevoerd op de autobus. 2.
  6. Op de factuur d.d. 24 april 2023 en op eerdere facturen is het volgende opgenomen: “Op al onze dienstverlening en overeenkomsten zijn van toepassing “Algemene Voorwaarden [partij 1] ”, tenzij met betrekking tot een specifieke vereenkomst naar andere specifieke algemene voorwaarden wordt verwezen. De “Algemene Voorwaarden [partij 1] ” zijn gepubliceerd op onze website [website] en worden kosteloos aan u toegezonden.” 2.
  7. In de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden van [partij 1] is onder andere het volgende opgenomen: “Artikel 9: aansprakelijkheid en vrijwaring [partij 1] is jegens Wederpartij niet aansprakelijk voor andere schade dan de directe schade die het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van [partij 1] uit Overeenkomst en/of onrechtmatig handelen zijdens [partij 1] . (…) 9.2: [partij 1] is nimmer aansprakelijk voor schade veroorzaakt: a. door ondeskundig gebruik van het Voertuig of door het gebruik daarvan voor een ander doel dan waarvoor het naar objectieve maatstaven geschikt is; (…) c. door afwijkingen ten aanzien van het Voertuig die betrekking hebben op feiten die [partij 1] kende noch behoorde te kennen; (…) 9.
  8. De aansprakelijkheid van [partij 1] is te allen tijde beperkt tot: (…) b. maximaal eenmaal de factuurwaarde, althans tot dat gedeelte van de order waarop de aansprakelijkheid betrekking heeft; (…) 11.
  9. Wederpartij is verplicht direct bij het in ontvangst nemen van Voertuig c.q. bij afronding van de diensten tot controle ervan over te gaan. Eventuele zichtbare defecten, fouten, onvolkomenheden en/of gebreken, dienen onmiddellijk, doch uiterlijk binnen achtenveertig

(48)uur na ontvangst van het Voertuig c.q. de uitvoering van de diensten, schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van het gebrek aan [partij 1] te worden gemeld, zulks op straffe van verval van het recht.” 2.
  1. Op de website van [partij 1] zijn drie verschillende ‘algemene voorwaarden’ in te zien. 2.
  2. Op of omstreeks 15 september 2023 heeft [partij 2] de autobus aangeboden bij de Fiat merkdealer Truckland Schiphol (hierna: Truckland), nadat een afwijkend geluid vanuit de motor was geconstateerd. 2.
  3. Onderzoek door Truckland wees uit dat er te weinig motorolie in de motor zat en motorolie aan de achterzijde van de motor lekte. Truckland kwam verder tot de conclusie dat de motor op drie cilinders loopt als gevolg van een defect aan één van de cilinders. Volgens Truckland dient de motor te worden vervangen. Op de factuur van Truckland d.d. 28 september 2023, ten aanzien van de controle van de motor staat onder andere vermeld: “Onderhoudshistorie opgevraagd, faktuur zonder kilometerstand en met te weinig olie op de faktuur gekregen, overleg met Fiat controleur gehad hierdoor geen kans op garantie Geen toestemming om voertuig voor rekening verder te controleren/herstellen” 2.
  4. [partij 2] heeft [partij 1] met brief van 26 oktober 2023 aansprakelijk gesteld voor afwijzing van de garantie door Truckland ten gevolge van onjuist onderhoud/onjuistheden op de onderhoudsfactuur d.d. 24 april
  5. 2.
  6. Per 7 november 2023 bericht [partij 2] aan [partij 1] : “Wij hebben op dit moment niets van u gehoord en wij zijn van plan om de schade en extra kosten aan u door te belasten, omdat wij deze bus niet kunnen gebruiken en in de tussentijd ook een bus hiervoor hebben moeten huren.” 2.
  7. Op 8 november 2023 mailt [partij 1] aan [partij 2] : “De ingebrekestelling is in behandeling bij onze verzekeraar en de technisch expert gaat zijn bevindingen rapporteren.” 2.
  8. [partij 1] heeft haar verzekeraar een expert in laten schakelen. Deze expert, Dekra, heeft op 8 november 2023 een rapport uitgebracht. In het rapport is onder andere het volgende opgenomen: “De door ons geconstateerde afwijkingen aan de motor zijn in dit stadium feitelijk niet te bepalen. In dit stadium, waarbij geen demontage werkzaamheden zijn verricht en er dus ook geen diagnose is gesteld, kan NIET worden bepaald of uw verzekerde aansprakelijk is voor de schade in/aan de motor. Wel kan worden gesteld dat uw verzekerde administratief te kort is geschoten in het opmaken van de onderhoudsfactuur van de datum 4 mei
  9. Ten aanzien van deze factuur zijn de navolgende opmerkingen te maken;
  10. Geen kilometerstand vermeld en zelfs niet gearchiveerd
  11. Onjuiste hoeveelheid motorolie vermeld (2,9 liter te weinig)
  12. Op de factuur staat de verkeerde 5W30 olie vermeld, wat 0W30 had moeten zijn. Wanneer niet kan worden aangetoond dat het voertuig onderhoud heeft genoten, zoals de fabrikant dat heeft voorgeschreven, dan zal een voertuig fabrikant en/of importeur de garantie op een motor afwijzen. Echter om de aard en oorzaak van de motorschade te kunnen vaststellen, dient deze motor tot in delen te worden gedemonteerd. De noodzakelijk kosten hiervoor bedragen circa € 2.500,- exclusief 21% BTW. Wij zijn van mening dat zowel de opdracht voor deze werkzaamheden als ook de kosten thuis horen bij de wederpartij. Wij zijn van mening dat er momenteel geen aantoonbaar causaal verband bestaat met het door ons vastgestelde afwijkend presteren van de motor en de uitgevoerde werkzaamheden door uw verzekerde.” 2.
  13. Op 28 november 2023 mailt [partij 1] aan [partij 2] : “Bijgevoegd het rapport zoals opgesteld door een onafhankelijke expert. De inhoud en conclusie is duidelijk. Als wij verder moeten met dit voertuig zien we een opdracht tegemoet.” 2.
  14. Op 24 januari 2024 hebben partijen afgesproken dat [partij 2] de betaling van overige door [partij 1] in rekening gebrachte facturen tot een bedrag van € 20.000,00 zal opschorten, in afwachting van een oplossing van het tussen partijen ontstane conflict. [partij 2] heeft uiteindelijk een bedrag van € 16.380,90 opgeschort. 2.
  15. Op 4 april 2024 mailt [partij 1] aan [partij 2] : “De expert van de verzekering heeft in zijn rapport aangegeven dat de motor verder onderzocht zou moeten worden en dat de opdracht daarvoor bij jullie ligt. Nu schijnt het zo te zijn dat jullie de motor al hebben laten vervangen en is er geen opdracht tot onderzoek door jullie gegeven en zijn de export en [partij 1] niet op de hoogte gebracht van de reparatie. (…) Het is daarom onterecht om ons aansprakelijk te stellen voor deze reparatie en wij verwachten dan ook dat de nog niet betaalde, maar wel vervallen, facturen voor 12 april aanstaande betaald worden.” 2.
  16. Ten aanzien van een voertuig van [partij 2] met kenteken [kenteken 2] is door [partij 2] aan [partij 1] opdracht gegeven de motor te vervangen. Voorafgaande aan de vervanging heeft [partij 1] per e-mail van 27 februari 2023 een prijsopgaaf gestuurd waarin onder andere is opgenomen: “Kosten voor de motor wissel zijn rond de 13000,- ex btw met een jaar garantie op het vervangen onderdeel . De [kenteken 3] wordt vervangen door een complete euro 6 motor . De [kenteken 2] wordt vervangen door een kaal motorblok euro 5 . Verder heeft [kenteken 2] nog meer reparaties nl: Uitlaat flexibel deel is defect , Schokbrekers en schroefveren aan de voorzijde zijn lek en gebroken , stuur huis heeft lekkage.” 2.
  17. Dit e-mailbericht wordt op 9 mei 2023 nogmaals aan [partij 2] doorgezonden. 2.
  18. De motor is vervangen door een gebruikte motor. In de factuur van 20 juli 2023 is onder andere opgenomen: “In overleg een gebruikte motor ingekocht ter vervanging van de huidige motor welke defect is volgens prijsafspraak.: Front compleet gede en monteerd, subframe compleet gede en monteerd, motor compleet met versnellingsbak uitgevouwd, dynamo, startmotor (…). Totaabedrag 13.000,00” 2.
  19. Circa vijf maanden na vervanging is de motor kapot gegaan. [partij 2] heeft een beroep gedaan op garantie, maar dit is afgewezen voor [partij 1] met als reden dat de garantie drie maanden zou bedragen. 3Het geschil in conventie 3.
  20. [partij 1] vordert - samengevat - veroordeling van [partij 2] tot betaling van onbetaalde factuurbedragen ad € 16.380,90 en buitengerechtelijke kosten van € 938,00 zijnde in totaal een bedrag van € 17.318,90, vermeerderd met rente en kosten. 3.
  21. [partij 2] voert verweer. [partij 2] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij 1] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij 1] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij 1] in de kosten van deze procedure. 3.
  22. [partij 2] is van mening dat [partij 1] toerekenbaar tekort is geschoten jegens [partij 2] , als gevolg waarvan [partij 2] schade heeft geleden, zodat [partij 2] de betaling van de facturen van [partij 1] van samen groot € 16.380,90 heeft opgeschort. Haar schade staat volgens [partij 2] in redelijke verhouding tot de opgeschorte € 16.380,
  23. [partij 1] zou met de opschorting akkoord zijn gegaan. 3.
  24. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie 3.
  25. [partij 2] vordert samengevat: i. [partij 1] te veroordelen tot nakoming van zijn garantieverplichtingen c.q. reparatie van de motor van het voortuig van [partij 2] met kenteken [kenteken 2] , op straffe va verbeurte van een dwangsom; voor recht te verklaren dat [partij 1] toerekenbaar tekort is geschoten jegens [partij 2] c.q. dat [partij 1] niet zijn contractuele garantieverplichtingen met betrekking tot de door [partij 2] aan [partij 1] verleende reparatieopdrachten (voor de voortuigen met de kentekens [kenteken 2] en [kenteken 1] ) jegens [partij 2] is nagekomen en [partij 1] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan [partij 2] , [partij 1] te veroordelen in de kosten van het geding. 3.
  26. [partij 1] voert verweer. [partij 1] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij 2] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij 2] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij 2] in de kosten van deze procedure. 3.
  27. Volgens [partij 1] is er tussen partijen telefonisch contact geweest rond 1 mei
  28. [partij 2] wilde een snelle oplossing voor de te vervangen motor. [partij 1] kon niet spoedig een gerevindiceerde motor leveren, met één jaar garantie, maar wel een gebruikte motor, met drie maanden garantie. [partij 2] is telefonisch akkoord gegaan met dit voorstel. Vervolgens heeft [partij 2] [partij 1] verzocht het e-mailbericht van 27 februari 2023 nogmaals te sturen, dat heeft [partij 1] op 9 mei 2023 gedaan, zonder het e-mailbericht aan te passen. 3.
  29. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie Uitgangspunt in conventie 4.
  30. Vast staat dat [partij 1] in opdracht van [partij 2] werkzaamheden heeft verricht en deze werkzaamheden in rekening heeft gebracht. Enkel tegen de factuur d.d. 24 april 2023 met een totaalbedrag van € 814,09 heeft [partij 2] bezwaren geuit. Uitgangspunt is dan ook dat een bedrag van totaal € 15.566,81 in beginsel voor toewijzing gereed ligt. [partij 2] is echter van mening dat [partij 1] zodanig is tekort geschoten bij de uitvoering van de werkzaamheden d.d. 24 april 2023, dat zij schade heeft geleden (de kantonrechter begrijpt dat [partij 2] deze schade begroot op minimaal € 16.380,90). In reconventie vordert [partij 2] een veroordeling van [partij 1] in deze schade, nader op te maken bij staat. In verband met deze schade heeft [partij 2] de betaling opgeschort en vast staat dat [partij 1] hier in eerste instantie mee akkoord is gegaan. [partij 1] is echter van mening dat er sprake is van een onterechte opschorting. Om het beroep op opschorting te kunnen beoordelen, dient te worden vastgesteld of er sprake is van een tekortkoming zijdens [partij 1] . Gelet op de onderlinge samenhang tussen conventie en reconventie, bespreekt de kantonrechter de vorderingen in conventie en in reconventie verder samen. in conventie en in reconventie Is [partij 1] tekortgeschoten bij de uitoefening van de werkzaamheden? 4.
  31. Volgens [partij 2] is [partij 1] toerekenbaar tekortgeschoten bij de uitvoering van haar werkzaamheden aan de autobus op 24 april
  32. [partij 1] heeft bevestigd dat er op de factuur onjuistheden zijn opgenomen. Op de factuur is per abuis opgenomen dat er 3 liter olie is bijgevuld, maar de olie is bijgevuld tot 6,3 liter. Volgens [partij 1] is er sprake van een typefout. Indien er slechts tot 3 liter zou zijn aangevuld, zou het alarmlampje gaan branden bij het wegrijden met de autobus. Ook erkent [partij 1] dat er op de factuur een onjuiste motorolie is vermeld. Dit is echter ook een administratieve fout geweest, in werkelijkheid is de juiste motorolie gebruikt maar een andere olie vermeld op de factuur. De 5W30 is vermeld, maar de juiste motorolie, de OW30 zou zijn gebruikt. [partij 1] erkent ook dat er op de factuur geen kilometerstand is opgenomen. Het computerprogramma dat zij gebruiken houdt de kilometerstand bij en geeft aan wanneer er een nieuwe afspraak zou moeten worden ingepland. Een kilometerstand wordt vervolgens niet op de factuur opgenomen, hier is ook niet om verzocht. 4.
  33. Vast staat dan ook dat de factuur fouten bevat. De kantonrechter is van oordeel dat [partij 2] op grond van artikel 7:401 BW (zorgplicht opdrachtnemer) van een professional als [partij 1] een correcte factuur mag verwachten. Zodoende is [partij 1] toerekenbaar tekortgeschoten bij de uitoefening van de werkzaamheden, namelijk in ieder geval ten aanzien van de juiste administratie van de werkzaamheden op de factuur. 4.
  34. Of nakoming is gevorderd ten aanzien van de onjuist opgemaakte factuur en al dan niet onjuist uitgevoerde werkzaamheden, is de kantonrechter niet duidelijk. De kantonrechter maakt uit de overgelegde e-mailberichten op dat [partij 2] niet langer nakoming maar vervangende schadevergoeding wenst (artikel 6:87 BW). [partij 2] heeft de gevorderde vervangende schadevergoeding gebaseerd op de kosten die Truckland haar in rekening heeft gebracht ten aanzien van de vervanging van de kapotte motor en het niet kunnen gebruiken van het voertuig, nader op te maken bij staat, ook wel te kwalificeren als gevolgschade. Volgens [partij 1] heeft de tekortkoming niet kunnen leiden tot de door [partij 2] gestelde (gevolg)schade. Het causaal verband ontbreekt volgens [partij 1] Causaal verband 4.
  35. Het niet vermelden van de gereden kilometers op de factuur en het vermelden van de onjuiste olie en een onjuist aantal liter aan olie, kan volgens [partij 1] niet hebben geleid tot een kapotte motor. [partij 1] verwijst in dit kader naar het rapport van de door hen ingestelde deskundige Dekra. Uit dit rapport dient volgens [partij 1] te worden opgemaakt dat er geen causaal verband bestaat tussen de vastgestelde afwijkingen aan de motor en de door [partij 1] uitgevoerde werkzaamheden. 4.
  36. De kantonrechter oordeelt als volgt. Of er causaal verband bestaat tussen de gebreken aan de motor en de door [partij 1] uitgevoerde werkzaamheden, is in dit geval niet van belang. [partij 2] stelt immers schade te hebben geleden omdat hun garantieclaim is afgewezen. Deze claim is volgens [partij 2] afgewezen omdat de factuur van [partij 1] fouten bevat. Aangezien het voorgaande niet door [partij 1] is betwist, gaat de kantonrechter ervan uit dat de garantieclaim wel zou zijn toegewezen indien er sprake was van een juiste factuur. Dat de factuur onjuistheden bevat staat vast, zodat de kantonrechter van oordeel is dat de afgewezen garantieclaim is te wijten aan de onjuiste factuur, zodat er wel degelijk sprake is van causaal verband tussen de tekortkoming en de geleden schade. In dit kader verwijst de kantonrechter ten overvloede naar hetgeen is opgenomen in het rapport van de door [partij 1] ingeschakelde Dekra, waarin onder andere is opgenomen: ‘Wel kan worden gesteld dat uw verzekerde administratief te kort is geschoten in het opmaken van de onderhoudsfactuur van de datum 4 mei 2023’ en ‘Wanneer niet kan worden aangetoond dat het voortuig onderhoud heeft genoten, zoals de fabrikant dat heeft voorgeschreven, dan zal een voortuig fabrikant en/of importeur de garantie op een motor afwijzen.”. Hieruit volgt eveneens dat een onjuiste factuur zal leiden tot het afwijzen van een garantieclaim. 4.
  37. [partij 1] voert aan niet bekend te zijn geweest met de garantievoorwaarden van Truckland. De kantonrechter is van oordeel dat dit het voorgaande niet anders maakt, aangezien [partij 1] als professional dient te zorgen voor een correcte factuur. 4.
  38. Concluderend, vanwege de tekortkoming van [partij 1] , kon [partij 2] geen beroep doen op de garantie, zodat er sprake is van causaal verband tussen de tekortkoming en de schade. Omvang schade 4.
  39. De kantonrechter begrijpt dat [partij 2] een beroep doet op gevolgschade ter hoogte van de reparatiekosten en kosten ten aanzien van het niet kunnen rijden met de autobus. Volgens [partij 2] zal hun schade in redelijke verhouding staan tot de opgeschorte € 16.380,
  40. [partij 1] beroept zich in dit kader op hun algemene voorwaarden. Beperking schade in algemene voorwaarden? 4.
  41. [partij 1] voert aan dat haar aansprakelijkheid op grond van artikel 9 van hun algemene voorwaarden beperkt is tot nihil althans, maximaal eenmaal de factuurwaarde, zijnde in dit geval € 814,
  42. Volgens [partij 1] zijn de voorwaarden overeenkomstig de in artikel 230c van het Burgerlijk Wetboek (hierna: ‘BW’) op voorziene wijze verstrekt, namelijk door onder de factuur te verwijzen naar de algemene voorwaarden welk zijn gepubliceerd op [website] . 4.
  43. [partij 2] betwist de aanvaarding van de algemene voorwaarden en beroept zich voor zover nodig op de vernietigbaarheid ervan. Er is volgens [partij 2] noch een schriftelijke offerte uitgebracht met een verwijzing naar de algemene voorwaarden, noch zijn de algemene voorwaarden ter hand gesteld. De factuur waar door [partij 1] naar wordt verwezen, is pas na afronding van de werkzaamheden en dus niet voorafgaand aan de werkzaamheden, verstrekt. Ook artikel 6:230c BW biedt in dit geval geen uitkomst volgens [partij 2] , aangezien het internet adres niet voor of bij aanvang van de werkzaamheden is medegedeeld aan [partij 2] . Volgens [partij 2] zijn de algemene voorwaarden op de website niet gemakkelijk elektronisch toegankelijk, aangezien er drie verschillende algemene voorwaarden op de website zijn opgenomen. 4.
  44. De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor gebondenheid van [partij 2] aan de algemene voorwaarden van [partij 1] is vereist dat [partij 2] de gelding van die algemene voorwaarden heeft aanvaard. Dit dient te worden bepaald aan de hand van de artikelen 3:33 en 3:35 BW: [partij 2] moet de wil hebben gehad zich aan de gelding van de algemene voorwaarden te binden of in ieder geval bij [partij 1] het gerechtvaardigd vertrouwen hebben gewekt akkoord te zijn met die gelding. Daarvan is echter geen sprake omdat [partij 1] pas naar de algemene voorwaarden heeft verwezen op de factuur, nadat de overeenkomst al door [partij 1] was nagekomen. Een verwijzing naar de algemene voorwaarden op de factuur achteraf leidt niet tot toepasselijkheid van de algemene voorwaarden op de desbetreffende overeenkomst. 4.
  45. Het feit dat [partij 1] stelt dat zij en [partij 2] al langdurig met elkaar samenwerken, en [partij 2] daarom al meerdere keren een factuur van [partij 1] met daarop de verwijzing naar de algemene voorwaarden zou hebben ontvangen, maakt dat niet anders. [partij 1] heeft namelijk onvoldoende toegelicht hoe het gerechtvaardigd vertrouwen is ontstaan dat [partij 2] zich aan de algemene voorwaarden wilde binden. Het had daartoe bijvoorbeeld op de weg van [partij 1] gelegen om toe te lichten dat (i) op eerdere facturen dan de facturen in deze zaak voldoende duidelijk en meermalig naar de algemene voorwaarden is verwezen, (ii) de verwijzingen op die facturen duidelijk maakten dat de algemene voorwaarden niet alleen op die specifieke transacties van toepassing waren maar op alle transacties die [partij 1] zou aangaan, en (iii) de persoon die de contracten bij [partij 2] afsluit ook de facturen onder ogen krijgt. 4.
  46. Hetgeen hiervoor besproken maakt overigens ook dat [partij 1] aan [partij 2] geen redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Op grond van artikel 6:233 sub b BW zijn de algemene voorwaarden daarom, zouden deze deel zijn geworden van de overeenkomst, vernietigbaar. Een gebruiker van algemene voorwaarden heeft immers op grond van artikel 6:234 lid 1 BW aan de wederpartij de voor bedoelde mogelijkheid geboden, indien hij (i) de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand heeft gesteld, (ii) de voorwaarden overeenkomstig de in artikel 6:230c voorziene wijze heeft verstrekt of, (iii) indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij heeft bekend gemaakt dat de voorwaarden bij hem ter inzage liggen of bij een door hem opgegeven Kamer van Koophandel of een griffie van een gerecht zijn gedeponeerd, alsmede dat zij op verzoek zullen worden toegezonden. 4.
  47. Hoewel juist is dat [partij 1] kan worden gekwalificeerd als dienstverrichter en zij daarom de algemene voorwaarden op de in artikel 6:230c BW genoemde wijze kan verstrekken, geldt ook onder die omstandigheden dat de dienstverrichter de algemene voorwaarden vóór de verrichting van de dienst ter beschikking moet stellen. Artikel 6:230e BW bepaalt immers dat de algemene voorwaarden tijdig voor de sluiting van een schriftelijke overeenkomst of, indien er geen schriftelijke overeenkomst is, voor de verrichting van de dienst worden meegedeeld of beschikbaar worden gesteld. Zoals gezegd is dat in dit geval niet gebeurd. 4.
  48. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [partij 1] geen beroep op haar algemene voorwaarden toekomt. Het exoneratiebeding uit artikel 9 is daardoor niet van toepassing, zodat de aansprakelijkheid niet wordt beperkt door de algemene voorwaarden. Tussenconclusie 4.
  49. In conventie beroept [partij 2] zich ten aanzien van haar betalingsverplichting op opschorting in afwachting van een verrekening met de door haar in reconventie gevorderde (gevolg)schadevergoeding nader op te maken bij staat. De kantonrechter oordeelt dat [partij 2] in deze stand van de procedure voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een tegenvordering op [partij 1] heeft. In ieder geval kan worden vastgesteld dat zij door de tekortkoming zijdens [partij 1] schade heeft geleden doordat de kosten van de kapotte en inmiddels vervangen motor niet onder de garantie vielen en doordat zij een periode niet met het voertuig heeft kunnen rijden. De kantonrechter is van oordeel dat de omvang van de gestelde schade nog onvoldoende onderbouwd is om de vordering in conventie reeds nu af te wijzen. De in reconventie gevorderde veroordeling van [partij 1] tot betaling van een schadevergoeding nader op te maken bij staat zal worden toegewezen. In de schadestaatprocedure kunnen partijen het verdere debat over de hoogte van de door [partij 2] geleden schade voeren. Daar zal de hoogte van de schade duidelijk worden en eveneens in hoeverre de vordering in conventie dan kan worden toegewezen. De kantonrechter houdt de uitspraak in conventie aan. 4.
  50. Ter zijde wordt hier opgemerkt dat het opschortingsverweer slechts tijdelijk kan worden gevoerd. Het ligt dus op de weg van [partij 2] om voortvarend tot de opstelling van de schadestaat over te gaan. verder in reconventie Voertuig met kenteken [kenteken 2] 4.
  51. Vast staat dat er in het voertuig met kenteken [kenteken 2] een gebruikte motor is geplaatst. Ook staat vast dat er een offerte is gestuurd van € 5.000,00 met een garantie van één jaar en dat er een factuur is verzonden voor het vervangen van de motor, welke factuur is betaald. 4.
  52. [partij 1] voert aan dat er mondeling tussen partijen overeen is gekomen dat de kapotte motor zou worden vervangen door een gebruikte motor, in plaats van een gerevindiceerde motor. Dit met een garantie van drie maanden, in plaats van een jaar garantie wat ten aanzien van de gerevindiceerde motor gold. Dit nadat [partij 2] zou hebben aangegeven snel weer te willen kunnen rijden met het voertuig. Heel specifiek stelt [partij 1] dat werknemer [naam 1] hierover contact heeft gehad met ‘ [naam 2] ’, destijds werknemer van [partij 2] , nog voor het e-mailbericht van 9 mei 2023 en voor de reparatie plaatsvond. 4.
  53. [partij 2] heeft enkel aangegeven niet te weten of een dergelijk telefoongesprek heeft plaatsgevonden. Zij geeft aan dat [naam 2] ziek was rond 1 mei 2023, zodat een telefoongesprek met [naam 2] niet kan hebben plaatsgevonden. Volgens [partij 1] was er ook gedurende de periode dat [naam 2] was ziekgemeld, vaker contact met hem. 4.
  54. De kantonrechter is van oordeel dat de stelling van [partij 2] over de garantietermijn van één jaar, waarbij wordt verwezen naar een offerte en factuur, voorshands maken dat voldoende aannemelijk is dat de garantietermijn van één jaar gold. [partij 1] zal worden toegelaten het tegendeel te bewijzen namelijk dat werknemer [naam 1] en [naam 2] (een werknemer van [partij 2] ) in mei 2023 hebben afgesproken dat er een gebruikte motor zou worden geplaatst in het voertuig met kenteken [kenteken 2] en dat de garantietermijn drie maanden zou bedragen. De kantonrechter zal [partij 1] derhalve toelaten tot het leveren van dit tegenbewijs conform haar bewijsaanbod en zoals onder de beslissing is vermeld (hierna: de bewijsopdracht). in conventie en in reconventie 4.
  55. De kantonrechter houdt de beslissingen op de vorderingen aan tot het eindvonnis, met uitzondering van de vordering in reconventie tot het verklaren voor recht en de veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat. 5De beslissing De kantonrechter: in conventie 5.
  56. houdt de beslissingen aan; in reconventie 5.
  57. verklaart voor recht dat [partij 1] toerekenbaar tekort is geschoten jegens [partij 2] met betrekking tot de door [partij 2] aan [partij 1] verstrekte onderhoudsopdracht, uitgevoerd op 24 april 2023, 5.
  58. veroordeelt [partij 1] tot vergoeding van [partij 2] schade, nader op te maken bij staat, 5.
  59. laat [partij 1] toe tot tegenbewijs dat er tussen [partij 2] en [partij 1] een mondelinge afspraak (telefonisch) tot stand is gekomen ten aanzien van het voertuig met kenteken [kenteken 2] , waarbij overeen is gekomen dat er een gebruikte motor zou worden geplaatst met een garantie van drie maanden, 5.
  60. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 23 april 2025 voor uitlating door [partij 1] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel, 5.
  61. bepaalt dat, als [partij 1] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen, 5.
  62. bepaalt dat, als [partij 1] getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden mei tot en met oktober dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, 5.
  63. bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. I.F. Dam, in het gerechtsgebouw te Leiden, Witte Singel 1, 5.
  64. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen, 5.
  65. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Dam en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.