← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:19907

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: AWB 24/11182 V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2025 in de zaak tussen [eiseres] , geboren op [geboortedag] 1989, van Ghanese nationaliteit, eiseres (gemachtigde: mr. G.P. Dayala), en de minister van Buitenlandse Zaken, de minister. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een visum voor kort verblijf. 1.
  2. De minister heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 17 juni 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 juni 2024 is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.
  3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.
  4. De rechtbank heeft het beroep op 14 maart 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank
  5. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht vanwege betalingsonmacht. De rechtbank wijst dit verzoek toe. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen in deze procedure. 3.
  6. De rechtbank beoordeelt of de minister de aanvraag van eiseres voor een visum voor kort verblijf op goede gronden heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 3.
  7. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. Waar gaat de zaak over?
  8. Eiseres heeft op 2 juni 2022 een visum voor kort verblijf gevraagd om op (familie)bezoek te gaan bij haar neef in de periode van 1 juli 2022 tot en met 14 juli
  9. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende zijn aangetoond. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres en referent niet aannemelijk hebben gemaakt wat de familierechtelijke relatie tussen hen is. Daarnaast heeft eiseres onvoldoende aannemelijke of verifieerbare informatie overlegd van het doel en de omstandigheden van de reis. Ook bestaat er volgens de minister redelijke twijfel over het voornemen van eiseres om het grondgebied van de lidstaten voor het verstrijken van het visum te verlaten. Doel en omstandigheden 6.
  10. Eiseres voert aan dat het besluit onevenredig en niet gemotiveerd is. Er wordt uit het niets de conclusie getrokken dat het reisdoel onvoldoende is aangetoond en dat er twijfels bestaan over haar terugkeer. Eiseres is een nicht van referent. Zij beschikt over een vaste baan in Ghana en heeft daar haar hele leven opgebouwd. Er bestaat volgens eiseres geen reden voor de minister om te twijfelen aan haar terugkeer. 6.
  11. De rechtbank kan zich niet vinden in dit standpunt van eiseres. De enkele stelling van eiseres dat referent haar neef is, heeft verweerder onvoldoende mogen achten om aan te tonen dat er ook daadwerkelijk sprake is van een familiaire relatie. Reeds in het primaire besluit is door de minister aan eiseres kenbaar gemaakt dat de relatie tussen eiseres en referent niet aannemelijk is gemaakt dan wel is aangetoond door middel van objectiveerbare bewijsmiddelen. In de detailgegevens van de visumaanvraag staat nog eens expliciet vermeld dat het op de weg van eiseres had gelegen om aan de hand van objectieve bewijsstukken te onderbouwen wat de relatie met referent is. In bezwaar heeft de minister eiseres een brief gestuurd met een vragenlijst waarin staat welke bewijsmiddelen meegestuurd moeten worden. Op 8 mei 2024 en 5 juni 2024 heeft de minister eiseres in de gelegenheid gesteld om alsnog aanvullende stukken te leveren om de familieband te onderbouwen. Een reactie daarop is telkens uitgebleven. De minister heeft hierop de gemachtigde van eiseres nog geprobeerd te bellen maar kreeg geen contact. De minister heeft een bericht achtergelaten en een e-mail verzonden. Hierop is evenmin een reactie ontvangen. De rechtbank overweegt dat het niet aan de minister is om op zoek te gaan naar onderbouwing van de familierechtelijke relatie in een procedure. Het is aan eiseres om dit aannemelijk te maken. Dat eiseres daar geen gebruik van heeft gemaakt komt voor haar eigen rekening. De minister heeft dus terecht de aanvraag van eiseres mogen afwijzen. Conclusie en gevolgen
  12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de visumaanvraag heeft mogen weigeren. Eiseres krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr. W.L. van der Pijl, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 maart
  13. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.