← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:19933

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.38407 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , verzoekster, V-nummer: [nummer] , (gemachtigde: mr. D. de Vries), mede namens haar minderjarige zoon: [naam], V-nummer: [nummer], en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding

  1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. 1.
  2. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank Onder welke voorwaarden kan een verzoek tot vergoeding van de proceskosten worden ingediend?
  3. Verzoekster heeft haar beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken, omdat de minister door het nemen van een besluit tegemoet is gekomen aan haar verzoek. Verzoekster heeft daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
  4. Als niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit, bestaat geen recht op een vergoeding van de proceskosten. Voldoet het beroep van verzoekster aan de voorwaarden?
  5. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is verstreken. Verzoekster heeft de aanvraag ingediend op 3 september
  6. Verzoekster heeft de minister, met de brief van 31 juli 2025, door de minister ontvangen op 2 augustus 2025, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. De termijn van twee weken vangt aan één dag na ontvangst van de brief waarin verzoekster de minister heeft gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. In het geval van verzoekster begon deze termijn op 3 augustus
  7. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn daarom is verstreken op 16 augustus
  8. Verzoekster heeft het beroepschrift ingediend op 15 augustus
  9. Het beroep is te vroeg en dus prematuur ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
  10. Het beroep van verzoekster voldoet niet aan de voorwaarden, het verzoek om een proceskostenveroordeling zal dan ook worden afgewezen. Conclusie en gevolgen
  11. Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 8:75 en 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb. Artikel 4:17, derde lid, van de Awb. Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.