Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-6000 Zaaknummer: C/09/689783 Datum beschikking: 6 oktober 2025 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 7 augustus 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. W. Matadien te Amsterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift. Op 22 september 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door haar advocaat en een tolk (R. Ghanbari) en de man. Feiten Partijen zijn op [dag] 2018 in [plaats 1] (Turkije) met elkaar gehuwd. Op 15 augustus 2025 is door de vrouw een echtscheidingsverzoek ingediend bij deze rechtbank, welke zaak is geregistreerd onder zaaknummers C/09/690168, FA RK 25-6182. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat zij gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats 2] en de daarin aanwezige inboedelgoederen, met het bevel aan de man dat hij deze woning zo spoedig mogelijk, doch binnen twee weken na datum beschikking, dient te verlaten en niet meer mag betreden, met machtiging van de vrouw om deze beschikking zo nodig zelf ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Op de zitting is met partijen besproken op welke manier zij op dit moment samen gebruik maken van de echtelijke woning en waar zij in dat verband tegenaan lopen. Hieruit is naar voren gekomen dat de huidige situatie – waarin partijen regelmatig een woordenwisseling/ruzie hebben over de kleinste dingen, maar wel nog samen in hetzelfde bed slapen en vaak samen eten – weliswaar niet ideaal is en vanzelfsprekend tot spanningen leidt, maar niet zodanig is dat de man, zoals de vrouw in deze voorlopige voorzieningenprocedure heeft verzocht, per direct de woning zou moeten verlaten. Hierbij speelt ook mee dat geen van partijen bij familie of kennissen terecht kan voor tijdelijke woonruimte. De woning heeft bovendien drie kamers, zodat het niet noodzakelijk is dat partijen samen in dezelfde kamer slapen. Partijen hebben na een korte schorsing van de zitting, afspraken gemaakt over de wijze waarop zij – hangende de bodemprocedure – gezamenlijk gebruik zullen blijven maken van de woning. Partijen hebben afgesproken dat zij voortaan ieder een eigen slaapkamer in de woning zullen hebben en dat de vrouw mag kiezen wie van hen in welke kamer slaapt. Verder heeft de man op de zitting toegezegd zich te zullen onthouden van het uiten van beschuldigingen naar de vrouw. De rechtbank benadrukt dat van beide partijen kan worden gevergd dat zij respectvol met elkaar zullen omgaan en over en weer rekening met elkaar zullen houden, zodat het gezamenlijk verblijf in de echtelijke woning gedurende de scheidingsprocedure niet onnodig moeilijk voor de ander wordt gemaakt. In het licht van het bovenstaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning bij gebrek aan voldoende belang afwijzen. Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek van de vrouw af. Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.