RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.2870 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.M. Bell), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 25 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 28 september
- Bij besluit van 4 juli 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eiser heeft het beroep niet ingetrokken. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen
- Vaststaat dat verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van eiser heeft beslist. Echter, hangende het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft verweerder alsnog beslist. Verweerder is daarmee geheel aan het beroep van eiser tegemoetgekomen. Eiser heeft om die reden geen procesbelang meer bij een verdere inhoudelijke beoordeling van het beroep door de rechtbank. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
- Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag beroep heeft kunnen instellen, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent). Deze uitspraak is gedaan op 30 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Algemene wet bestuursrecht.