← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:20120

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 22/6661 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2025 in de zaak tussen [eiseres] , in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [de budgethouder] (de budgethouder), uit [woonplaats] (Turkije), eiseres (gemachtigde: mr. F. Çelen), en het Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V., verweerder (gemachtigde: mr. T. van Eijk). Procesverloop 1.

  1. Bij primair besluit van 11 december 2019 heeft verweerder de beschikking subsidievaststelling pgb 2018 aan eiseres gestuurd waarmee verweerder heeft laten weten het ten onrechte ontvangen pgb ter hoogte van € 26.599,48 terug te vorderen. 1.
  2. Met het bestreden besluit van 30 augustus 2022 op het bezwaar van eiseres is verweerder gedeeltelijk tegemoetgekomen aan het bezwaar. De terugvordering is verlaagd naar € 13.964,
  3. 1.
  4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.
  5. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  6. De rechtbank heeft het beroep op 20 mei 2025 op zitting behandeld. Ter zitting zijn verschenen de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank
  7. De budgethouder is Wlz-verzekerd met een indicatie met zorgprofiel 6VG en ontvangt de zorg sinds 2004 van eiseres. Verweerder heeft het pgb over 2018 teruggevorderd omdat tijdens een huisbezoek is geconstateerd dat de budgethouder niet heeft gemeld vanaf december 2017 tot en met 11 september 2018 in Turkije te hebben verbleven. Per kalenderjaar is het toegestaan maximaal dertien weken buiten de Europese Unie (EU) te verblijven. De dertien weken zijn overschreden vanaf 2 april 2018, daarom vordert verweerder het pgb terug van 2 april 2018 tot en met 11 september
  8. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en de terugvordering verlaagd naar € 13.964,
  9. De subsidieverlening is lager vastgesteld omdat eiseres de verplichtingen en voorwaarden die zijn verbonden aan het pgb niet is nagekomen. Verweerder heeft een belangenafweging gemaakt en het belang van handhaving van de niet nagekomen verplichting(en) en de gevolgen voor de budgethouder, alsmede in hoeverre de ernst van de tekortkoming aan de budgethouder of diens wettelijk vertegenwoordiger kan worden verweten, tegen elkaar afgewogen. Uit gespreksverslagen van gesprekken tussen de gewaarborgde hulp en het zorgkantoor van 27 maart 2018, 16 april 2018 en 3 mei 2018 blijkt dat het zorgkantoor op de hoogte was van het verblijf van de budgethouder in Turkije. Op 27 maart 2018 heeft het zorgkantoor een huisbezoek willen plannen. De gewaarborgde hulp zou contact opnemen met het zorgkantoor zodra de budgethouder terug zou zijn in Nederland. Het zorgkantoor had derhalve kunnen weten dat, toen dertien weken later, op 25 juni 2018, de gewaarborgde hulp nog geen contact had opgenomen, de budgethouder het verblijf van dertien weken in het buitenland zou overschrijden. Het zorgkantoor had op dat moment actie moeten ondernemen. Verweerder vordert daarom de periode 2 april 2018 tot en met 25 juni 2018 terug omdat dat de periode is dat de budgethouder meer dan dertien weken zijn pgb heeft ingezet voor zorg buiten Nederland en het zorgkantoor niet kon weten dat de budgethouder de dertien weken van verblijf in het buitenland zou gaan overschrijden. Omdat vanaf 26 juni 2018 het zorgkantoor niet aan haar zorgplicht heeft voldaan wordt van terugvordering over de periode 26 juni 2018 tot en met 11 september 2018 af gezien.
  10. Eiseres meent dat verweerder volledig van de terugvordering zou moeten af zien. Er is nooit medegedeeld dat er een maximale termijn voor de vakantie gold. Eiseres vindt dat zij haar verplichtingen is nagekomen en dat de budgethouder niets kan worden verweten in verband met zijn beperkingen. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat verweerder zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en een degelijke belangenafweging heeft gemaakt. Als dat wel het geval is heeft verweerder het ondeugdelijk gemotiveerd. De 24-uurs zorg is in Turkije door gegaan en een Turks burger mag niet benadeeld worden op grond van artikel 10 van het Besluit nr. 1/
  11. Dat Turkije niet behoort tot de EU is derhalve irrelevant. Voorts is eiseres niet in staat de terugvordering te betalen, zo stelt zij.
  12. De periode waarover verweerder het pgb terugvordert is de periode van 2 april 2018 tot en met 25 juni 2018 (hierna: de periode in geding).
  13. Artikel 4:46, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft verweerder de bevoegdheid de subsidieverlening lager vast te stellen als de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
  14. Artikel 4:57, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kan terugvorderen.
  15. Ingevolge artikel 5.18, onder g, van de Regeling langdurige zorg (Rlz) deelt de verzekerde het zorgkantoor op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking van het persoonsgebonden budget.
  16. Ingevolge artikel 5.20, tweede lid, van de Rlz kan het zorgkantoor de verleningsbeschikking intrekken of wijzigen met ingang van de dag waarop de verzekerde, of diens wettelijk vertegenwoordiger dan wel gevolmachtigde, de opgelegde verplichtingen niet nakomt of niet langer voldoet aan de voorwaarden of verleningsgrond van het persoonsgebonden budget of indien de verzekerde zich bij de eerdere verstrekking van een persoonsgebonden budget niet heeft gehouden aan de opgelegde verplichtingen.
  17. Ingevolge artikel 3.7.1, eerste lid, onder a van het Besluit langdurige zorg (Blz) wordt aan een verzekerde een vergoeding verstrekt voor kosten van zorg, indien die zorg buiten Nederland is verleend en anders dan op de in artikel 3.3.1, eerste of tweede lid, van de wet omschreven wijze is verkregen als gevolg van voortzetting van reeds in Nederland aangevangen zorg bij verblijf buiten de EU. Een verzekerde aan wie zorg wordt verleend, behoudt dit recht buiten een van de staten van de EU gedurende ten hoogste dertien weken per kalenderjaar.
  18. Het Zorgkantoor moet bij de uitoefening van de bevoegdheid om het pgb lager vast te stellen een afweging maken tussen het belang van handhaving van de niet nagekomen verplichting en de gevolgen van de verlaging voor de ontvanger. Hierbij is tevens de ernst van de tekortkoming en de mate waarin deze aan de ontvanger kan worden verweten van belang.
  19. Verweerder heeft voldoende rekening gehouden met de omstandigheden van eiseres. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd hoe de belangen zijn afgewogen en dat er rekening is gehouden met het feit dat verweerder bekend kon zijn met het verblijf van langer dan dertien weken in het buitenland van de budgethouder vanaf 25 juni
  20. De beperkingen van de budgethouder kunnen niet aan verweerder worden tegengeworpen ten aanzien van het kunnen nakomen van zijn verplichtingen op grond van genoemde wet- en regelgeving. In het geval van de budgethouder geldt namelijk – zoals ter zitting door verweerder terecht aangevoerd – dat, om in aanmerking te komen voor pgb, er sprake is van een gewaarborgde hulp. Deze moet er voor instaan dat de verplichtingen worden nagekomen. Door middel van de gewaarborgde hulp is de nakoming van de verplichtingen geregeld, ook al is de rechthebbende op het pgb niet zelfstandig tot die nakoming in staat.Daarnaast ontvangt de budgethouder al geruime tijd een pgb. Eiseres heeft niet betwist dat zij ieder jaar een nieuwe toekenningsbeschikking ontvangt waarbij zij ieder jaar op de verplichtingen wordt gewezen en moet daarom geacht worden op de hoogte te zijn van de geldende verplichtingen.
  21. Artikel 10 van het Besluit nr. 1/80 speelt ten aanzien van het bestreden besluit geen rol, nu dat ziet op vrij verkeer van werknemers. Verweerder heeft voorts toegelicht dat, omdat het voor landen buiten de EU niet goed mogelijk is om te beoordelen of er zorg wordt geleverd en in hoeverre die kwalitatief verantwoord is, juist voor verblijf in een land buiten de EU een maximale verstrekkingsduur geldt. Dat Turkije geen onderdeel is van de EU is daarom wel relevant.
  22. Niet gebleken is dat de terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen heeft voor eiseres. Bij een betalingsregeling wordt rekening gehouden met de financiële draagkracht. Daarnaast moet verweerder bij de terugvordering rekening houden met de beslagvrije voet. Verweerder heeft op juiste gronden het onterecht uitbetaalde pgb over de periode in geding teruggevorderd.
  23. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van de proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. N.E.M. de Coninck, rechter, in aanwezigheid van mr.E.P.A. Stok, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus
  24. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de Associatie. Staatscourant 2014, nr. 36917, blz. 67.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.