RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/3242 uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 juni 2025 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. N. Talhaoui), en het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg, verweerder (gemachtigde: mr. N. Mustafic). Samenvatting
- Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de bijzondere bijstand die op grond van de Participatiewet (Pw) aan verzoeker en [naam] (de partner) is verleend voor kosten van een sportabonnement van de partner. 1.
- De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Inleiding
- Met het bestreden besluit van 22 april 2025 heeft verweerder – voor zover hier van belang – de kosten van een sportabonnement vergoed tot en met 30 juni 2025 tot een bedrag van € 33,95 per maand. 2.
- Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. In afwachting van de beslissing op bezwaar vraagt hij om een voorlopige voorziening te treffen. 2.
- Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 2.
- De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 26 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, bijgestaan door de waarnemer van zijn gemachtigde, mr. M. Kaplan, en een tolk, J. Lakja, en de gemachtigde van verweerder. Totstandkoming van het besluit
- Op 6 oktober 2024 hebben verzoeker en zijn partner gevraagd om bijstand in de kosten van een sportabonnement voor de partner, omdat zij op advies van de neuroloog verplicht zou zijn een sportabonnement te nemen. Bij de aanvraag zit een schriftelijke verklaring van de huisarts van 8 november 2024 waarin staat “In verband met deze klachten is het van belang dat mevrouw genoeg beweegt, op haar gewicht let en gezond leeft om deze aandoening onder controle te krijgen/houden. Naast de behandelingen die zij van de neuroloog heeft gekregen. Daarom moet zij op advies van o.a. de neuroloog en mijzelf blijven sporten.” 3.
- De partner heeft op 25 oktober 2024 een tweejarig, all-inclusive sportabonnement (sportabonnement) afgesloten bij Vrouwfit Health Clubs in [plaats] voor € 33,95 per maand. 3.
- Op 7 februari 2025 heeft een medisch adviseur van Salude Medisch Advies BV (Salude) op verzoek van de gemeente medisch advies uitgebracht. In het rapport van 7 februari 2025 concludeert de medisch adviseur het volgende. “Op basis van bovenstaande kan ik dus concluderen dat er een medische noodzaak bestond en bestaat om een abonnement op de sportschool waar zij sport te nemen.” De conclusie luidt: “Op medische gronden bestaat wel indicatie om over te gaan tot het verstrekken van een tegemoetkoming en/of vergoeding in het kader van Bijzondere Bijstand.” 3.
- Verweerder heeft in het bestreden besluit geconcludeerd dat verzoeker geen recht heeft op bijzondere bijstand. Hieraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de kosten voor een sportabonnement geen noodzakelijke kosten zijn die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, maar kosten die uit eigen middelen behoren te worden betaald. Omdat Salude volgens verweerder met zijn advies de verwachting heeft gewekt dat de kosten worden vergoed heeft verweerder tijdelijk, tot en met 30 juni 2025, bijzondere bijstand verleend. Beoordeling door de voorzieningenrechter
- De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Als geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld acute financiële nood, neemt de voorzieningenrechter aan dat spoedeisend belang ontbreekt, zodat zij alleen al daarom geen voorlopige voorziening treft. 5.
- Verzoeker voert aan dat de spoedeisendheid is gelegen in de omstandigheid dat de partner van verzoeker ook na de toegekende periode het sportabonnement nodig heeft op medische gronden. Ook Salude heeft de kosten noodzakelijk geacht. Zonder de bijzondere bijstand kan verzoeker de kosten van het sportabonnement niet betalen. Per maand lossen verzoeker en partner € 171,- af op een schuld bij de energiemaatschappij. 5.
- Namens verweerder is ter zitting naar voren gebracht dat de planning is dat voor de einddatum van de verleende bijstand een beslissing op bezwaar zal worden genomen. 5.
- Niet in geschil is dat verweerder aan verzoekers kort geleden, bij besluit(en) van 14 april 2025, twee keer een bedrag van € 141,- heeft verleend voor sport- of culturele activiteiten, en dat verweerder bij besluit van 9 mei 2025 een individuele inkomenstoeslag ter hoogte van € 600,- heeft toegekend. 5.
- Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op dit moment geen sprake van een acute financiële noodsituatie. Hiertoe wordt het volgende overwogen. Verzoeker en zijn partner beschikken op dit moment over financiële middelen nu zij periodieke bijstand voor de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan ontvangen, op dit moment en tot juli 2025 in de kosten van het sportabonnement wordt voorzien en zij recent extra financiële middelen hebben ontvangen. Dat verzoeker en de partner maandelijks aflossen op een schuld maakt deze conclusie niet anders. 5.
- Gelet op wat overwogen is onder 5.4., en nu verweerder naar eigen verwachting voor 1 juli 2025 een beslissing op bezwaar zal nemen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van spoedeisend belang en zal de voorzieningenrechter het verzoek afwijzen. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Paridon, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.P.A. Stok, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 juni
- griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.