← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:20318

RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter MP/DN/c Zittingsplaats Den Haag Zaaknummer / rekestnummer: 11531324 \ RP VERZ 25-50087 Beschikking van 3 juli 2025 in de zaak van B.V. ARROW ELECTRONICS DLC, te Amsterdam, verzoekende partij, verwerende partij in het (voorwaardelijk) tegenverzoek, hierna te noemen: Arrow, gemachtigde: mr. E.B.M. Brons-Stikkelbroeck, tegen [verweerster] , te [woonplaats] , verwerende partij, verzoekende partij in het (voorwaardelijk) tegenverzoek, hierna te noemen: [verweerster] , gemachtigde: mr. M.J. Dekker. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met (nagezonden) producties 1 tot en met 40; - het verweerschrift, met een (voorwaardelijk) tegenverzoek en de (nagezonden) producties 1 tot en met
  2. 1.
  3. Op 3 april 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij namens Arrow, [naam 1] (directeur) is verschenen, bijgestaan door mr. E.B.M. Brons-Stikkelbroeck. Daarnaast is [verweerster] in persoon verschenen, bijgestaan door mr. M.J. Dekker. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. 1.
  4. De beschikking is nader bepaald op vandaag. 2De zaak in het kort In deze procedure verzoekt Arrow ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Volgens Arrow dient er namelijk zo snel mogelijk een einde te komen aan de arbeidsovereenkomst met [verweerster] omdat, kort gezegd, [verweerster] niet in staat of bereid is zich te conformeren aan de binnen Arrow geldende regels, openlijk minachting laat zien voor de richting die haar leidinggevende geeft, denigrerend communiceert met haar collega’s en leidinggevenden, zich defensief en aanvallend gedraagt, weigert samen te werken met collega’s die zich niet aan haar ideeën aanpassen en omdat ze (ook na daarop aangesproken te zijn) onduidelijk, veelvuldig langdradig communiceert. [verweerster] verweert zich tegen het verzoekt. De kantonrechter vindt dat geen van de door Arrow aangedragen ontslaggronden het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] kunnen dragen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. 3De feiten 3.
  5. [verweerster] , geboren [geboortedatum] 1982, is sinds 18 december 2023 in dienst bij Arrow. De functie van [verweerster] is Director, Strategic Sourcing EMEA met een loon van laatstelijk € 13.503,09 bruto per maand exclusief 8 % vakantiegeld en emolumenten, uitgaande van 40 uur per week. 3.
  6. Arrow maakt onderdeel uit van een wereldwijd opererende handelsorganisatie in elektronische componenten met een beursgenoteerde moederorganisatie in de USA. Als Strategic Sourcing Director EMEA maakt [verweerster] deel uit van de internationaal opererende afdeling Global Spend Program (hierna: GSP). Het doel van GSP is om wereldwijd minder leveranciers te hebben en de schaalvoordelen te vergroten. Arrow hanteert een gedragscode (Code of Conduct) die duidelijk maakt welke normen en waarden binnen de organisatie gelden. 3.
  7. [naam 2] (hierna: [naam 2] ) is per april 2024 aangesteld als manager van [verweerster] . Vanaf medio 2024 ontving [naam 2] signalen vanuit de organisatie over communicatiestijl van [verweerster] . 3.
  8. Arrow heeft onder leiding van HR meerdere keren geprobeerd met [verweerster] in gesprek te komen. 3.
  9. Per e-mail van 9 januari 2025 heeft Arrow aangegeven dat de arbeidsovereenkomst met [verweerster] beëindigd zal worden en is zij op non-actief gesteld. 4Het verzoek en het verweer 4.
  10. Arrow verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden vanwege primair verwijtbaar handelen van [verweerster] (e-grond), subsidiair wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk cq. een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond), meer subsidiair vanwege andere omstandigheden (h-grond) en meest subsidiair wegens een combinatie van factoren (i-grond). 4.
  11. Arrow heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [verweerster] verwijtbaar heeft gehandeld dan wel dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Volgens Arrow heeft [verweerster] herhaaldelijk en structureel een autonome houding aangenomen, onder meer door kwetsende en grievende uitlatingen te doen over haar direct leidinggevende, gebrek aan vertrouwen in Arrow als werkgever en in de organisatie te uiten, en het gevoerde beleid ter discussie te stellen. Daarnaast weigert [verweerster] in overleg te treden met haar leidinggevende. Daarom is volgens Arrow een onwerkbare situatie ontstaan, waarbij sprake is van een onherstelbare vertrouwensbreuk. Gelet hierop kan van Arrow niet langer worden verlangd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. 4.
  12. [verweerster] verweert zich tegen het verzoek en stelt zich primair op standpunt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [verweerster] voert aan – samengevat – dat er geen rechtvaardiging is voor de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst met Arrow. [verweerster] wordt hoofdzakelijk verweten dat haar directe communicatiestijl soms heeft geleid tot spanningen. Dit kan echter niet worden aangemerkt als verwijtbaar gedrag in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW, aldus [verweerster] . Het feit dat [verweerster] een directe communicatiestijl hanteert, is onvoldoende om een dergelijke ingrijpende maatregel te rechtvaardigen. Gedurende het eerste jaar van haar dienstverband heeft [verweerster] haar functie vrijwel zonder negatieve feedback vervuld en positieve beoordelingen ontvangen. Pas eind oktober 2024 heeft [naam 2] tijdens een één-op-één-gesprek aangegeven dat hij op bepaalde aspecten van [verweerster] ’s functioneren, met name haar communicatie, verbetering verwachtte. Vanaf november weigerde [naam 2] verdere één-op-één-overleggen met [verweerster] aan te gaan. Hoewel [verweerster] erkent dat de arbeidsrelatie met [naam 2] na oktober 2024 onder druk is komen te staan, is zij van mening dat deze nog te herstellen is. Volgens [verweerster] heeft Arrow echter geen serieuze poging ondernomen om de relatie te verbeteren. 5Het (voorwaardelijk) tegenverzoek 5.
  13. [verweerster] vordert – zowel in het geval van toewijzing als afwijzing van het verzoek – dat de kantonrechter: Arrow beveelt om [verweerster] binnen 48 uur na betekening van deze beschikking toe te laten tot haar werkzaamheden en haar toegang tot de IT-systemen te herstellen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat Arrow hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00; Arrow veroordeelt tot betaling van de bonus over het jaar 2024, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW; Arrow veroordeelt in de werkelijke proceskosten. 5.
  14. Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [verweerster] de kantonrechter tevens om: bij de vaststelling van de einddatum toepassing te geven aan artikel 7:671b lid 9 sub a BW en daarbij rekening te houden met de voor Arrow geldende wettelijke opzegtermijn van zes maanden; Arrow te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, een billijke vergoeding, alsmede een pro rata deel van de bonus over het jaar 2025; het in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentie- en relatiebeding te vernietigen. 6De beoordeling Het verzoek tot ontbinding 6.
  15. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. 6.
  16. De kantonrechter is van oordeel dat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht. de e-grond: verwijtbaar handelen 6.
  17. Arrow is primair van mening dat [verweerster] verwijtbaar heeft gehandeld en dat op die grond de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Artikel 7:669 lid 3, aanhef en onder e, BW bepaalt dat onder een redelijke grond als bedoeld in artikel 7:669 lid 1 BW wordt verstaan verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Of hiervan sprake is, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. 6.
  18. Arrow stelt zich op het standpunt dat [verweerster] een directe communicatiestijl hanteert en daarnaast bewust de gezagsverhoudingen binnen Arrow frustreert. Tevens wordt haar verweten dat zij haar directe leidinggevende passeert, diens instructies negeert, collega’s onnodig betrekt en tegen elkaar uitspeelt door overmatig gebruik van cc- en bcc-velden in e-mails. 6.
  19. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de door Arrow aangevoerde communicatieproblemen en samenwerkingsconflicten met [verweerster] van dien aard zijn dat van Arrow in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verweerster] nog langer te laten voortduren. Daarvoor is het volgend redengevend. 6.
  20. Uit de door Arrow in dit kader overgelegde e-mails blijkt dat [verweerster] ’s communicatiestijl inderdaad als direct kan worden beschouwd. Hoewel deze directe communicatiestijl en wijze van leidinggeven door (enkele) anderen kennelijk als lastig wordt ervaren, is een dergelijke benadering op zichzelf, mits binnen redelijke grenzen, niet verwijtbaar. Bovendien is bij een werknemer in een leidinggevende rol een meer directe communicatiestijl vaak ook nodig. De kantonrechter concludeert dat de door Arrow overgelegde e-mails, gelet op de betwisting door [verweerster] , onvoldoende onderbouwing opleveren voor de conclusie dat [verweerster] deze grenzen heeft overschreden. Uit de door [verweerster] overgelegde producties, waaronder productie 34 van het verweerschrift, volgt bovendien een ander geluid, namelijk dat [verweerster] door collega’s wordt gewaardeerd als een betrokken en daadkrachtige leidinggevende. [naam 3] , die rechtstreeks aan [verweerster] rapporteert en dagelijks met haar samenwerkt, omschrijft [verweerster] als een ‘exceptional manager and leader with outstanding communication skills, professionalism, and competence’. 6.
  21. De stelling dat [verweerster] opzettelijk haar leidinggevende, [naam 2] , zou hebben gepasseerd of gefrustreerd, vindt evenzeer onvoldoende steun in de overgelegde stukken. Arrow verwijt [verweerster] onder meer dat zij zonder medeweten van [naam 2] rechtstreeks naar diens leidinggevende mailt met waardoor het team niet professioneel en effectief overkomt (productie 12 verweerschrift). Dat [verweerster] [naam 2] hier passeerde met het doel hem te ondermijnen, is niet komen vast te staan. [verweerster] heeft immers onderbouwd dat zij op 17 oktober 2024 uit operationele noodzaak rechtstreeks contact heeft gezocht met [naam 4] . Dit blijkt ook uit de door [verweerster] als productie 18 overgelegde e-mail. Arrow heeft hier vervolgens niks meer tegenin gebracht. Uit productie 28 bij het verweerschrift blijkt dat [verweerster] in november en december 2024 herhaaldelijk heeft geprobeerd via Teams een overlegmoment met [naam 2] in te plannen. Arrow heeft niet betwist dat [naam 2] deze verzoeken heeft afgewezen. De kantonrechter acht het onder deze omstandigheden niet onbegrijpelijk dat [verweerster] vervolgens aan [naam 2] met cc aan diens leidinggevende [naam 5] bericht (productie 28 verzoekschrift): ‘Please be informed EMEA will report to [naam 5] directly in 2025, due to you have failed with participate EMEA 1:1s and failed to support us with the necessary leadership guidance. We feel confident to continuously led by [naam 5] , and will not report to you for any EMEA business if you continuously reject to have meeting on 1:1 base with me’. [verweerster] ontving begin januari 2025 een uitnodiging voor een gesprek met [naam 2] en HR, waarbij het onderwerp, zoals [verweerster] stelt, vaag werd omschreven. Uit de e-mail van 6 januari 2025 blijkt dat [verweerster] daarom om nadere duidelijkheid over de inhoud van het gesprek heeft verzocht. Niet gebleken is dat [naam 2] hierop een helder antwoord heeft gegeven. Van het opzettelijke passeren van of frustreren van [naam 2] door [verweerster] is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook geen sprake. 6.
  22. De kantonrechter is voorts van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [verweerster] collega’s bewust tegen elkaar heeft uitgespeeld. Het gebruik van cc- en bcc-velden in e-mails diende volgens [verweerster] veelal het doel van transparantie en adequate informatieverstrekking, juist om misverstanden en communicatieproblemen te voorkomen. 6.
  23. Ook de stelling dat [verweerster] leidinggevenden stelselmatig zou hebben tegengesproken of hem in een kwaad daglicht zou hebben gesteld, vindt onvoldoende steun in de door Arrow aangevoerde feiten en omstandigheden. Er zijn geen concrete voorbeelden overgelegd die duiden op grensoverschrijdend gedrag. Bovendien blijkt uit de stukken niet dat [verweerster] zich anders heeft uitgelaten dan binnen de redelijke grenzen van zakelijke communicatie toelaatbaar kan worden geacht. Gelet op het voorgaande is niet komen vast te staan dat [verweerster] collega’s bewust tegen elkaar heeft uitgespeeld of leidinggevenden op onprofessionele wijze heeft tegengewerkt. 6.
  24. Tenslotte heeft Arrow, gelet op de gemotiveerde betwisting van [verweerster] , ook onvoldoende onderbouwd dat [verweerster] heeft geweigerd een begroting op te stellen, terwijl dit volgens Arrow tot haar takenpakket behoort (zie productie 20 verzoekschrift). Uit de door [verweerster] overgelegde producties 26 en 37 volgt in ieder geval dat [naam 2] en [verweerster] over de besparingsplannen en de cijfermatige (on)mogelijkheden hebben gesproken. In ieder geval blijkt hier ook uit dat [verweerster] wel degelijk ‘iets’ aan cijfers had opgeleverd. Indien hetgeen [verweerster] had opgeleverd onvoldoende was, had het voor de hand gelegen dat [naam 2] [verweerster] hierop eerder had gewezen. Dat [verweerster] terzake een verwijt kan worden gemaakt, is door Arrow dan ook onvoldoende nader onderbouwd. 6.
  25. De conclusie is dan ook dat Arrow de stelling dat [verweerster] verwijtbaar heeft gehandeld, gelet op hetgeen [verweerster] daar tegenin heeft gebracht, onvoldoende heeft onderbouwd. Het enkele feit dat er spanningen en communicatieproblemen zijn geweest, en dat [verweerster] een directe communicatiestijl hanteert, rechtvaardigt naar het oordeel van de kantonrechter dan ook geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen. Al hetgeen Arrow verder nog heeft aangevoerd, en door [verweerster] wordt betwist, kan ook indien dit zou komen vast te staan, niet tot een ander oordeel leiden, zodat dit verder onbesproken kan blijven. de g-grond: verstoorde arbeidsverhouding 6.
  26. Arrow verzoekt subsidiair om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond (artikel 7:669 lid 3 onder g BW), stellende dat er sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van haar in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. 6.
  27. De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (artikel 7:669 lid 3 sub g BW) evenmin kan worden toegewezen. Voor zover Arrow aan deze ontslaggrond de hiervoor reeds besproken stellingen ten grondslag heeft gelegd, volgt uit hetgeen de kantonrechter daarover heeft overwogen dat deze stellingen niet tot een voldragen g-grond leiden. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dan ook onvoldoende dat [verweerster] zich zodanig heeft gedragen dat van Arrow in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verweerster] voort te zetten. 6.
  28. Hoewel [verweerster] erkent dat de arbeidsrelatie met [naam 2] onder spanning is komen te staan, is de kantonrechter niet gebleken dat herstel daarvan onmogelijk is. Arrow heeft nog onvoldoende ingezet op herstel. Pas op 23 oktober 2024 is [verweerster] voor het eerst geïnformeerd over de verbeterpunten die [naam 2] wenselijk achtte. Op 9 januari 2025 is haar vervolgens meegedeeld dat haar arbeidsovereenkomst zou worden beëindigd. De kantonrechter is van oordeel dat Arrow geen serieuze poging heeft gedaan om de relatie met [verweerster] te herstellen, bijvoorbeeld door middel van mediation of andere vormen van interventie. Dit terwijl [verweerster] , ook ter zitting, meerdere malen heeft benadrukt dat zij graag bij Arrow in dienst wil blijven. Als goed werkgever lag het op de weg van Arrow om tot duidelijke (verbeter)afspraken met [verweerster] te komen over haar manier van communiceren, al dan niet met behulp van een coach. Anders dan Arrow heeft gesteld, is tijdens de mondelinge behandeling onweersproken door [verweerster] aangevoerd dat zij na het 1:1 gesprek op 23 oktober 2024 nog slecht één keer, namelijk in november 2024, een 1:1 gesprek met [naam 2] heeft gehad en [verweerster] geen persoonlijke coaching heeft gehad om haar gedrag en communicatie te verbeteren. Het is de kantonrechter daarom onvoldoende gebleken dat de arbeidsrelatie dermate verstoord is dat het in redelijkheid niet van Arrow kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 sub g BW zal derhalve worden afgewezen. de h-grond: andere omstandigheden 6.
  29. Bij de h-grond gaat het om “andere omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren”. De h-grond is blijkens de wetsgeschiedenis alleen bedoeld voor zeer uitzonderlijke gevallen zoals detentie, illegaliteit van de werknemer of het niet kunnen beschikken over een tewerkstellingsvergunning door de werkgever. De h-grond is niet bedoeld voor situaties die onvoldoende van de andere ontslaggronden verschillen. Nu Arrow deze grond heeft gebaseerd op dezelfde gedragingen van [verweerster] als de hiervoor genoemde ontslaggronden, kan het verzoek reeds daarom niet op deze grond worden toegewezen. de i-grond: combinatiegrond 6.
  30. Arrow heeft tenslotte verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van de combinatiegrond. Om tot ontbinding op de i-grond over te kunnen gaan is onder meer vereist dat er sprake is van één bijna voldragen ontslagrond. 6.
  31. Arrow heeft nagelaten deze ontslaggrond afzonderlijk toe te lichten en het is niet aan de kantonrechter om – wanneer iedere toelichting ontbreekt – de omstandigheden die zijn aangevoerd in het kader van de afzonderlijke ontslaggronden in het kader van de i-grond te verzamelen en zelfstandig te beoordelen of die voldoende zijn voor een voldragen i-grond. Daarbij komt dat de kantonrechter in het voorgaande heeft geoordeeld dat geen van de aan het verzoek ten grondslag gelegde afzonderlijke ontslaggronden bijna voldragen is. Nu er geen sprake is van één of meerdere bijna voldragen ontslaggronden is het ontbindingsverzoek ook niet toewijsbaar op de i-grond. Conclusie 6.
  32. De conclusie uit al het voorgaande is dat geen van de aangevoerde ontslaggronden tot toewijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst kunnen leiden. De kantonrechter wijst het verzoek af. 6.
  33. Nu het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, is de voorwaarde waaronder [verweerster] heeft verzocht om toekenning een transitievergoeding, een billijke vergoeding, de bonus over het jaar 2025 en vernietiging van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentie- en relatiebeding, niet vervuld. Dit brengt met zich dat deze verzoeken geen behandeling behoeven. Proceskosten 6.
  34. De proceskosten komen voor rekening van Arrow, omdat Arrow ongelijk krijgt. De proceskosten worden aan de hand van het liquidatietarief begroot op € 949,00 (€ 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. Het tegenverzoek Wedertewerkstelling 6.
  35. Vast staat dat [verweerster] op 9 januari 2025 op non-actief is gesteld en de toegang tot de systemen van Arrow per direct zijn geblokkeerd. Nu de kantonrechter reeds heeft geoordeeld dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, ligt het verzoek van [verweerster] tot wedertewerkstelling en herstel van de toegang tot de IT-systemen van Arrow voor toewijzing gereed. De kantonrechter heeft geen reden om aan te nemen dat Arrow hieraan niet vrijwillig gehoor zal geven, zodat de gevorderde dwangsom zal worden afgewezen. Bonus 6.
  36. [verweerster] vordert uitbetaling van de bonus over 2024, ter hoogte van € 26.250 bruto. Ter zitting heeft Arrow aangevoerd dat de bonus over het jaar 2024 reeds is betaald. [verweerster] heeft dit erkend, zodat de vordering tot uitbetaling van de bonus over het jaar 2024 zal worden afgewezen. Proceskosten 6.
  37. De proceskosten komen voor rekening van Arrow, omdat Arrow overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerster] worden vastgesteld op nihil. 7De beslissing De kantonrechter op het verzoek: 7.
  38. wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af, 7.
  39. veroordeelt Arrow in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Arrow niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 7.
  40. verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, op het tegenverzoek: 7.
  41. beveelt Arrow om [verweerster] binnen 48 uur na betekening van deze beschikking toe te laten tot het verrichten van haar werkzaamheden en haar toegang tot de IT-systemen te herstellen, 7.
  42. veroordeelt Arrow in de proceskosten, aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil, 7.
  43. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 7.
  44. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. D. Nobel en in het openbaar uitgesproken op 3 juli
  45. Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Artikel 7:669 lid 1 BW. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.