Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-5871 Zaaknummer: C/09/689518 Datum beschikking: 9 oktober 2025 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 4 augustus 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. N. Bagci-Çiçek te ‘s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A. El Aqde te Amsterdam. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 29 augustus 2025 van de zijde van de vrouw; het F9-formulier van 4 september 2025 van de zijde van de vrouw; het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken; het F9-formulier van 1 oktober 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlagen. Op 2 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat; de man met zijn advocaat en tolk R. Achamlale; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd op [dag] 2008 te [plaats 1] , Marokko. Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] , - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] , - [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] , - [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats 2] . - De man en de vrouw zijn gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen belast. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw zoals dat thans luidt strekt ertoe dat: de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres 1] ( [postcode] ) te [plaats 2] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd; een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 142,75 per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van 4 augustus 2025, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man heeft verweer gevoerd dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarbij verzoekt hij zelfstandig: primair te bepalen dat de minderjarige kinderen aan de man worden toevertrouwd; te bepalen dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres 1] ( [postcode] ) te [plaats 2] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; subsidiair - dat een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld al volgt: de man heeft de kinderen wekelijks bij zich vanaf donderdagavond tot en met zondag in de woning van partijen, waarbij de vrouw de woning dient te verlaten en de man gebruik kan maken van de echtelijke woning van partijen; meer subsidiair dat een voorlopige regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld; een Raadsonderzoek te gelasten teneinde te onderzoeken bij wie het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen dient te worden bepaald en in het verlengde hiervan welke zorgregeling vervolgens tegemoetkomt aan de belangen van de minderjarige kinderen en daarover aan uw rechtbank in de echtscheidingsprocedure te rapporteren en advies uit te brengen; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Beoordeling Uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing kinderen De rechtbank zal de verzoeken ten aanzien van de toevertrouwing van de kinderen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning samen beoordelen, omdat de voor de beoordeling van belang zijnde omstandigheden met elkaar samenhangen. De vrouw heeft ter onderbouwing van haar verzoeken naar voren gebracht dat zij gedurende het huwelijk altijd degene is geweest die de zorg van de kinderen op zich nam. Op dit moment verblijft ze samen met de kinderen in een opvang, die eigenlijk niet geschikt is voor kinderen. Met name voor de jongste, [minderjarige 4] , die een handicap heeft is het gevaarlijk in de opvang. De echtelijke woning heeft voorzieningen die aangepast zijn aan wat [minderjarige 4] nodig heeft. Ook voor de andere kinderen is het beter om terug te keren naar de echtelijke woning, waar de omgeving bekend is en hun school dichtbij is. Volgens de vrouw heeft de man de financiële middelen en daarnaast een netwerk om snel een alternatieve woonplek te kunnen vinden. De vrouw verzoekt daarom de toevertrouwing van de kinderen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De man begrijpt dat het beter is voor de kinderen om in de echtelijke woning te verblijven, maar hij heeft zelf geen alternatieve plek om naartoe te gaan. De man verzoekt daarom zelfstandig de toevertrouwing van de kinderen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De man is wel bereid om overdag uit de woning te gaan zodat de vrouw in de woning voor de kinderen kan zorgen, maar hij wil graag in de nacht in de echtelijke woning slapen. De vrouw zou dan in de nacht bij haar familie kunnen verblijven. Birdnesting is wat de man betreft daarom de juiste oplossing. Mocht de rechtbank oordelen dat de man toch de echtelijke woning uit moet, dan verzoekt de man hem een termijn te geven om een alternatieve plek te vinden. De rechtbank zal bepalen dat de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd en dat de vrouw voorlopig gerechtigd zal zijn om in de echtelijke woning te verblijven. De ouders zijn het erover eens dat de huidige situatie schadelijk is voor de kinderen. De tweeling gaat op dit moment niet naar school en voor [minderjarige 4] is het gevaarlijk in de opvang. De rechtbank heeft van de vrouw begrepen dat zij gezocht heeft naar oplossingen, maar dat er geen veilige plek voor [minderjarige 4] beschikbaar is. De rechtbank acht het van groot belang dat de kinderen terugkeren naar de echtelijke woning, die is aangepast op de behoeftes van [minderjarige 4] . Omdat de vrouw altijd de hoofdverzorger is geweest en de man werkt, vindt de rechtbank dat het de vrouw moet zijn aan wie de kinderen worden toevertrouwd. De vrouw moet daarom ook degene zijn die in de echtelijke woning zal verblijven. Gelet op de spanningen tussen de ouders is het niet reëel dat zij samen in de woning verblijven of een birdnestregeling uitvoeren. Dit alles betekent dat de man de woning zal moeten verlaten. De rechtbank zal hierbij niet een termijn aan de man geven om een alternatieve woonplek te vinden, omdat het belang van de kinderen vereist dat zij, samen met de vrouw, zo snel mogelijk terugkeren in de woning. Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen. Zorgregeling De man en de vrouw hebben ter zitting beiden aangegeven dat zij het belangrijk vinden dat het contact tussen de man en de kinderen wordt hervat. Er is op dit moment veel telefonisch contact, maar de kinderen missen de man. De rechtbank vindt dat de kinderen de man moeten kunnen zien. De man zit in een lastige situatie omdat hij de woning zal moeten verlaten en nog geen eigen woonplek heeft. Partijen hebben aangegeven dat zij bereid zijn de omgang te laten plaatsvinden op een openbare plek, zoals bijvoorbeeld een restaurant. De rechtbank acht dat in de huidige situatie passend. De rechtbank legt daarom vast dat de kinderen iedere zaterdag van 13.00 uur tot 15.00 uur contact hebben met de man op een openbare plek. De rechtbank gaat ervan uit dat de man een voorstel doet voor een ook voor [minderjarige 4] geschikte locatie voor het omgangsmoment en dat partijen het vervolgens in onderling overleg verder afstemmen. Het staat de ouders uiteraard vrij om in onderling overleg een andere regeling te bepalen. De rechtbank zal het meer of anders verzochte ten aanzien van de zorgregeling afwijzen. Doorverwijzing ouderschapsbemiddeling Het is van belang, met name ook voor de kinderen, dat de ouders een vorm van samenwerken gaan vinden. De ouders zijn daar allebei ook toe bereid. De vrouw heeft aangegeven dat zij in gesprek wil met de man en dat zij denkt dat dit onder begeleiding van een professionele instantie op een veilige manier kan. De rechtbank zal de ouders daarom in de gelegenheid stellen deel te nemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding. De rechtbank verzoekt de uitvoerende hulpverleningsinstantie om de eindrapportage over het verloop van het ouderschapsbemiddelingstraject in te dienen op de hierna vermelde wijze en ten behoeve van de bodemprocedure in de echtscheidingszaak (onder vermelding van clusternummer [nummer] ), nu in de onderhavige procedure een eindbeslissing wordt genomen. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen, eveneens ten behoeve van de bodemprocedure in de echtscheidingszaak. Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht. Daarbij dient de Raad alsdan in ieder geval in zijn onderzoek te betrekken welke zorgregeling het meest in het belang van de kinderen wordt geacht Kinderalimentatie Ingangsdatum De rechtbank zal eerst de ingangsdatum van de kinderalimentatie bepalen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. De vrouw verzoekt als ingangsdatum de datum van de indiening van het verzoekschrift, 4 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.