← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:20844

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.17671 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. K.S. Kort), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder Inleiding Eiseres heeft op 15 april 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag van 29 augustus

  1. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Beoordeling door de rechtbank
  2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  3. Verweerder heeft onderzocht of de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling moet worden genomen omdat een andere lidstaat van de Europese Unie daarvoor verantwoordelijk is zoals bedoeld in de Verordening (EU) Nr. 604/2103 (Dublinverordening). Artikel 42, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) bepaalt dat de beslistermijn in dergelijke gevallen aanvangt op het moment waarop is komen vast te staan dat Nederland verantwoordelijk is of zal worden voor de behandeling van de asielaanvraag. Dat moment is in ieder geval aangebroken wanneer de in de Dublinverordening neergelegde uiterste overdrachtstermijn is verstreken. Dat moment kan zich echter ook eerder voordoen, bijvoorbeeld als verweerder zelf eerder besluit om de asielaanvraag aan zich te trekken of als door feiten en omstandigheden blijkt dat de verantwoordelijkheid vanaf een bepaald moment aan Nederland behoort of zal gaan behoren.
  4. In de memo nationale procedure heeft verweerder meegedeeld dat er is besloten om geen terug-/overnameverzoek in te dienen bij de Italiaanse autoriteiten en dat de termijn om een verzoek in te dienen is verstreken. Dit betekent dat verweerder vanaf 1 november 2024 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. Op dat moment was de termijn voor het indienen van een terug-/overnameverzoek verstreken.
  5. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. In het geval van eiseres vangt de beslistermijn aan op 29 oktober
  6. De beslistermijn zou daarom op 29 april 2025 eindigen. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling (28 maart 2025) de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 6 november 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.