← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:21746

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.37733 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaak tussen [eiser], v-nummer [nummer], eiser (gemachtigde: mr. A.H. Hekman), en de minister van Asiel en Migratie . Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op de asielaanvraag. De minister heeft ondanks een uitdrukkelijk verzoek van de rechtbank geen verweerschrift ingediend. 1.
  2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Beoordeling door de rechtbank
  3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen. Feiten
  4. Eiser heeft de Syrische nationaliteit en woonde met een verblijfsvergunning in Oekraïne. In verband met de Russische invasie in Oekraïne is eiser samen met zijn vriendin, die de Oekraïense nationaliteit heeft, Nederland binnengereisd. Op 15 augustus 2022 heeft eiser in Nederland een asielaanvraag ingediend en heeft hij op basis van zijn relatie tijdelijke bescherming gekregen. De minister heeft deze tijdelijke bescherming bij besluit van 18 juni 2025 beëindigd, omdat eisers relatie is verbroken. Is het beroep van eiser ontvankelijk?
  5. De aanvraag is in ontvangst genomen op 15 augustus
  6. De minister moet in beginsel uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Deze beslistermijn is met de inwerkingtreding van WBV 2022/22 met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden. Eiser viel tot 18 juni 2025 onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Op grond van artikel 43a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) moet binnen zes maanden na afloop van de tijdelijke bescherming beslist worden op de asielaanvraag. Dat betekent dat voor eiser de beslistermijn van zes maanden als bedoeld in artikel 43a van de Vw 2000 vanaf 18 juni 2025 is gaan lopen. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 5 juni 2025 prematuur is ingediend en dus ongeldig is. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag niet-ontvankelijk. Conclusie en gevolgen
  7. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Deitz, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister. Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Dit volgt uit de artikelen 6:2 en 6:12 van de Awb. Dit staat in artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet
  8. Stcrt. 2022, nr.
  9. Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen..

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.