← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:21908

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-6437 Zaaknummer: C/09/672116 Datum beschikking: 13 juni 2025 Vaststelling van vermissing Beschikking op het op 8 april 2024 bij de rechtbank Limburg ingekomen verzoekschrift van: [verzoeker] , verzoeker, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, tevens in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] , advocaat: mr. C.L.J.M. Wilhelmus te Sittard (gemeente Sittard-Geleen), betreffende het overlijden van: [betrokkene] , de betrokkene, laatstelijk verblijvende te [land] . Als belanghebbenden worden aangemerkt: [belanghebbende 1] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [belanghebbende 2] , wonend op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland, [belanghebbende 3] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [belanghebbende 4] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [belanghebbende 5] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [belanghebbende 6] , Wonende op een bij de rechtbank bekend adres, de meerderjarige kinderen van verzoeker en betrokkene. Procedure Bij beschikking van 23 augustus 2024 heeft de rechtbank Limburg, locatie Maastricht zich onbevoegd verklaard om van het verzoek kennis te nemen en is de zaak verwezen naar deze rechtbank. Bij beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2025 is overgegaan tot oproeping in de Staatscourant van de betrokkene [betrokkene], geboren op [geboortedatum 2] 1975 of [geboortedatum 2] 1980 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland] , laatstelijk bekend adres: gemeente/regio [plaats] , [geboorteland] , voor de mondelinge behandeling bij de rechtbank op 12 mei 2025, om van haar in leven zijn te doen blijken. De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook: de e-mail van verzoeker van 13 maart 2025; de e-mail van verzoeker van 4 april 2025; het F9-formulier van verzoeker van 1 mei 2025, met als bijlage een instemmingsverklaring van Mekeret. Uit voornoemde stukken volgt dat in de basisregistratiepersonen (BRP) verschillende geboortejaren van betrokkene worden genoemd, zowel 1975 als 1980. De rechtbank zal daarom steeds beide geboortedata noemen. Beoordeling De rechtbank handhaaft al dat wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. Betrokkene is bij voornoemde advertentie opgeroepen om te verschijnen bij de zitting van deze rechtbank van 12 mei 2025 om van haar in leven zijn te doen blijken. De betrokkene is niet verschenen en evenmin is iemand voor haar opgekomen die behoorlijk van het in leven zijn van betrokkene heeft doen blijken. Het verzoek is nu, mede gelet op dat wat is overwogen in de beschikking van 11 maart 2025, voor toewijzing vatbaar. Als dag vanaf welke de betrokkene wordt vermist zal de rechtbank op grond van artikel 1:414, lid 3, van het Burgerlijk Wetboek [datum] 2017 vaststellen. Verzoeker heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat dit de dag is waarop betrokkene naar alle waarschijnlijkheid in [land] is overleden. Beslissing De rechtbank: stelt de vermissing sinds 6 mei 2017 vast van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum 2] 1975 of [geboortedatum 2] 1980 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland] . Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 juni 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.