Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-3494 Zaaknummer: C/09/685005 Datum beschikking: 9 juli 2025 Gezagsuitoefening Beschikking op het op 12 mei 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. B.S. van Haeften te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. S.A. Ray te Rotterdam. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek; het F9-bericht van de vrouw van 27 mei 2025, met bijlagen. Op 11 juni 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader, bijgestaan door zijn advocaat. Verzoek De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht om aan haar vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de moeder vervangt om met [de minderjarige] op vakantie te gaan naar Armenië van 17 juli 2025 tot en met 14 augustus 2025, met veroordeling van de vader in de kosten van de procedure. De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht om aan hem vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de moeder vervangt om met [de minderjarige] op vakantie te gaan naar Spanje, Griekenland of Turkije van 8 september 2025 tot en met 28 september 2025, met veroordeling van de moeder in de kosten van de procedure. Feiten - Partijen hebben een affectieve relatie gehad. - Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind: - [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats] . - Bij beschikking van deze rechtbank van 9 februari 2023 zijn partijen gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] en is een zorgregeling vastgesteld, waarbij [de minderjarige] – voor zover van belang – bij de vader verblijft: om de week op zaterdag van 10.00 uur tot zondag 17.00 uur en elke week een doordeweekse middag, in onderling overleg te bepalen. Bij beschikking van 14 augustus 2024 is deze uitspraak bekrachtigd door het Gerechtshof Den Haag. Beoordeling Wettelijk kader Artikel 1: 253a eerste en tweede lid BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders, waaronder ten aanzien van een vakantie, op verzoek van beide of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd en dat de rechtbank een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Inhoudelijke beoordeling De beide ouders hebben verzocht om vervangende toestemming om met [de minderjarige] op vakantie te kunnen gaan. De vader heeft op de zitting aangegeven op zich geen bezwaar te hebben tegen de vakantie van de moeder met [de minderjarige] . De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen. De rechtbank zal ook het verzoek van de vader toewijzen. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de moeder en haar wens om het contact tussen de vader en [de minderjarige] eerst verder op te bouwen voordat [de minderjarige] langere tijd met de vader weggaat, ziet de rechtbank geen contra-indicaties om de vervangende toestemming aan de vader te onthouden. Daarbij overweegt de rechtbank het volgende. De moeder heeft betoogd dat het noodzakelijk is dat [de minderjarige] er aan went dat zij wat langer weg is bij de moeder, voordat zij drie weken bij de vader doorbrengt. Op de zitting heeft de vader aangeboden dat [de minderjarige] in de komende tijd, in ieder geval tot aan de vakantie in september, steeds om het weekend twee nachtjes, van vrijdag tot en met zondag, bij de vader kan slapen, zodat zij kan wennen aan een langer verblijf bij iemand anders dan de moeder. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan het grootste bezwaar van de moeder. Dat [de minderjarige] daarbij af en toe bij opa en oma vaderszijde is en niet bij de vader, maakt deze uitbreiding niet minder het belang van [de minderjarige] . Zij moet er volgens de moeder immers aan wennen dat zij minder bij de moeder is, en niet zozeer dat zij bij de vader is. Om diezelfde reden acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] dat zij na de vakantie met de moeder het eerstvolgende weekend bij de vader doorbrengt, ook als dat niet zijn omgangsweekend is. Hoewel aan de rechtbank geen verzoek tot wijziging van de zorgregeling voorligt en deze wijzigingen dus niet kunnen worden vastgesteld, gaat de rechtbank er van uit dat beide partijen– met het oog op het belang van [de minderjarige] en de aanstaande vakanties – aan voornoemde wijzigingen in de zorgregeling uitvoering zullen geven. Voor wat betreft de stelling van de moeder dat [de minderjarige] geen dagen kan missen op de peuterspeelzaal in september, omdat zij een VE-indicatie heeft vanwege een taalachterstand, geldt dat bij de vader Nederlands wordt gesproken - in tegenstelling tot het Armeens dat bij de moeder wordt gesproken – zodat [de minderjarige] tijdens de vakantie bij de vader voldoende mogelijkheid zal hebben om haar Nederlands te ontwikkelen. De rechtbank concludeert dat het daarmee overkomelijk is dat [de minderjarige] een aantal dagen op de peuterspeelzaal mist.. Het voorgaande leidt ertoe dat [de minderjarige] in de periode 17 juli 2025 tot en met 14 augustus 2025 met de moeder naar Armenië zal reizen en van 8 september 2025 tot en met 28 september 2025 een vakantie zal doorbrengen met de vader in Spanje, Griekenland of Turkije. De vader dient daarbij uiterlijk twee weken van tevoren aan de moeder door te geven waar hij naartoe op vakantie zal gaan, voor hoe lang en vlucht- en verblijfsinformatie. Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft en dat partijen over en weer verzoeken hebben ingediend, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Beslissing De rechtbank: verleent toestemming aan de moeder – die de toestemming van de vader vervangt – om met [de minderjarige] naar Armenië te reizen in de periode van 17 juli 2025 tot en met 14 augustus 2025; verleent toestemming aan de vader – die de toestemming van de moeder vervangt – om met [de minderjarige] naar Spanje, Griekenland of Turkije te reizen in de periode van 8 september 2025 tot en met 28 september 2025, waarbij de vader uiterlijk twee weken van tevoren (dus uiterlijk op 25 augustus 2025) aan de moeder informatie zal sturen over het land, de verblijfsplaats, vluchtgegevens en adres van de accommodatie; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 juli 2025.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.