Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-2772 Zaaknummer: C/09/683510 Datum beschikking: 9 juli 2025 Gezagsuitoefening Beschikking op het op 11 april 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. S. Salhi te Rijswijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift. De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Op 11 juni 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is de advocaat van de vrouw verschenen. De man en de vrouw zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Verzoek De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht aan haar toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt voor een reis naar Turkije voor de duur van vier weken in de periode 21 juli 2025 tot en met 29 augustus 2025, ten behoeve van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader heeft geen verweer gevoerd. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2011 tot [datum 2] 2023. - Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ; - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. - De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder. - Bij beschikking van deze rechtbank van 8 februari 2024 is het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling afgewezen. Beoordeling Artikel 1: 253a eerste en tweede lid BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders, waaronder ten aanzien van een vakantie, op verzoek van beide of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd en dat de rechtbank een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. De moeder wil in de aankomende zomervakantie graag met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op vakantie naar Turkije. De vader geeft hiervoor echter geen toestemming. Sinds de echtscheiding van partijen en een geweldsincident waarvoor de vader is veroordeeld, bestaat tussen hen geen enkel contact meer. De moeder heeft zich daarom al meermaals moeten wenden tot de rechtbank om vervangende toestemming te verkrijgen. De rechtbank zal deze toestemming verlenen. Zij vindt het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat zij op vakantie kunnen gaan met hun moeder. Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die dit anders maken. Het verzoek van de moeder wordt daarom toegewezen. Beslissing De rechtbank: verleent toestemming aan de moeder – die de toestemming van de vader vervangt – met de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ; naar Turkije te reizen voor de duur van vier weken in de periode 21 juli 2025 tot en met 29 augustus 2025; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 juli 2025.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.