← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:21938

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-3924 Zaaknummer: C/09/685802 Datum beschikking: 10 juli 2025 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 26 mei 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. F. Arslan te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. W.N. Sardjoe te ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift, tevens verzoekschrift; het F9-bericht van de vrouw van 18 juni 2025, met bijlagen. Op 26 juni 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk, M. Amer; de man, bijgestaan door zijn advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Feiten Partijen zijn gehuwd op [dag] 2019 te [plaats] , Pakistan. Uit het huwelijk van partijen zijn twee, nog minderjarige kinderen geboren: ­ [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ; ­ [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2] ; Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen. De kinderen verblijven bij de vrouw. De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Pakistaanse nationaliteit. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat: - de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd; - een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, waarbij de kinderen wekelijks op vrijdag door de man uit school worden gehaald en op maandag naar school worden gebracht; - een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 450,- per maand wordt vastgesteld; - een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 350,- per maand per kind wordt vastgesteld; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De man voert – onder referte voor het overige – verweer tegen de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, kinderalimentatie en partneralimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De man verzoekt daarnaast zelfstandig een voorlopige zorgregeling vast te stellen, waarbij de kinderen bij de man zijn gedurende: een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school tot en met maandag naar school; de helft van de algemene feestdagen, schoolvakanties en bijzondere gelegenheden zoals verjaardagen van de kinderen en de man; waarbij de man primair verzoekt om het halen en brengen van de kinderen te delen en subsidiair dat hij gedurende de voorlopige voorzieningen hiervoor zorg zal dragen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe. Toevertrouwing van de kinderen Door de vrouw is verzocht om de kinderen voor de duur van de echtscheidingsprocedure aan haar toe te vertrouwen. De man heeft hiermee ingestemd. Omdat niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet, zal de rechtbank het verzoek toewijzen. Voorlopige zorgregeling Partijen zijn erin geslaagd om op de zitting overeenstemming te bereiken over een voorlopige zorgregeling. Zij zijn overeengekomen dat de kinderen elk weekend van vrijdag uit school tot en met maandag naar school bij de man zullen zijn. Als er geen school is, worden de kinderen op vrijdag om 15.00 uur opgehaald en op maandag om 09.00 uur teruggebracht. Omdat de kinderen in de afgelopen periode vrijwel geen contact hebben gehad met de man, zal daarbij een korte opbouwperiode worden gehanteerd, startende op zaterdag 5 juli 2025 van 09.00 uur tot 19.00 uur. De week daarna zijn de kinderen van zaterdagochtend 12 juli 2025 09.00 uur tot zondagavond 13 juli 2025 19.00 uur bij de man. Vanaf het derde weekend (dus vanaf vrijdag 18 juli 2025) wordt aangesloten bij de hiervoor beschreven voorlopige zorgregeling. De kinderen zullen steeds worden opgehaald bij het Kurhaus in Scheveningen en daar ook weer worden teruggebracht, tenzij de man de kinderen bij school ophaalt of naar school toebrengt. Voor wat betreft de schoolvakanties en bijzondere dagen zijn de ouders overeengekomen dat zij deze bij helfte zullen verdelen, in onderling overleg nader in te vullen. Door de Raad is op de zitting nog aan partijen meegegeven dat het wenselijk is dat de vrouw informatie geeft aan de man over het schema van de kinderen, hun slaapjes, wanneer ze eten en drinken, et cetera. Als de verzorging zoveel mogelijk hetzelfde verloopt en duidelijk is voor de kinderen, zullen zij sneller wennen bij de man en zich makkelijker veilig hechten. Partijen hebben toegezegd dit mogelijk te maken. De rechtbank zal deze voorlopige zorgregeling vaststellen, nu zij deze in het belang van de kinderen acht. Kinderalimentatie De vrouw verzoekt een voorlopige kinder- (en partner)alimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van de verzoeken stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken. Ingangsdatum Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. De rechtbank zal de kinderalimentatie vaststellen met ingang van de datum van deze beschikking. Behoefte Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is tussen partijen in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen. Daarbij zal de rechtbank het jaar 2024 als uitgangspunt nemen, omdat dit het laatste jaar is waarin partijen in gezinsverband hebben samengeleefd. Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun huwelijk worden bepaald. Partijen zijn het erover eens dat de vrouw gedurende het huwelijk geen inkomen had. Uit de jaaropgave van de man over 2024 volgt dat hij in dat jaar een bruto inkomen heeft genoten van € 56.292,-. Anders dan door de vrouw gesteld zal de rechtbank daarbij geen extra inkomsten aannemen, omdat een hoger inkomen zou blijken uit een schatting van de Belastingdienst in het kader van toeslagen. Door de man is toegelicht dat hij in het verleden korte tijd een taxibedrijf heeft gehad, maar dat de inkomsten hieruit verwaarloosbaar waren en dat de woning van partijen is aangekocht met hulp van zijn ouders. Niet gebleken is van substantiële extra inkomsten aan de zijde van de man, zodat de rechtbank enkel zijn inkomen uit loondienst zal meenemen in de berekening. Op basis hiervan en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen, berekent de rechtbank het NBI van de man tijdens het huwelijk op € 3.436,- per maand. Partijen hadden bij dit inkomen van de man recht op een kindgebonden budget (KGB) van € 291,- per maand. Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) bedroeg in 2024 dus € 3.727,- per maand. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2024, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 851,- per maand voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Geïndexeerd naar 2025 bedraagt deze behoefte € 906,- per maand. Draagkracht van de vrouw De vrouw ontvangt sinds kort een uitkering op basis van de Participatiewet, zodat zij in beginsel geen draagkracht heeft. Hoewel door de man is gesteld dat de vrouw een verdiencapaciteit heeft, zal de rechtbank hem hierin niet volgen. Gebleken is dat de vrouw nog niet ingeburgerd is in Nederland, zij de taal niet spreekt, de zorg heeft voor twee jonge kinderen en met hen in een opvanglocatie verblijft. Naar oordeel van de rechtbank is het in het kader van een voorlopige voorziening daarom niet realistisch om te verwachten dat de vrouw op korte termijn een eigen inkomen gaat genereren. De rechtbank zal daarom aan de zijde van de vrouw geen draagkracht aannemen. Draagkracht van de man Voor de bepaling van de draagkracht van de man gaat de rechtbank uit van dezelfde gegevens, omdat uit de recente loonstroken van de man hetzelfde jaarloon volgt als in 2024. gegevens als bij de behoefte. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank zijn NBI in 2025 op € 3.489,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening. Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan: 70% x [3.489 – (1.047 + 1.310)] = € 792,- per maand. Gezamenlijke draagkracht De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 792,- per maand (€ 0 + € 792). Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen van € 906,- per maand te voorzien. Er is sprake van een tekort van € 114,- per maand. Zorgkorting Omdat de man gemiddeld drie dagen per week de zorg zal hebben voor de kinderen, geldt een zorgkortingspercentage van 35. De zorgkorting bedraagt dan € 317,- per maand (35% van € 906,-). Omdat sprake is van een tekort van € 114,- per maand, wordt het tekort aan beide ouders voor de helft toegerekend. De helft van het tekort komt in mindering op de zorgkorting van de man. Dit betekent dat hij nog recht heeft op een zorgkorting van € 260,- per maand (€ 317 -/- € 57). Het aandeel van de man in de kosten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bedraagt dan € 532,- per maand (€ 792,-/- € 260). Dit is € 266,- per kind per maand. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot dit bedrag toewijzen en voor het overige afwijzen. Partneralimentatie Omdat partijen al onvoldoende draagkracht hebben om volledig in de behoefte van hun kinderen te voorzien, zal de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een partneralimentatie wegens gebrek aan draagkracht afwijzen. Proceskosten Gelet op het feit dat partijen (ex-)echtgenoten zijn, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat de minderjarigen: ­ [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ; ­ [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2] ; aan de vrouw zullen worden toevertrouwd; bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen bij zich te hebben: op zaterdag 5 juli 2025 van 09.00 uur tot 19.00 uur; van zaterdag 12 juli 2025, 09.00 uur tot en met zondag 13 juli 2025, 19.00 uur; vanaf vrijdag 18 juli 2025: elk weekend van vrijdag uit school (of 15.00 uur) tot maandagochtend naar school (of 09.00 uur); gedurende de helft van de schoolvakanties en overige bijzondere dagen, in onderling overleg nader te bepalen; waarbij de kinderen steeds worden opgehaald en teruggebracht bij het Kurhaus in Scheveningen, tenzij de man de kinderen uit school haalt en/of ze naar school brengt; bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 266,- per maand per kind (totaal: € 532,- per maand) zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 juli 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.