← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:21942

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-5358 Zaaknummer: C/09/670053 Datum beschikking: 7 augustus 2025 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 24 juli 2024 ingekomen verzoek van: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.F. van Duin te Ridderkerk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.M. Kers te Haarlem. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift; - het verweer tegen het zelfstandig verzoek; - het F9-formulier van de man van 24 juni 2025, met bijlagen; - het F9-formulier van de vrouw van 3 juli 2025, met bijlagen. Op 10 juli 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Op de zitting is door de vrouw een inboedellijst overgelegd. Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen: - het F9-bericht van de vrouw van 31 juli 2025, met als bijlage een door partijen ondertekend echtscheidingsconvenant. Feiten - Partijen zijn gehuwd op [dag] 2011 te [plaats 1] , Suriname. - Zij zijn de ouders van het volgende, nog minderjarige kind: ­ [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] . - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit. - Partijen hebben beiden de Nederlandse nationaliteit. - Deze rechtbank heeft op 14 augustus 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, inhoudende: ­ toevertrouwing van [minderjarige] aan de vrouw; ­ verwijzing van partijen naar een traject ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en begeleide omgangsregeling (BOR); ­ vaststelling van een voorlopige zorgregeling, waarbij tussen de man en [minderjarige] eens in de twee weken videobelcontact plaatsvindt, onder begeleiding van de kinderhulpverlener en bepaling dat het fysieke contact tussen de man en [minderjarige] plaatsvindt onder begeleiding en regie van BOR Humanitas; ­ vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen (voorlopige) bijdrage aan kinderalimentatie vastgesteld van € 594,- per maand. Verzoek en verweer Het verzoek, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot: - vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de man; - vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige] in die zin dat zij in de even weken bij de man zal verblijven en in de oneven weken bij de vrouw; - verdeling ten overstaan van een notaris van de huwelijksgemeenschap, met benoeming van een notaris en onzijdige personen; - voortgezet gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats 2] voor de duur van zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De vrouw voert – met uitzondering van de echtscheiding – verweer tegen de verzoeken van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Bovendien heeft de vrouw zelfstandig verzocht om de echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot: - vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw; - vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige] in nader overleg met en op aanwijzing van de hulpverlening; - vaststelling van kinderalimentatie van € 607,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen; - vaststelling van door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 2.323,- bruto per maand, steeds bij vooruitbetaling te voldoen; - vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw, zoals opgenomen in randnummer 30 t/m 43 van haar verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert – met uitzondering van de echtscheiding – verweer tegen de verzoeken van de vrouw, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Echtscheiding en opname echtscheidingsconvenant Echtscheiding Nu beide echtgenoten de Nederlandse nationaliteit hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen. Beide partijen stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat de daarop steunende, over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond kunnen worden toegewezen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen. Echtscheidingsconvenant Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek om het echtscheidingsconvenant deel uit te laten maken van deze beschikking. De rechtbank heeft na de zitting een door beide partijen ondertekend echtscheidingsconvenant ontvangen. De rechtbank leidt hieruit af dat partijen hun verzoeken hebben gewijzigd, in die zin dat zij nu aanhechting van dit convenant verzoeken en beschouwt de overige verzoeken als ingetrokken. Het echtscheidingsconvenant zal deel uitmaken van deze beschikking en in kopie aan deze beschikking worden gehecht. [minderjarige] Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de rechtbank bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen over te verzoeken ten aanzien van haar. In het echtscheidingsconvenant zijn partijen ook afspraken opgenomen ten aanzien van de minderjarige [minderjarige] . De rechtbank zal deze afspraken daarom opvatten als een ouderschapsplan, zoals bedoeld in artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich tegen deze afspraken verzet, zal de rechtbank ook deze afspraken aanhechten. Ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken merkt de rechtbank daarbij nog op dat tijdens de zitting is besproken dat de vormgeving en uitbreiding van de zorgregeling in samenspraak met hulpverlening van Jeugdformaat, waarnaar partijen al eerder zijn verwezen. De verwachting is daarbij dat partijen binnen drie maanden kunnen starten bij Jeugdformaat. In de tussentijd zal de het contact, zoals ook is opgenomen in het convenant, plaatsvinden onder begeleiding van BOR Humanitas. Proceskosten Gelet op het feit dat partijen (ex-)echtgenoten zijn, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Beslissing De rechtbank: spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [dag] 2011 te [plaats 1] , Suriname; neemt op de door partijen getroffen onderlinge regelingen, zoals neergelegd in het (in kopie) aan deze beschikking echtscheidingsconvenant, met daarin ook afspraken over de minderjarige [minderjarige] ; verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 augustus 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.