← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:21947

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.35170 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer], eiser (gemachtigde: mr. I. Özkara), en de minister van Asiel en Migratie. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het verblijfsdoel ‘Arbeid als kennismigrant’ bij referent [referent]. 1.
  2. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank
  3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. De griffier van de rechtbank stelt een termijn vast waarbinnen het griffierecht betaald moet worden. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of contant zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Wanneer iemand het griffierecht niet of niet op tijd betaalt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Een niet-ontvankelijkverklaring van het beroep laat de rechtbank achterwege als zij het niet (op tijd) betalen van het griffierecht verontschuldigbaar vindt. In dat geval bestaat er namelijk een goede reden waarom iemand het griffierecht niet (op tijd) heeft betaald. Is er een betalingstermijn gegeven voor het betalen van griffierecht?
  4. Op 1 augustus 2025 heeft de griffier eiser voor de eerste keer gewezen op de verplichting om griffierecht te betalen via de nota griffierecht. Eiser heeft vervolgens niet binnen de in de nota gegeven termijn van vier weken het griffierecht voldaan. Met de aangetekende brief van 1 september 2025 heeft de griffier eiser eraan herinnerd dat hij nog griffierecht verschuldigd is. Eiser is in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na dagtekenen van deze brief het griffierecht alsnog te betalen. Daarbij heeft de griffier vermeld dat als het griffierecht niet (binnen de betalingstermijn) wordt betaald, eiser het risico loopt dat zijn beroep door de rechtbank niet-ontvankelijk wordt verklaard. Bovendien staat in die brief duidelijk vermeld dat dit de laatste betalingsmogelijkheid is voor de betaling van het griffierecht.
  5. In de aangetekende brief van 1 september 2025 staat het adres van de gemachtigde van eiser. Uit het afleverbewijs van PostNL blijkt dat de brief op 3 september 2025 is bezorgd aan datzelfde adres. Er is voor ontvangst van de brief getekend. Heeft eiser het griffierecht betaald?
  6. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat eiser het griffierecht niet heeft voldaan. Eiser heeft ook geen reden gegeven waarom hij het griffierecht niet kan betalen aan de rechtbank. De rechtbank vindt het niet betalen van het griffierecht daarom niet verontschuldigbaar. Conclusie en gevolgen
  7. Omdat eiser het griffierecht niet heeft betaald en daar geen reden voor heeft gegeven, is het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Artikel 8:54, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk. Dit volgt uit artikel 8:41, eerste lid, van de Awb. De rechtbank stelt vast dat op het afleverbewijs van PostNL wel data maar geen jaartallen staan opgenomen. De track-en-trace-code op de aangetekende brief komt overeen met de code die genoemd staat op het afleverbewijs. Gelet daarop gaat de rechtbank ervan uit dat met de data op het afleverbewijs 2025 wordt bedoeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.