← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:22071

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-4683 Zaaknummer: C/09/687319 Datum beschikking: 14 augustus 2025 Wijziging zorgregeling Beschikking op het op 20 juni 2025 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. N. van der Storm te Amsterdam . Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.J. Meijer te Haarlem. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek; het F9-bericht van de vader van 11 juli 2025, met bijlagen; het F9-bericht van de vader van 16 juli 2025, met bijlagen. Op 17 juli 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder, bijgestaan door haar advocaat; [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Namens de moeder zijn pleitaantekeningen overgelegd. Op de zitting van 17 juli 2025 is ook het verzoek van de vader tot het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van de verdeling van de zomervakantie behandeld (geregistreerd onder zaaknummer C/09/687333 / FA RK 25-4686). De rechtbank heeft in deze procedure op de zitting mondeling uitspraak gedaan. Door de moeder is in het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie ingediend. Met het oog op het tijdstip van binnenkomst van het verweerschrift, wordt dit verzoek afgesplitst. Het is inmiddels geregistreerd onder C/09/688753 / FA RK 25-5475. Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen: het F9-bericht van de vader van 25 juli 2025, met bijlage; het F9-bericht van de moeder van 28 juli 2025, met bijlage. Verzoek en verweer Het verzoekschrift van de vader strekt tot wijziging van de door de ouders onderling getroffen regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in die zin dat de vader een zorgregeling verzoekt, waarbij: - [minderjarige] voortaan om en om een volledig weekend bij iedere ouder verblijft, waarbij hij: ­ primair: wekelijks bij de vader verblijft van maandag 09.30 uur tot woensdag 17.30 uur en om de week van vrijdag 14.45 uur tot en met maandag 09.30 (week 2 en 4); ­ subsidiair: wekelijks bij de vader verblijft van maandag 09.30 uur tot en met woensdag 17.30 uur en daarnaast een keer per maand van zaterdag 09.30 uur tot maandag 09.30 uur (week 2) en een keer per maand van vrijdag 14.45 uur tot maandag 09.30 uur (week 4); althans een door de rechtbank te bepalen zorgregeling; ­ vaststelling van een verdeling van de vakanties conform het door de vader overgelegde schema; ­ te bepalen dat de ouder bij wie [minderjarige] conform de zorgregeling verblijft, zowel tijdens de reguliere regeling als tijdens vakanties en feestdagen, verantwoordelijk is voor het regelen van opvang indien deze ouder tijdens het zorgmoment niet beschikbaar is; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden nadien zijn gewijzigd. De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt : de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar te bepalen; een zorgregeling vast te stellen, zolang de vader niet in [plaats 1] woont, waarbij [minderjarige] contact heeft met de vader eens per twee weken van vrijdagmiddag 17.00 uur tot zondagavond 18.30 uur (direct na het avondeten) waarbij de vader haalt en brengt; nadrukkelijk te bepalen dat de vader geen overnachtingen met [minderjarige] buiten [plaats 1] onderneemt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder; ten aanzien van de vakanties te bepalen dat deze bij helfte worden verdeeld, maar maximaal één week aaneengesloten per ouder, tenzij zij in onderling overleg anders overeenkomen; een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens. Feiten - Partijen zijn de ouders van het volgende, nog minderjarige kind: - [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] . - Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit. - Partijen zijn in 2022 in onderling overleg overeengekomen dat [minderjarige] de helft van de tijd (maandag tot en met woensdag) bij de vader en de helft van de tijd (woensdag tot en met vrijdag) bij de moeder is. De weekenden worden opgedeeld. Beoordeling Mediation Voordat de rechtbank inhoudelijk ingaat op de voorliggende verzoeken, geldt het volgende. Op de zitting is met partijen gesproken over de inzet van mediation of een vergelijkbaar traject. De vader heeft daarbij de inzet van een orthopedagoog of een gezinscoach, zoals [naam 2] of [naam 3] geopperd. Omdat [minderjarige] is geboren uit een eenmalig contact tussen partijen acht de rechtbank het evenals de Raad van belang dat zij bespreken hoe zij het ouderschap zullen vormgeven en dat zij een vertrouwensband opbouwen. Hoewel de moeder niet geheel negatief tegenover een traject lijkt te staan, heeft zij toch ook twijfels geuit. Door de rechtbank is daarom aan partijen een termijn gegeven om alsnog te beslissen of zij een mediation- of ander traject aan wilden gaan. Nu de rechtbank hierop van partijen geen bevestigd antwoord heeft gekregen, gaat zij ervan uit dat hierover geen overeenstemming is bereikt. Zij zal daarom beslissen op de voorliggende verzoeken. Hoofdverblijfplaats De moeder heeft verzocht om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar vast te stellen. De vader heeft hiermee ingestemd. Nu ook niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet, zal de rechtbank het verzoek toewijzen. Wijziging van de zorgregeling Inhoudelijke beoordeling Na de geboorte van [minderjarige] zijn partijen in onderling overleg en na een opbouw tot een 50/50-verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gekomen. Hierbij verblijft [minderjarige] steeds – kort samengevat – van maandag tot woensdag bij de vader, van woensdag tot vrijdag bij de moeder en worden de weekenden afgewisseld. Hoewel dit aanvankelijk goed liep, brengt de huidige zorgregeling sinds de verhuizing van de moeder naar [plaats 1] en de schoolgang van [minderjarige] veel reistijd met zich mee voor [minderjarige] . Hoewel de vader actief op zoek is om ook een woning in [plaats 1] te vinden, is dat tot op heden niet gelukt. Dat leidt ertoe dat [minderjarige] bij de huidige zorgregeling veel moet reizen. De ouders zijn het erover eens dat dit niet langer haalbaar is. De rechtbank ziet hierin een wijziging van omstandigheden, zoals vereist op grond van artikel 1:253a in samenhang met 1:377e lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en zal de ouders ontvangen in de over en weer gedane verzoeken tot wijziging van de zorgregeling. De moeder wil de zorgregeling graag beperken tot een verblijf van [minderjarige] bij de vader van één weekend per twee weken, zolang de vader niet in [plaats 1] woont. [minderjarige] hoeft dan doordeweeks geen lange autoritten meer te maken. Met de vader is de rechtbank echter van oordeel dat deze door de moeder verzochte regeling een te grote beperking oplevert in het contact tussen de vader en [minderjarige] ten opzichte van de huidige zorgregeling. Het belang van [minderjarige] om regelmatig contact te hebben met de vader weegt in dit geval ook zwaar en maakt dat het voorstel van de moeder slechts ten dele wordt gevolgd door de rechtbank. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin de vader (nog) niet in [plaats 1] woont en de situatie waarin dat wel het geval is. Zolang de vader in [plaats 2] woont, zal [minderjarige] bij hem zijn in de oneven weken van vrijdag uit school tot woensdag in de even week naar school. De overige tijd verblijft [minderjarige] bij de moeder. Schematisch weergegeven ziet dat er als volgt uit: Even weken Oneven weken Maandag vader moeder Dinsdag vader moeder Woensdag vader/moeder moeder Donderdag moeder moeder Vrijdag moeder moeder/vader Zaterdag moeder vader Zondag moeder vader Vanaf het moment dat de vader in [plaats 1] woont, zal de zorgregeling worden uitgebreid in die zin dat er weer een co-ouderschapsregeling ontstaat en [minderjarige] (in aanvulling op de voorgaande regeling) in de oneven week ook van maandag uit school tot woensdag naar school bij de vader verblijft. Schematisch weergegeven ziet dat er als volgt uit: Even weken Oneven weken Maandag vader moeder/vader Dinsdag vader vader Woensdag vader/moeder vader/moeder Donderdag moeder moeder Vrijdag moeder moeder/vader Zaterdag moeder vader Zondag moeder vader Op deze wijze wordt naar oordeel van de rechtbank recht gedaan aan de band die [minderjarige] inmiddels heeft opgebouwd met beide ouders. Daarbij merkt de rechtbank wel op dat het vaststellen van een zorgregeling er niet toe zal leiden dat elke discussie tussen de ouders is beslecht. De rechtbank constateert dat er tussen partijen sprake is van veel onbegrip en wantrouwen. Zij zullen zich – in het belang van [minderjarige] – alsnog moeten inspannen om onderling een goede verstandhouding op te bouwen en elkaar te vertrouwen als ouder. Daarbij benadrukt de rechtbank met klem dat hulpverlening op dit vlak alsnog aangeraden kan zijn. Verdeling van de vakanties Zowel de vader als de moeder hebben ook verzocht om een verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte. De moeder heeft daarbij echter als beperking naar voren gebracht dat [minderjarige] maximaal één week aaneengesloten bij een ouder verblijft. Zoals ook al in de mondelinge uitspraak in de provisionele voorziening ten aanzien van de zomervakantie 2025 naar voren is gebracht, ziet de rechtbank geen aanleiding om de duur van een vakantie bij een ouder te beperken tot één week. De rechtbank zal daarom vaststellen dat de vakanties en feestdagen worden verdeeld conform het door de vader overgelegde schema, zoals hierna vermeld. Het staat de ouders daarbij uiteraard vrij om in onderling overleg tot andere afspraken te komen. Vader Moeder Zomervakantie Drie weken, waarvan twee aaneengesloten. In de oneven jaren de eerste keus. Drie weken, waarvan twee aaneengesloten. In de even jaren de eerste keus. Herfstvakantie In de even jaren. In de oneven jaren. Kerstvakantie In de even jaar de eerste week (inclusief kerst), in de oneven jaren de tweede week (inclusief oud en nieuw). In de even jaren de tweede week (inclusief oud en nieuw), in de oneven jaren de eerste week (inclusief kerst). Voorjaarsvakantie In de oneven jaren. In de even jaren. Meivakantie In de even jaren: de eerste week, in de oneven jaren de tweede week. In de even jaren de tweede week, in de oneven jaren de eerste week. waarbij de wissel steeds plaatsvindt op zondag om 17.00 uur. Ingeval een nationale feestdag in de vakantie valt, is de vakantieregeling bepalend. Zo niet, dan geldt de volgende verdeling. Paasweekend Oneven jaren Even jaren Pinksterweekend Even jaren Oneven jaren Hemelvaart Oneven jaren Even jaren Koningsdag Even jaren Oneven jaren Sinterklaasavond Oneven jaren Even jaren Overige verzoeken Tot slot zijn door zowel de vader als de moeder verzoeken gedaan inzake de invulling van het ouderschap. De rechtbank zal deze verzoeken opvatten als verzoeken in het kader van artikel 1:253a BW. De vader verzoekt te rechtbank om vast te leggen dat de ouder bij wie [minderjarige] conform de zorgregeling verblijft, ook verantwoordelijk is voor het regelen van oppas indien hij of zij tijdelijk niet beschikbaar is, bijvoorbeeld vanwege een werkverplichting of sociale afspraak. De moeder heeft op de zitting toegelicht dat haar verzoek ziet op dezelfde kwestie, namelijk dat de vader [minderjarige] tijdens een omgangsweekend bij (deels) bij een derde onderbrengt. De moeder vindt dat de andere ouder dan degene moet zijn die [minderjarige] opvangt en niet een derde. De rechtbank overweegt in dit kader dat de ouder bij wie [minderjarige] verblijft, op dat moment verantwoordelijk voor hem is. Het uitgangspunt is dat deze ouder gedurende de zorgtijd zelf beschikbaar is, maar als dat voor een korte periode niet het geval is, dan is die ouder ook verantwoordelijk voor het regelen van opvang van [minderjarige] . Dat kan de andere ouder zijn, maar ook een oppas. Het is wel van belang dat de ouders hierover communiceren en de ander op de hoogte houden over (de verblijfplaats) van [minderjarige] , maar toestemming van de andere ouder is niet vereist. De rechtbank zal het verzoek van de vader toewijzen. Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat de minderjarige: - [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder; stelt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast, waarbij [minderjarige] bij de vader is: zolang de vader nog niet in [plaats 1] woont: in de oneven weken van vrijdag uit school tot woensdag in de even week naar school, waarbij de vader [minderjarige] op school ophaalt en hem daar ook weer brengt; vanaf het moment dat de vader in [plaats 1] woont: in de oneven weken: van maandag uit school tot woensdag naar school, waarbij de vader [minderjarige] uit school haalt en hem daar ook weer brengt; en in de oneven week van vrijdag uit school tot woensdag in de even week naar school, waarbij de vader [minderjarige] op school ophaalt en hem daar ook weer brengt; stelt een verdeling van de vakanties en feestdagen vast, waarbij deze bij helfte worden verdeeld conform het door de vader opgestelde en hiervoor opgenomen schema; bepaalt dat iedere ouder zelf verantwoordelijk is voor het regelen van vervangende zorg voor het geval zij tijdens aan hen toegewezen zorgtijd tijdelijk niet beschikbar zijn; bepaalt dat het zelfstandige verzoek van de moeder ten aanzien van de kinderalimentatie wordt afgesplitst en verder wordt behandeld onder zaak- en rekestnummer C/09/688753 / FA RK 25-5475; verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 14 augustus 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.