← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:22072

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-3937 Zaaknummer: C/09/685839 Datum beschikking: 25 augustus 2025 Vervangende toestemming verhuizing en inschrijving school, wijziging zorgregeling Beschikking op het op ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. N.E. de Vries te Alphen aan den Rijn. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. B. Schelvis-Neuteboom te [plaats 1] . Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift; het F9-bericht van de moeder van 12 juni 2025, met bijlage; het F9-bericht van de moeder van 14 juli 2025, met bijlagen; het F9-bericht van de vader van 15 juli 2025, met bijlagen; het F9-bericht van de moeder van 16 juli 2025, met bijlage. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Op 17 juli 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader, bijgestaan door zijn advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Verzoek en verweer De moeder heeft, na wijziging, in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht om: - aan haar toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om met [de minderjarige 2] te verhuizen naar [adres] te ( [postcode 1] ) [plaats 1] ; te bepalen dat [de minderjarige 2] zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder zal hebben; te bepalen dat [de minderjarige 1] voortaan zijn hoofdverblijfplaats bij de vader zal hebben; te bepalen dat de zorgregeling wordt gewijzigd, in die zin dat: de kinderen in de oneven weken in het weekend bij de moeder verblijven; de kinderen in de even weken in het weekend bij de vader verblijven; de schoolvakanties in onderling overleg bij helfte worden verdeeld. indien en voor zover het verzoek tot vervangende toestemming tot verhuizing wordt toegewezen: de moeder toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om [de minderjarige 2] op het adres ( [postcode 1] ) [plaats 1] aan de [adres] , in te schrijven; de moeder toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt voor het aanmelden en inschrijven van [de minderjarige 2] op het Beroepscollege [naam school] te ( [postcode 2] ) [plaats 1] ; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Feiten - Bij akte van [datum 1] 2011 is het geregistreerd partnerschap van partijen omgezet in een huwelijk. Partijen zijn vervolgens gehuwd geweest tot [datum 2] 2023. - Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] ; - [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] ; - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] uit. - De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder. - Partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a BW in het kader van de echtscheiding een ouderschapsplan opgesteld, waarin de ouders – voor zover van belang – zijn overeengekomen: ­ een 50/50 verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, waarbij de kinderen steeds wisselen op maandag; ­ dat bij een voorgenomen verhuizing buiten een straal van 7 kilometer van het adres van de vader de ouders vooraf met elkaar in overleg zullen treden. Beoordeling Vervangende toestemming verhuizing, wijziging zorgregeling en hoofdverblijfplaats De rechtbank zal de verschillende verzoeken van de vrouw gezamenlijk behandelen omdat zij meent, anders dan de vrouw, dat deze niet los van elkaar gezien kunnen worden. De Hoge Raad heeft criteria bepaald aan de hand waarvan een verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing, zoals in deze zaak voorligt, door de rechter moet worden beoordeeld (Hoge Raad 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC:5901). Uit deze uitspraak volgt dat de rechter bij de beslissing over vervangende toestemming voor verhuizing alle omstandigheden van het geval in acht dient te nemen en alle belangen moet afwegen. Hoewel het belang van het kind daarbij een overweging van de eerste orde moet zijn, neemt dat niet weg dat afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen. Bij de beoordeling van het verzoek moeten volgens de vaste rechtspraak de volgende omstandigheden en belangen worden meegewogen: het recht en het belang van de moeder om te verhuizen en in vrijheid haar leven (opnieuw) in te richten; de noodzaak voor de moeder om te verhuizen; de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid; de door de moeder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de vader te verzachten en te compenseren; de mate waarin partijen in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg; de rechten van de vader en de kinderen op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving; de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg; de frequentie van het contact tussen de kinderen en de vader voor en na de verhuizing; de leeftijd van de kinderen, hun mening en de mate waarin zij zijn geworteld in zijn/haar omgeving of juist gewend zijn aan verhuizingen; de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing. Standpunt van de moeder Na de echtscheiding is de moeder in een huurwoning in [geboorteplaats 2] gaan wonen. Deze huurwoning is voor haar echter niet langer betaalbaar. Alleen de huur al is hoger dan haar WIA-uitkering. Het is ook niet de verwachting dat zij op (korte) termijn weer zal kunnen werken. Zij heeft daarom een noodzaak om te verhuizen en kan intrekken bij haar nieuwe partner, die een koopwoning heeft in [plaats 1] . De moeder en haar partner hebben overwogen om een woning in [geboorteplaats 2] te kopen, maar dat blijkt niet haalbaar. [de minderjarige 1] heeft aangegeven bij de vader te willen blijven wonen, maar [de minderjarige 2] wil graag mee naar [plaats 1] . Dat is voor hem ook van groot belang. [de minderjarige 2] gaat op dit moment naar een school in [plaats 2] , maar het schooltype past niet bij hem en de reistijd breekt hem op. De middelbare scholen in [geboorteplaats 2] sluiten niet goed aan bij zijn behoefte en interessegebied. In [plaats 1] is wel een passende school beschikbaar, waar [de minderjarige 2] per september kan starten. [de minderjarige 1] heeft aangegeven liever bij de vader te willen wonen en de moeder kan zich hierin vinden. Op dit moment geven partijen uitvoering aan een co-ouderschapsregeling, maar beide kinderen geven aan dit te onrustig te vinden. Ongeacht de verhuizing vindt de moeder een weekendregeling passender. Ter compensatie is zij daarbij bereid het halen en brengen van de kinderen voor haar rekening te nemen, eventueel ook indien dat nodig is op momenten buiten de zorgregeling om. Standpunt van de vader De vader kan zich niet vinden in het verzoek van de moeder en heeft het idee dat het niet zozeer is ingegeven door de belangen van de kinderen, maar door haar persoonlijke wensen. Zij heeft op geen enkele wijze onderbouwd dat een verhuizing naar [plaats 1] de enige reële optie is en zij heeft de verhuizing simpelweg aan de vader medegedeeld. De vader betwist de financiële noodzaak. De moeder heeft een behoorlijk bedrag uit de echtscheiding ontvangen en zij kan met haar partner een huis in [geboorteplaats 2] betrekken. De kinderen – ook [de minderjarige 2] – zijn stevig geworteld in [geboorteplaats 2] . Een verhuizing is niet in hun belang. Bij [de minderjarige 1] is sprake van autisme; hij voelt zich het prettigst in een bekende omgeving – bij de vader thuis. Ook [de minderjarige 2] is vanwege zijn ADHD gebaat bij structuur en stabiliteit en partijen hebben destijds bewust voor de school in [plaats 2] gekozen. Er zijn wel degelijk andere opties binnen [geboorteplaats 2] . Het contact tussen de vader en [de minderjarige 2] – en andersom tussen de moeder en [de minderjarige 1] – zal door een verhuizing enorm worden beperkt. Door de reistijd is een spontaan bezoek niet meer mogelijk. Daarnaast is het ook praktisch niet uitvoerbaar, omdat de vader regelmatig voor zijn werk in het buitenland is, zodat [de minderjarige 1] dan alleen thuis zou zijn. Beoordeling De rechtbank zal de verzochte toestemming niet verlenen. Zij overweegt daartoe als volgt. Uit de gesprekken met de kinderen [de minderjarige 1] (zestien jaar) en [de minderjarige 2] (veertien jaar) en uit dat wat door partijen naar voren is gebracht blijkt de rechtbank het volgende. Bij [de minderjarige 1] is sprake van autisme en hij is daardoor gebaat bij stabiliteit. [de minderjarige 1] wil graag bij zijn vader wonen. Zijn vrienden wonen in de omgeving, school is naast de deur, zijn hele sociale leven speelt zich af in [geboorteplaats 2] . Hij voelt zich op zijn gemakt bij zijn vader; kan goed met hem overweg. Dat is veel minder het geval bij moeder en haar nieuwe partner; het verblijf bij hen levert hem stress op. Hij heeft veel contact met zijn moeder maar er is ook veel miscommunicatie. [de minderjarige 1] heeft ook aangegeven dat hij doordeweeks niet bij de moeder wil zijn omdat hij daar zo onrustig van is dat hij niet kan leren. [de minderjarige 1] moet dit jaar voor school doubleren als gevolg van het gedoe met twee huizen. [de minderjarige 1] heeft aangegeven in geval van een verhuizing graag bij de vader te willen blijven wonen. Hij vindt dat hij wel alleen in het huis van zijn vader kan verblijven als die om de week meerdere dagen voor zijn werk in het buitenland is. [de minderjarige 1] wil graag vrij zijn in het bepalen wanneer hij naar zijn moeder gaat. Het contact tussen [de minderjarige 1] en zijn broer [de minderjarige 2] is matig. [de minderjarige 2] heeft goed contact met moeder en stiefvader maar kan minder met zijn vader overweg. Hij verheugt zich daarbij wel op de komende vakantie van drie weken met zijn vader. Maar hij voelt zich beter thuis bij moeder en haar nieuwe partner. [de minderjarige 2] wil graag naar een nieuwe school in [plaats 1] waar hij ook de richting kan volgen waarin hij zich wil ontwikkelen. Hij heeft last van aandacht- en concentratie tekort als gevolg van ADHD. Voor de kinderen is de huidige situatie stressvol. Op dit moment lijkt verhuizing wellicht de meeste rust op te leveren. De rechtbank heeft echter ook begrip voor het argument van de vader dat de verschillende karakters van de kinderen juist afstemming en overleg vergen teneinde de lopende co-ouderschapregeling voort te kunnen zetten. Splitsing van de kinderen in plaats van voortzetting van de co-ouderschapregeling verstoort de onderlinge band tussen de kinderen en de continuïteit er van. Voorts geldt dat het bij de beslissing van de rechtbank niet uitsluitend om de belangen van de kinderen gaat doch om een samenspel van belangen en omstandigheden. De situatie die thans is ontstaan hangt in belangrijke mate samen met de omstandigheid dat de moeder kort na het opstellen van het ouderschapsplan een nieuwe relatie is aangegaan die een nieuwe dynamiek in het systeem van ouders en kinderen heeft gebracht. De rechtbank signaleert dat er in de huidige situatie nog teveel onduidelijk is om toestemming tot verhuizing te geven. Zo is, voor het geval de verzoeken van de moeder met betrekking tot verhuizing en wijziging zorgregeling worden toegewezen, niet uitgewerkt hoe de zorg voor [de minderjarige 1] geregeld zou moeten zijn in iedere tweede week dat de vader vier dagen in het buitenland verblijft. De suggestie van de moeder dat de vader dan maar een andere baan moet zoeken terwijl hij gebonden is aan een contract dat nog veertien maanden loopt is niet een oplossing die nu redelijkerwijs van de vader gevraagd kan worden. Voor wat betreft de schoolkeuze van [de minderjarige 2] is onvoldoende duidelijk dat alleen de school in [plaats 1] een optie is. De vader heeft concreet onderbouwd dat de gevolgen van de aandachts- en concentratiestoornis die samenhangen met de ADHD van [de minderjarige 2] ook samenhang kunnen vertonen met slaapproblematiek en dus niet samenhangen met een reisafstand van 35 a 40 minuten. De ouders zitten niet op één lijn voor wat betreft het oplossen van deze slaapproblematiek. Ook de gestelde financiële noodzaak van de moeder om te verhuizen geeft niet de doorslag naar een toewijzing van de verzoeken van moeder. Hoewel van de moeder niet kan worden verwacht dat zij in een woning blijft wonen, waarvan de huurprijs niet in verhouding is met haar huidige uitkering, is onvoldoende onderbouwd dat er geen alternatieven zijn. Dat in [geboorteplaats 2] geen betaalbare woning gevonden zou kunnen worden voor de moeder en/of haar nieuwe partner is onvoldoende onderbouwd gelet op de gemotiveerde betwisting van de vader. Ook is het niet duidelijk geworden wat de moeder heeft gedaan met het geldbedrag dat zij naar aanleiding van de echtscheiding heeft ontvangen. Voor wat betreft het werk van de moeder geldt dat zij zelf recent het initiatief tot haar baanwisseling heeft genomen waarbij niet aannemelijk is dat zij soortgelijk werk niet opnieuw in [geboorteplaats 2] kan krijgen. Deze nieuwe omstandigheid legt voor de rechtbank daarom geen gewicht in de schaal. Dat de moeder bereid is compensatie te bieden bij het halen en brengen van de kinderen is van belang. Maar dit biedt geen oplossing voor de hiervoor geconstateerde problemen voor [de minderjarige 1] omdat de vader voor zijn werk om de week vier dagen in Zwitserland verblijft. Dat zou betekenen dat [de minderjarige 1] dan steeds vier dagen alleen is. Hoewel hij inmiddels zestien jaar is, is de rechtbank – evenals de vader – van mening dat hij nog te jong is om een aantal dagen alleen thuis door te brengen. Van de moeder had, met name gedurende de lopende contractperiode van de vader, meer verwacht mogen worden bij het vinden van een oplossing. De rechtbank is niet gebleken dat het onredelijk was van de vader om in augustus 2024 zijn huidige dienstverband aan te gaan. Tegelijkertijd constateert de rechtbank wel dat de huidige situatie goed aansluit op de (werk)situatie van de vader, maar de moeder geen of weinig ruimte geeft om haar leven opnieuw in te richten. Hoewel de vader stelt dat voortzetting van de huidige co-ouderschapsregeling in het belang van de kinderen is, zijn de argumenten daarvoor, in aanmerking genomen dat de nieuwe relatie van de moeder een feit is en gelet op de leeftijd van de kinderen, beperkt. De kinderen hebben verschillende karakters en hun eigen vriendenkring en trekken nu eenmaal niet veel op met elkaar. De loyaliteiten van de kinderen zijn gewijzigd en dat is zichtbaar in hun gedrag. De vader toont nog weinig beweging om tot een oplossing te komen, terwijl het knelpunt ook zit bij zijn tweewekelijkse verblijf in Zwitserland. Een verlenging van het nu lopende contract ligt naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de leeftijd en belangen van [de minderjarige 1] dan ook niet zonder meer voor de hand. Een nieuwe ronde mediation zou in dit licht wellicht een oplossing voor de toekomst kunnen bieden. Alle hiervoor besproken belangen afwegende komt de rechtbank tot de conclusie dat zij thans de vervangende toestemming voor de verhuizing niet zal verlenen. Met het oog op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij de vader vast te stellen, afwijzen. Het verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 2] bij haar vast te stellen, zal de rechtbank afwijzen, omdat dit al het geval is. De moeder heeft daarom geen belang bij haar verzoek. De gevraagde wijzigingen in de zorgregeling zal de rechtbank in het verlengde van wat hiervoor is overwogen evenmin toewijzen. Hoewel de voorkeur van beide kinderen duidelijk is, wordt deze voorkeur deels gekleurd omdat de kinderen uitgaan van een situatie waarin de moeder naar [plaats 1] verhuist. Nu de rechtbank daarvoor geen toestemming geeft en partijen aanzet tot nader overleg is toewijzing van de gevraagde wijziging in de zorgregeling, die onmiskenbaar ingrijpend is voor de broers, een stap te ver. vervangende toestemming inschrijving adres en school Aan deze verzoeken van de moeder komt de rechtbank, gelet op het voorgaande, niet toe. Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Beslissing De rechtbank: wijst de verzoeken van de moeder af; bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 25 augustus 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.