← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:22173

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.1986 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E.T.P. Scheers), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Sarmastzada). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). 1.
  2. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 17 april 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 19 december 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.
  3. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  4. De rechtbank heeft het beroep op 8 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mevrouw [naam] (referente), de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
  5. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1960 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Eiser heeft op 28 december 2023 een aanvraag ingediend voor een mvv met als verblijfsdoel “verblijf als familie-of gezinslid” bij zijn gestelde partner, referente. Referente is geboren op [geboortedatum 2] 1959 en heeft de Nederlandse nationaliteit.
  6. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor de afgifte van een mvv. Eiser heeft niet aangetoond dat hij een duurzame en exclusieve relatie heeft met referente. Verweerder heeft dan ook geconcludeerd dat tussen hen geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Daarom heeft verweerder geen belangenafweging gemaakt. Wat vindt eiser in beroep?
  7. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser en referente kennen elkaar vanuit hun jeugd uit Suriname. Zij hebben elkaar in Nederland in juni 2022 weer ontmoet op een reünie en hebben sinds januari 2023 een relatie met elkaar. Sinds december 2023 verblijft eiser in Suriname om de mvv-aanvraag in te dienen. Eiser heeft de relatie zowel bij de aanvraag als in bezwaar onderbouwd met een grote hoeveelheid whatsappberichten, diverse foto’s van beiden, bewijzen van geldoverboekingen, verstuurde pakketten en bewijs van het bezoek van referente bij eiser in Suriname met vliegtickets en foto’s. Eiser stelt dat het overgelegde bewijs onvoldoende is onderzocht, niet op de juiste wijze en in samenhang is beoordeeld en dat bepaalde stukken op onjuiste gronden niet in de beoordeling zijn betrokken door verweerder. Ook is er volgens eiser ten onrechte geen belangenafweging gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM en in het kader van artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Wat is het oordeel van de rechtbank?
  8. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Duurzame en exclusieve relatie
  9. Tussen partijen is in geschil of eiser en referent een duurzame en exclusieve relatie hebben die op één lijn te stellen is met een huwelijk. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser en referente onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij een exclusieve en duurzame relatie hebben. De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om zijn aanvraag (met stukken) te onderbouwen. Verweerder heeft de aangeleverde whatsappberichten, foto’s en overige stukken onvoldoende mogen vinden om te kunnen beoordelen of sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. Verweerder heeft mogen tegenwerpen dat er geen bewijsstukken zijn overgelegd waaruit blijkt dat eiser en referente elkaar op een reünie in juni 2022 hebben ontmoet. Ook zijn er geen stukken overgelegd waaruit volgt dat zij vanaf januari 2023 een relatie hebben. De eerste whatsappgespreken dateren pas vanaf 7 augustus
  10. Verweerder heeft dit niet ten onrechte opmerkelijk mogen vinden. Voorts blijkt weliswaar uit de overgelegde whatsappgesprekken en spraakoproepen dat er frequent contact is tussen eiser en referente, maar verweerder heeft mogen stellen dat de inhoud van de whatsappgesprekken niet aantoont dat er sprake is van een relatie die gelijk te stellen is met een huwelijk. Met name de eerste berichten uit de overgelegde whatsappgesprekken zijn kort en oppervlakkig en geven weinig blijk van affectie. Bovendien heeft verweerder kunnen meewegen dat het overzicht van spraakoproepen geen inzicht geeft in de inhoud van de gesprekken, en daarmee dus ook niet in de relatie. Voorts heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat aan de foto’s van referente en eiser, die zijn gemaakt tijdens het bezoek van referente in Suriname, niet kan worden afgeleid wat de intentie was van die reis en hoe vaak en voor welke duur eiser en referente elkaar hebben gezien. Ook ten aanzien van de geldoverboekingen en pakketten van referente aan eiser heeft verweerder kunnen concluderen dat de overgelegde bewijzen niet aantonen dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie tussen eiser en referente. Verweerder heeft mogen opmerken dat het ook onder familieleden of vrienden gebruikelijk is elkaar pakketten te sturen en financiële ondersteuning te verlenen. Verweerder heeft ook kunnen stellen dat uit de overgelegde verklaringen niet van objectieve bronnen afkomstig zijn nu deze zijn afgelegd door familieleden en vrienden. Bovendien blijkt uit de inhoud onvoldoende op welke wijze eiser en referente invulling geven aan hun relatie. Gelet op het bovenstaande is rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser en referente niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een exclusieve en duurzame relatie hebben. De beroepsgrond slaagt niet. Artikel 8 van het EVRM
  11. Gelet op het voorgaande heeft verweerder kunnen concluderen dat geen sprake is van beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM en heeft verweerder geen belangenafweging hoeven maken. Eisers beroepsgrond dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakt van zijn ambtshalve bevoegdheid om een verblijfsvergunning te verlenen slaagt daarom niet. Met betrekking tot het standpunt van eiser dat hij recht heeft op privéleven, heeft verweerder mogen oordelen dat eiser sinds 2023 niet meer in Nederland verblijft en dat eiser geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat eiser beschermenswaardig privéleven in Nederland heeft. Gezinsherenigingsrichtlijn
  12. De rechtbank is van oordeel dat verweerder geen belangenafweging heeft hoeven maken in het kader van artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat hij en referent gezinsleden zijn in de zin van artikel 4 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Verweerder heeft immers beoordeeld of eiser en referent een duurzame en exclusieve relatie hebben, en is, zoals overwogen in rechtsoverweging 7, op goede gronden tot de conclusie gekomen dat daar in het onderhavige geval geen sprake van is. Conclusie en gevolgen
  13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
  14. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. De voorwaarden staan in de artikelen 3.13 tot en met 3.22a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) en in hoofdstuk B7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Zoals volgt uit artikel 3.14, aanhef en onder b van het Vb. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:
  15. Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging. Zie de uitspraken van de Afdeling van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188 en ECLI:NL:RVS:2024:
  16. Zoals volgt uit artikel 3.6b, aanhef en onder c, van het Vb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.