Rechtbank DEN HAAG Team Familie Zaaksgegevens: C/09/690580 / JE RK 25-1494 Datum uitspraak: 17 november 2025 Beschikking van de kinderrechter Ondertoezichtstelling in de zaak naar aanleiding van het op 26 augustus 2025 ingekomen verzoekschrift van: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden (hierna: de Raad), betreffende: [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ; [minderjarige 3] (hierna: [minderjarige 3] ), geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ; De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.B. Groenhart-Meerzorg in Leiderdorp. en [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland, advocaat: mr. T. Dreiling in Leiden, De kinderrechter merkt als informanten aan: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, de gecertificeerde instelling, hierna: JBW, en mr. D.G.M. van den Hoogen, in haar hoedanigheid als bijzondere curator over de kinderen. Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen. Op 20 oktober 2025 heeft de kinderrechter de zaak op de zitting met gesloten deuren behandeld in de vorm van gecombineerde behandeling met de verzoeken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (C/09/680260 en FA RK 25-2030). Op die verzoeken wordt bij afzonderlijke beschikking beslist. Op de zitting zijn verschenen: [naam 1] namens de Raad; de vader bijgestaan door zijn advocaat; de moeder bijgestaan door mr. F.K. Hartman als waarnemend advocaat; de bijzondere curator via een video-/telefonische verbinding; [naam 2] namens JBW. [minderjarige 1] heeft op 20 oktober 2025 met de kinderrechter gesproken. Feiten - De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder. Bij beschikking van 4 juni 2025 van deze rechtbank, die is hersteld bij beschikking van 18 juli 2025, – voor zover hier relevant – is: de Raad verzocht een onderzoek te verrichten; mr. D.G.M. van den Hoogen benoemd als bijzondere curator over de kinderen; een voorlopige zorgregeling vastgesteld, waarbij de vader iedere woensdag om 18.30 uur met de kinderen belt en de vader contact heeft met de kinderen in een openbare ruimte of plaats, één keer in de veertien dagen op zaterdag, waarbij de vader de kinderen om 11.00 uur bij het [winkelcentrum] bij het speelplekje bij de [naam winkel] ophaalt en daar om 17.00 uur met mogelijk uitloop en in onderling overleg met de moeder om 19.00 uur terugbrengt, en op zondag van 11.00 uur tot 15.00 uur, waarbij de ophaal- en terugbrenglocatie hetzelfde is als voornoemd; aan de moeder toestemming verleend – die de toestemming van de vader vervangt – tot het inschakelen voor hulpverlening voor de kinderen, met uitzondering van hulpverlening aangesloten bij [instantie] ; de behandeling van de overige verzoeken aangehouden tot 1 september 2025 pro forma. Verzoek en verweer De Raad verzoekt, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad, om de kinderen onder toezicht te stellen van JBW voor een periode van twaalf maanden. De moeder en de vader hebben ingestemd met het verzoek, althans hebben zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. Beoordeling De kinderrechter is, gelet op de stukken en dat wat op de zitting is besproken, van oordeel dat de in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een ondertoezichtstelling aanwezig zijn. De kinderrechter heeft hierbij in overweging genomen dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Deze ontwikkelingsbedreiging komt onder meer voort uit het gebrek aan onderling vertrouwen tussen de ouders over elkaars opvoedvaardigheden en de immer aanhoudende conflicten en strijd, onder meer over de in te zetten hulpverlening voor de kinderen en (de uitvoering en uitbreiding van) de zorgregeling tussen de vader en de kinderen. De kinderen worden daardoor structureel en reeds langdurig geconfronteerd met spanningen die niet passend zijn bij hun leeftijd. De kinderrechter constateert dat dit leidt tot een ernstig loyaliteitsconflict bij de kinderen. Met name [minderjarige 1] heeft hier zichtbaar veel last van; zij kampt met ernstige hoofd- en buikpijnen en depressies. Mede gelet op de ervaringen in de afgelopen jaren, is de kinderrechter van oordeel dat de ouders op dit moment onvoldoende in staat en bereid zijn om onder eigen verantwoordelijkheid en in een vrijwillig kader de ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen weg te nemen. De kinderrechter verwacht dat door JBW binnen de ondertoezichtstelling wordt ingezet op opvoedondersteuning bij beide ouders en wordt ingezet op hulpverlening voor het doorbreken van (gedrags)patronen tussen de ouders. Daarnaast krijgt JBW de regie in de praktische uitvoering en eventuele uitbreiding van de zorgregeling tussen de vader en de kinderen, waarbij JBW leidend is om te bepalen of, en zo ja, wanneer de zorgregeling kan worden uitgebreid. Gelet op de langdurige en complexe (systeem)problematiek, acht de kinderrechter een ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar noodzakelijk. De kinderrechter zal als volgt beslissen. Beslissing De kinderrechter: stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] van 17 november 2025 tot 17 november 2026 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland; verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 17 november 2025. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.