RECHTBANK Den Haag Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/688533 / HA ZA 25-626 Vonnis van 8 oktober 2025 in de zaak van GROENSTAET ONTWIKKELING B.V. te Gouda, eiseres, advocaat: mr. C.J.R. van Binsbergen te Bodegraven, tegen SVE GROUP B.V. te Hilversum, gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 5 juli 2025, tegen de eerste roldatum van 16 juli 2025, met producties 1 tot en met 8; het tegen gedaagde verleende verstek. 1.
- Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Voor de ingestelde vorderingen en de daartoe gestelde feiten verwijst de rechtbank, gelet op artikel 230 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kortheidshalve naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding. 2.
- Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal het gevorderde worden toegewezen zoals uitgewerkt in de beslissing. 2.
- Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden begroot op: - dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 6.861,00 - salaris advocaat € 2.714,00 (1 punt × tarief VI à € 2.714,00) - nakosten € 178,00 (met de in de beslissing genoemde eventuele verhoging) totaal € 9.875,35 2.
- De over de proceskosten gevorderde rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing opgenomen. 3De beslissing De rechtbank: 3.
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van € 85.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente van artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’) vanaf 5 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; 3.
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van € 236.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW vanaf 29 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; 3.
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van € 3.380,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW vanaf 5 juli 2025; 3.
- veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres begroot op een bedrag van € 9.875,35 te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 92 extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag waarop de proceskosten volledig zijn betaald; 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober
- Type: 3573