Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-4510 Zaaknummer: C/09/686975 Datum beschikking: 7 november 2025 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 18 juni 2025 ingekomen verzoek van: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. W.R. Arema te Rotterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.M. Buijs-van Bemmel te Krimpen aan den IJssel. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9 formulier van 23 juli 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw; het verweerschrift tevens verzoekschrift; Op 15 augustus 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Na de zitting zijn de volgende stukken ontvangen: het F9 formulier van 29 augustus 2025 van de zijde van de man; het F9 formulier van 10 september 2025 van de zijde van de man. Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd op 18 juli 2022 te Gouda. Zij zijn de ouders van het nu nog minderjarige kind: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats 1] . - De vrouw is ook de ouder van het nu nog minderjarige kind: - [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 2] . - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] uit. Verzoek en verweer Het verzoek van de man strekt ertoe dat een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [de minderjarige 1] wordt vastgesteld inhoudende dat [de minderjarige 1] bij de man is elke week van vrijdagmiddag tot zondagavond, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de vrouw zelfstandig: - een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 425,- per maand wordt vastgesteld, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Voorlopige zorgregeling De man en de vrouw hebben tijdens de zitting afspraken gemaakt over de voorlopige zorgregeling. Deze luidt als volgt: [de minderjarige 1] is in de oneven weken van vrijdag uit school of vanaf 15:00 uur als er geen school is tot zondag 16:00 uur bij de vader in [plaats] . De vader haalt [de minderjarige 1] op vrijdag op uit school of bij de moeder als er geen school is en de moeder haalt [de minderjarige 1] op zondag op bij de vader. Zodra de vader met zijn werkgever nieuwe afspraken heeft gemaakt is [de minderjarige 1] daarnaast elke woensdag uit school of vanaf 12:30 uur als er geen school is tot 17:30 uur met de vader. De vakanties worden voorlopig bij helfte verdeeld conform de regeling van [de minderjarige 2] . De vader draagt er zorg voor dat voor de duur van de voorlopige voorziening zijn nieuwe vriendin en [de minderjarige 1] elkaar niet ontmoeten. Hoewel dit zich niet leent voor opname in het dictum, is het wel wat ouders hebben afgesproken en gaat de rechtbank er vanuit dat de vader zich hieraan houdt. De rechtbank zal verder overeenkomstig deze afspraken beslissen en de voorlopige zorgregeling hierna opnemen in het dictum van de beschikking. Voorlopige kinderalimentatie De man en de vrouw hebben na de zitting de gelegenheid gekregen om in onderling overleg tot afspraken te komen over de kinderalimentatie. Dit is hen niet gelukt waardoor de rechtbank over zal gaan tot het maken van een berekening. Ingangsdatum Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. Drie data liggen het meest voor de hand: de datum van het inleidend (zelfstandig)verzoek, de datum waarop de rechter beslist of de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn. De rechtbank acht het redelijk om voor de ingangsdatum aan te sluiten bij de datum van de indiening van het zelfstandig verzoek om kinderalimentatie, aangezien de man vanaf deze datum rekening had kunnen houden met een verplichting tot het betalen van kinderalimentatie. Het zelfstandig verzoek is ingediend op 14 augustus 2025 zodat de rechtbank 1 september 2025 als ingangsdatum zal hanteren. Behoefte van [de minderjarige 1] De behoefte van [de minderjarige 1] is tussen partijen in geschil. De vrouw houdt bij de berekening van de behoefte alleen rekening met [de minderjarige 1] . De man is daarentegen van mening dat bij de berekening van de behoefte ook rekening dient te worden gehouden met [de minderjarige 2] . [de minderjarige 2] was volgens de man onderdeel van het huishouden van partijen en zij voorzagen al in de behoefte van [de minderjarige 2] voor de geboorte van [de minderjarige 1] . De rechtbank overweegt als volgt. De man is onderhoudsplichtig voor [de minderjarige 1] en niet voor [de minderjarige 2] . De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om bij de behoefteberekening van [de minderjarige 1] rekening te houden met twee kinderen. Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun huwelijk worden bepaald. Ten aanzien van de man gaat de rechtbank uit van zijn bruto maandinkomen van € 3.700,- per maand zoals weergegeven in zijn salarisspecificatie van juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.