Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-6756 Zaaknummer: C/09/691206 Datum beschikking: 11 november 2025 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 8 september 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw], de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.L.J. Kapteijn te Alphen aan den Rijn . Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op en bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M. Verschoor te Rozenburg. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift, met bijlagen; het verweerschrift tevens verzoekschrift, met bijlagen. Op 28 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en de man, bijgestaan door hun advocaten en namens de Raad voor de Kinderbescherming (de raad) [naam 1] . Feiten - De man en de vrouw zijn gehuwd op [datum] 2016 te [plaats] . - Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1] ; - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 2] ; - [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 2] . - De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw. - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. Verzoek en verweer Bij beschikking van deze rechtbank van 22 april 2025 – voor zover hier aan de orde –: -is bepaald dat de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 2] ; [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 2] ; aan de vrouw zullen worden toevertrouwd; -is bepaald dat de man voorlopig gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben: om de week van vrijdag uit school dan wel opvang tot zondag 17.00 uur, waarbij de vrouw de kinderen zal ophalen, in de andere week van maandag uit school dan wel opvang tot woensdag naar school dan wel opvang; gedurende één week van de meivakantie, in onderling overleg te verdelen; in week 2, 5 en 6 van de zomervakantie; -is bepaald dat de man aan de vrouw met ingang van 14 maart 2025 voorlopig een partneralimentatie van € 2.867,- per maand zal betalen, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen; -is bepaald dat de man aan de vrouw, met ingang van 14 maart 2025 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 454,- per maand, per kind zal betalen, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen; -zijn partijen verwezen naar de voor hen bekende mediator om de communicatie te verbeteren en verdere afspraken te maken over de kinderen. De vrouw verzoekt voormelde beschikking te wijzigen, in die zin dat de rechtbank: - een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen (zorgregeling) vaststelt, waarbij de kinderen voorlopig één weekend per 14 dagen van zaterdag 9.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de man verblijven; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vrouw doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na de dagtekening van de beschikking zijn gewijzigd. De man voert verweer. De man concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw dan wel tot afwijzing van de verzoeken van de vrouw. Tevens verzoekt de man zelfstandig voormelde beschikking te wijzigen, in die zin dat de rechtbank nu –voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad–: een voorlopige zorgregeling zal vaststellen, waarbij de kinderen vanaf de ochtend op Tweede Kerstdag 10.00 uur tot Nieuwjaarsdag 12.00 uur bij de man verblijven, subsidiair de verdeling van de vakanties en feestdagen vast te stellen. Beoordeling Op grond van artikel 824, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking voorlopige voorzieningen worden gewijzigd of ingetrokken als de omstandigheden na het geven van de beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorlopige voorziening niet in stand kan blijven. De rechtbank stelt voorop dat met het opnemen van de zinsnede ‘in zodanige mate’ en ‘alle betrokken belangen in aanmerking genomen’ de wetgever tot uitdrukking heeft gebracht dat niet iedere wijziging van omstandigheden en niet iedere onjuistheid of onvolledigheid van gegevens waarvan de rechtbank is uitgegaan, tot een wijziging of intrekking van de voorziening kan leiden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het moet gaan om evidente, zeer sprekende gevallen en dat de wetgever een eventuele wijzigingsmogelijkheid aan een streng criterium heeft willen binden. Zou dit anders zijn, dan zou een verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen kunnen worden gebruikt om een verzuim te herstellen of zou een verkapt hoger beroep mogelijk zijn. De vrouw beroept zich op een zodanige wijziging van omstandigheden dat de voorlopige zorgregeling, zoals bepaald in de beschikking van 22 april 2025, niet in stand kan blijven. De vrouw voert daartoe kort gezegd aan dat de man de toezeggingen die hij in de vorige voorlopige voorzieningenprocedure heeft gedaan niet of onvoldoende nakomt. Zo zijn het nog steeds de grootouders (zijde van de man) die een groot gedeelte van de zorg voor de kinderen voor hun rekening nemen. Daarnaast is [naam 2] , de nieuwe partner van de man, vrijwel direct na de vorige zitting, met haar kinderen bij de man gaan wonen. De vrouw wil dat de man en niet zijn ouders of [naam 2] voor de kinderen zorgt op het moment dat de kinderen bij hem verblijven. De man verweert zich tegen het verzoek van de vrouw. De man betwist nadrukkelijk dat de afspraken niet worden nagekomen. Volgens de man is hij aanwezig als de kinderen bij hem zijn, maar soms komt het voor dat ook de grootouders (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.