Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-7611 Zaaknummer: C/09/692757 Datum beschikking: 21 november 2025 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 8 oktober 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.A. Kazzaz-de Hoog te ‘s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J. Todorov te Maasdijk. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift. Op 7 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat; de man met zijn advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Door de vrouw is haar salarisspecificatie van oktober 2025 overgelegd. Feiten Partijen zijn gehuwd op [datum] 2020 te [plaats 1] . Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] , - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] . - Partijen zijn gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen belast. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw zoals dat thans luidt strekt ertoe dat: de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats 2] ; de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd; een door de man aan de vrouw te bepalen voorlopige kinderalimentatie van € 415,- per kind per maand wordt vastgesteld, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarbij verzoekt de man zelfstandig: - primair: te bepalen dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats 2] ; subsidiair: te bepalen dat beide partijen gebruik blijven maken van de woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats 2] voor de duur van drie maanden na de te wijzen beschikking, waarna het uitsluitende gebruiksrecht van de woning aan de man toekomt; - primair: te bepalen dat de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd; subsidiair: te bepalen dat de kinderen voorlopig aan de man worden toevertrouwd; meer subsidiair: te bepalen dat de kinderen aan geen van de ouders worden toevertrouwd gelet op de birdnestregeling voor de duur van drie maanden na het wijzen van de beschikking; - te bepalen dat de man de laatste drie weekenden per maand de zorg draagt voor de kinderen van vrijdag 18.00 uur tot en met zondag 18.00 uur; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Beoordeling Uitsluitend gebruik echtelijke woning De vrouw verzoekt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De voornaamste reden voor dit verzoek is dat de vrouw de dagelijkse verzorging van de meervoudig gehandicapte zoon en van de dochter van partijen op zich neemt. De vrouw kan op dit moment nergens anders terecht met de kinderen. Zij heeft geen alternatieve woonruimte kunnen vinden, vanwege wachtlijsten en het gebrek aan urgentie. De man heeft wel een alternatieve woonruimte, hij woont nu bij zijn vader. De man verzoekt ook het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Hij verblijft op dit moment inderdaad bij zijn vader, maar dit is geen langdurige oplossing. Zijn vader wil weer privacy en rust, en heeft deze oplossing alleen tijdelijk aangeboden. De man betaalt alle vaste lasten van de echtelijke woning maar heeft geen woongenot hiervan. Daarbij heeft de vrouw volgens de man niet voldoende gedaan om alternatieve woonruimte te vinden. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw met betrekking tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toewijzen. Het is de rechtbank duidelijk geworden dat de vrouw samen met de kinderen in de echtelijke woning verblijft, en dat zij ook hoofdverzorger is van hen. Met name de zoon van partijen heeft veel zorg nodig, vanwege zijn meervoudige handicap. De rechtbank heeft van de vrouw begrepen dat het haar (nog) niet gelukt is om alternatieve woonruimte te vinden door de lange wachtlijsten. De man verblijft al sinds medio augustus 2025 bij zijn vader. Hij heeft daar een eigen kamer en eigen sanitair. Daarnaast is de man 13 uur per dag afwezig door zijn werk als vrachtwagenchauffeur. De rechtbank overweegt daarom dat de man op dit moment minder belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, en zij zal het verzoek van de man daarom afwijzen. Toevertrouwing kinderen De vrouw is altijd de primaire opvoeder geweest van de kinderen, en verzoekt daarom toevertrouwing. De vrouw werkt niet, zodat zij de extra zorg en begeleiding kan bieden aan [minderjarige 1] , die hij vanwege zijn handicap nodig heeft. Het is volgens de vrouw in het belang van de kinderen dat zij aan haar worden toevertrouwd. De man erkent dat de vrouw primair de hoofdverzorger is van de kinderen. Hij stemt daarom in met de toevertrouwing van de kinderen aan haar, zolang de vrouw een geschikte woning heeft om met de kinderen te verblijven. De rechtbank zal de kinderen toevertrouwen aan de vrouw en overweegt daartoe als volgt. De man is het eens met de toevertrouwing van de kinderen aan de vrouw, zolang er geschikte woonruimte is. Omdat de rechtbank het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw heeft toegewezen, en niet betwist is dat het de vrouw is die de hoofdverzorger van de kinderen is, vindt de rechtbank het in het belang van de kinderen dat zij aan de vrouw worden toevertrouwd. Het verzoek van de vrouw wordt daarom toegewezen. Voorlopige zorgregeling De man en de vrouw vinden het allebei belangrijk dat er tussen de man en de kinderen een zorgregeling is. Partijen zijn er het over eens dat de zorgregeling niet in de woning van de vader van de man ten uitvoer gebracht kan worden. Het contact tussen de man en de kinderen zal daarom, zoals nu ook al het geval is, plaatsvinden in de echtelijke woning. Partijen zijn het er ook over eens dat het contact zal plaatsvinden in het weekend, van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur. De man en de vrouw verschillen alleen van mening over de frequentie van de omgang. De man verzoekt de laatste drie weekenden van de maand, en de vrouw verzoekt twee van de drie weekenden. De rechtbank zal aansluiten bij het voorstel van de man, en bepalen dat de man en de kinderen omgang met elkaar hebben gedurende de laatste drie weekenden van de maand, van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur aaneensluitend. De omgang zal plaatsvinden in de echtelijke woning. De rechtbank overweegt hierbij dat de man heeft aangegeven dat hij het eerste weekend van de maand opgeroepen kan worden om te werken, waardoor de omgang afgezegd zou moeten worden. Als de door de vrouw voorgestelde zorgregeling gevolgd wordt, kan de door de man geschetste situatie dat hij voor zijn werk kan worden opgeroepen zich voordoen als de omgang in het eerste weekend van de maand plaatsvindt. Om de rust te bewaren en te garanderen dat de omgangsmomenten doorgang kunnen vinden, wijst de rechtbank het verzoek van de man toe. Voorlopige kinderalimentatie Behoefte Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is tussen partijen in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen. Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun huwelijk worden bepaald. Voor de berekening van het NBI van de vrouw gaat de rechtbank uit van een inkomen op grond van de Jeugdwet van € 1.280,- bruto per maand aan persoonsgebonden budget (PGB). De rechtbank gaat daarbij uit van de salarisspecificatie van oktober 2025. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de bijdrage Zvw in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen, berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op het moment van het huwelijk op € 1.010,- per maand. Voor de berekening van het NBI van de man gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 3.692,- bruto per maand exclusief vakantiegeld, te vermeerderen met een inkomen uit overwerk van (tot en met oktober volgens de cumulatieven: € 13.835,- / 10 x 12 =) € 16.602,- bruto per jaar en te vermeerderen met een maandelijks wisselende CAO vergoeding van (tot en met oktober volgens de cumulatieven: € 1.819,- / 10 x 12 =) € 2.183,- netto per jaar. De rechtbank gaat hierbij uit van de salarisspecificatie van oktober 2025. De rechtbank houdt verder rekening met de volgende ingehouden premies: de pensioenpremie van € 349,- per maand; de WIA-Hiaat van € 28,- per maand; de SOOB van (€ 126,52 / 10 =) € 13,- per maand; de netto premie Whk van € 12,- per maand. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen, berekent de rechtbank zijn NBI op het moment van het huwelijk op € 3.803,- per maand. Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedraagt in 2025 dus € 5.068,- per maand (€ 3.803,- + € 1.010,-). Op basis van dit NBGI hebben partijen recht op een kindgebonden budget van € 255,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2025), leidt het voorgaande tot een behoefte van € 1.166,- per maand voor twee kinderen. De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen partijen moet worden verdeeld. Draagkracht vrouw Voor de bepaling van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank opnieuw uit van een inkomen van een inkomen van € 1.280,- bruto per maand aan PGB. De vrouw ontvangt een dubbel bedrag aan kinderbijslag. Door de vrouw is onweersproken gesteld dat dat het extra bedrag helemaal op gaat aan de kosten die samenhangen met de handicaps van [minderjarige 1] . De rechtbank neemt ook aan dat de extra kinderbijslag helemaal op gaat aan [minderjarige 1] en dat er dus reële kosten tegenover staan die gemaakt worden bovenop de gebruikelijke kosten uit de tabel eigen aandeel kosten van kinderen. De rechtbank ziet de extra kinderbijslag daarom niet als (verkapt) inkomen. Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank gaat ervan uit dat de echtscheidingsprocedure binnenkort aanhangig zal worden gemaakt en dat de man zich van het adres van de echtelijke woning zal uitschrijven. Vanaf dat moment zal de vrouw aanspraak kunnen maken op een hoger bedrag aan kindgebonden budget dan nu het geval is. De rechtbank benadrukt dat de man de kinderen financieel benadeelt als hij zich niet laat uitschrijven. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank haar NBI in 2025 op € 1.769,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening. Bij een NBI tot € 1.875,- per maand geldt volgens de draagkrachttabel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.