← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:24833

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.15605 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser (gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. X.R Schuitemaker). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser. 1.
  2. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 28 augustus 2023 afgewezen (hierna: het primaire besluit). In het bestreden besluit van 6 maart 2025 op het bezwaar van eiser verklaart verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk.
  3. De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] (referent, zoon van eiser), [naam 2] (echtgenote van eiser en moeder van referent), de gemachtigde van eiser, en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
  4. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1958 en heeft de Syrische nationaliteit. De minderjarige zoon van eiser, referent, heeft namens eiser een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ingediend in het kader van nareis. Referent heeft gelijktijdig met de aanvraag voor eiser ook voor de echtgenote, zoon en drie dochters van eiser een aanvraag ingediend. De aanvragen voor de echtgenote en twee van de (toen) minderjarige dochters van eiser, [naam 3] en [naam 4], zijn toegewezen. De rechtbank heeft het beroep van de meerderjarige zoon en het beroep van de meerderjarige dochter van eiser behandeld op dezelfde zitting, onder zaaknummers NL25.15595 en NL25.
  5. Verweerder heeft de aanvraag voor eiser afgewezen, omdat hij niet aan de voorwaarden voor nareis voldoet. De aanvraag is volgens verweerder alleen ingediend om de termijn van drie maanden veilig te stellen, terwijl eiser al lange tijd vermist is. Verweerder heeft in het bestreden besluit het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift niet op tijd is ingediend en omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Wat vindt eiser in beroep?
  6. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder zijn bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Verweerder heeft het primaire besluit niet op de juiste wijze bekendgemaakt. In het bestreden besluit verwijst verweerder naar een bijlage bij het primaire besluit, waaruit volgens hem blijkt dat het primaire besluit is toegezonden aan zowel het BRP-adres van referent als aan zijn contactpersoon van VluchtelingenWerk Nederland (VWN). Eiser stelt zich op het standpunt dat in de bijlage niet is te zien naar welke adressen het besluit is verzonden. Ook staan er verschillende verzenddata in het systeem van verweerder. Daarbij blijkt ook niet uit de bijlage dat het besluit van de broer en zus van referent op dezelfde wijze en op dezelfde tijden is verzonden. Bovenaan de besluiten van eiser en van de broer en zus van referent staan bovendien wisselende data vermeld. Verweerder heeft de verzending van het primaire besluit dus onvoldoende aannemelijk gemaakt. Daarnaast heeft verweerder nagelaten het primaire besluit ook aan de gemachtigde van eiser toe te zenden. Het is daarnaast onjuist dat wisselend is verklaard over hoe eiser op de hoogte is geraakt van het primaire besluit. Het is namelijk niet verwonderlijk dat referent tijdens het gehoor niet alle gebeurtenissen van anderhalf jaar daarvoor perfect kan reconstrueren. Eiser heeft met zijn gemachtigde de tijd genomen om op een rijtje te zetten hoe het precies is gegaan. Referent heeft het bezwaar ingediend, zodra hij zich bewust was van het bestaan van het besluit. Wat is het oordeel van de rechtbank?
  7. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet tijdig bezwaar heeft ingediend tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een mvv en dat dit ook niet verschoonbaar is.
  8. Tussen partijen is in geschil of het primaire besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt en of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Bekendmaking besluit
  9. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van vier weken. Deze termijn begint te lopen na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen of, bij verzending per post, als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Als een bezwaarschrift te laat wordt ingediend, moet verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. 8.
  10. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij het primaire besluit op de juiste wijze bekend heeft gemaakt namelijk door verzending aan het BRP-adres van referent en aan zijn contactpersoon van VWN. Om de verzending van het primaire besluit aannemelijk te maken, heeft verweerder een afschrift van de verzendadministratie overgelegd. De rechtbank stelt vast dat op de afschriften van de verzendadministratie de voor- en achternaam van eiser zijn weergegeven. Bij de naam van het bericht staat vermeld ‘Nashshar 24-08’. Verder is te zien dat bij het bericht van de aanmaakdatum ’24-08-2023’ is weergegeven en bij verzenddatum ’29-08-2023’. Ook is te zien dat het bericht de status ‘bericht verwerkt’ heeft en dat het verzonden is via het verzendkanaal ‘centrale verzen[ding]’. Verweerder heeft daarbij ter zitting aannemelijk gemaakt dat vanwege de schermafbeelding het woord ‘beschikking’ is weggevallen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het afschrift van de verzendadministratie en de toelichting op de zitting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het primaire besluit aan eiser is verzonden op 28 augustus
  11. Dat eiser stelt dat in de bijlage niet is te zien naar welke adressen de besluiten zijn verzonden, leidt niet tot een ander oordeel. Daarnaast heeft eiser ter zitting de beroepsgrond ingetrokken dat het primaire besluit ten ontechte niet aan de gemachtigde van eiser is toegestuurd, omdat eiser ten tijde van de verzending van het besluit nog niet door een gemachtigde werd vertegenwoordigd. 8.
  12. Nu verweerder het primaire besluit van 28 augustus 2023 op de juiste wijze aan eiser bekend heeft gemaakt, is de bezwaartermijn op die datum aangevangen. Vast staat dat eiser het bezwaarschrift van 8 november 2023 niet binnen de daarvoor geldende termijn heeft ingediend. Verschoonbare termijnoverschrijding
  13. Niet-ontvankelijkverklaring blijft achterwege als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Bij verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding moet meer rekening worden gehouden met bijzondere omstandigheden dan voorheen. Bij bijzondere omstandigheden kan het gaan om persoonlijke omstandigheden. Daarnaast kan het niet tijdig indienen van een bezwaar- of beroepschrift niet aan de indiener worden toegerekend als deze daarvan geen verwijt kan worden gemaakt. 9.
  14. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat de termijnoverschrijding aan eiser is toe te rekenen, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van bijzondere omstandigheden. Gesteld noch gebleken is dat VWN het besluit niet heeft ontvangen. Het is onaannemelijk dat VWN eiser niet zou hebben geïnformeerd. Op de hoorzitting heeft referent ook zelf verklaard dat VWN hem over drie zaken – van eiser en twee van zijn kinderen – heeft ingelicht en dat VWN voor alle drie de zaken een advocaat heeft geregeld. Nu op 4 september 2023 bezwaar is gemaakt namens de zoon en dochter van eiser was dit begin september
  15. Pas na overleg met zijn gemachtigde heeft eiser zijn verklaring gewijzigd en aangegeven dat het besluit van eiser op zich liet wachten en dat VWN hem pas na twee maanden heeft gebeld en verteld dat de aanvraag voor eiser ook was afgewezen. Gelet op deze gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat eiser zonder nadere onderbouwing - zoals bijvoorbeeld een logboek of een brief van VWN - de late ontvangst van het besluit niet aannemelijk heeft gemaakt. Conclusie en gevolgen
  16. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
  17. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Basisregistratie Personen. Artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:9, eerste lid, van de Awb. Op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb. Artikel 6:11 van de Awb. Uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 20 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.