Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-4095 Zaaknummer: C/09/686164 Datum beschikking: 10 oktober 2025 Zorgregeling Beschikking op het op 2 juni 2025 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.W. Kuiper te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.S. Odink te ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder: het verzoekschrift van de zijde van de vader, ingekomen op 2 juni 2025; het bericht van 30 juni 2025, met bijlagen, van de zijde van de vader; het verweerschrift van de zijde van de moeder, ingekomen op 9 september 2025; een pleitnota, met bijlagen, van de zijde van de vader. De kinderen hebben in een gesprek met de kinderrechter en in een brief laten weten wat zij van het verzoek vinden. Op 12 september 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat, alsmede mevrouw [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten Partijen zijn gehuwd geweest. Uit het huwelijk van partijen zijn de volgende kinderen geboren: - [de jong-meerderjarige] ( [de jong-meerderjarige] ), geboren op [geboortedatum 1] 2007 te [geboorteplaats] ; - [de minderjarige 1] ( [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats] ; - [de minderjarige 2] ( [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 3] 2012 te [geboorteplaats] . - Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Verzoek en verweer De vader verzoekt een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat de kinderen na een door de rechtbank te bepalen opbouwperiode bij de vader zullen verblijven om de week één week, alsmede de helft van alle vakantieperioden en alle feestdagen, een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Uit de overgelegde stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken. In 2017 zijn partijen uit elkaar gegaan. Tot juli 2022 had de vader regelmatig contact met alle drie de kinderen. Zo sliepen de kinderen lange tijd van zaterdag op zondag bij de vader en zijn zij een aantal keer met de vader op vakantie geweest. In juli 2022 heeft er een incident plaatsgevonden waarbij de vader zich tegenover de kinderen negatief heeft uitgelaten over de nieuwe partner van de moeder. Deze ruzie heeft veel impact op de kinderen gehad. [de jong-meerderjarige] en [de minderjarige 2] willen sindsdien geen contact meer met de vader. [de minderjarige 1] heeft wel contact met de vader gehouden. Zij gaan bijvoorbeeld samen uit eten en trainen ook samen. De vader wil niets liever dan dat het contact met [de jong-meerderjarige] en [de minderjarige 2] wordt hersteld. Hij heeft daar de afgelopen jaren erg zijn best voor gedaan, maar tot nu toe zonder succes. Voor wat betreft [de minderjarige 1] geldt dat de vader graag zou zien dat het contact wordt uitgebreid en dat [de minderjarige 1] af en toe bij hem kan blijven slapen. De moeder heeft aangegeven dat zij het aan [de jong-meerderjarige] en [de minderjarige 2] zelf overlaat of zij contact met de vader willen. Op dit moment willen zij dat niet en de moeder wil hen niet dwingen. Vastlegging van een zorgregeling tussen [de minderjarige 1] en de vader vindt de moeder gezien de leeftijd van [de minderjarige 1] niet nodig. Volgens de moeder wil [de minderjarige 1] graag zelf de regie houden. De rechtbank vindt het zorgelijk dat [de jong-meerderjarige] en [de minderjarige 2] geen contact meer met hun vader willen. Zij maakt zich ook zorgen over de lastige positie waarin [de minderjarige 1] zich bevindt. Aangezien [de jong-meerderjarige] inmiddels meerderjarig is, zal de rechtbank ten aanzien van hem geen beslissing nemen. Voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] acht de rechtbank het van belang dat zij een deskundig vertrouwenspersoon krijgen toegewezen die hun belangen kan behartigen en hen kan vertegenwoordigen. Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als – in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige – de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.