Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-4886 Zaaknummer: C/09/687684 Datum beschikking: 26 augustus 2025 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 30 juni 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. G.O. Perquin in Zoetermeer . Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.Th. Schravenmade in Maarssen. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken; De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben in een gesprek met de kinderrechter hun mening kenbaar gemaakt. Op 12 augustus 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door haar advocaat, de man bijgestaan door zijn advocaat en mr. R.A. van Noord en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd op 13 juli 2007 op Terschelling. Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1] . [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats 2] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. De kinderen verblijven feitelijk bij de vrouw. Verzoek en verweer De vrouw verzoekt: de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw toe te vertrouwen; te bepalen dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ( [postcode] ) in [plaats] , met het bevel dat de man de woning dient te verlaten en niet verder mag betreden; een voorlopige zorgregeling te bepalen waarbij de kinderen een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag tot zondagavond bij de man zullen verblijven, alsmede iedere dinsdagavond met het avondeten; te bepalen dat de man met ingang van de datum van de indiening van het verzoekschrift aan de vrouw, voorlopig een kinderalimentatie moet betalen van € 600,- per kind per maand, althans een zodanige bijdrage vast te stellen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; te bepalen dat de man met ingang van de datum van de indiening van het verzoekschrift een voorlopige partneralimentatie aan de vrouw moet betalen, ter hoogte van een zodanige bijdrage als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig: de minderjarige kinderen van partijen aan de man toe te vertrouwen; te bepalen dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ( [postcode] ) in [plaats] , met het bevel dat de vrouw de woning dient te verlaten en deze niet verder mag betreden, behoudens voor het gebruik op vaste momenten als werkruimte; een voorlopige zorgregeling te bepalen waarbij de kinderen in de even weken bij de man zullen zijn en in de oneven weken bij de vrouw zullen zijn, waarbij het wisselmoment op zondag om 16:00 uur zal zijn; te bepalen dat de vrouw met ingang van de datum van de indiening van het verzoekschrift aan de man voorlopig een kinderalimentatie moet betalen van € 115,- per kind per maand, te weten € 229,- per maand, dan wel een zodanige bijdrage als de rechtbank juist acht, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; voorwaardelijk, als de vrouw gerechtigd zal worden tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, te bepalen dat vanaf de datum indiening van het verzoekschrift, de vrouw alle lasten van de echtelijke woning en overige eigenaarslasten zal dragen en rechtstreeks aan betrokken crediteuren voldoet, ook zijnde het aandeel van de man, met uitzondering van de hypotheekaflossing, welke bij helfte door partijen zal worden gedragen; een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Beoordeling Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, toevertrouwing van de kinderen en de voorlopige zorgregeling Partijen hebben voor de zomervakantie afspraken gemaakt over een voorlopige zorgregeling, in die zin dat de man en de vrouw om de week met de kinderen in de echtelijke woning verblijven. De vrouw stelt dat deze regeling niet langer houdbaar is en voert het volgende aan. Zowel de vrouw als de kinderen zijn toe aan rust, stabiliteit en een fijne thuisomgeving en dat is niet mogelijk als partijen blijven birdnesten. De vrouw kan deze rust en stabiliteit bieden als zij samen met de kinderen in de echtelijke woning kan blijven en dat de kinderen om het weekend bij de man zijn. De man heeft immers een alternatieve woonruimte waar hij kan verblijven, terwijl de vrouw geen vaste slaapplek heeft en bij vrienden of familie moet slapen. Daarnaast werkt de vrouw als kapster in een ingerichte salon op de zolder van de woning. Als de man het uitsluitend gebruik van de woning krijgt, kan zij haar werk niet meer uitvoeren. De vrouw vindt daarom ook dat zij meer belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Zij is momenteel aan het uitzoeken of zij de echtelijke woning kan overnemen. De man heeft een voorkeur voor birdnesting, waarbij de ouders om de week bij de kinderen in de woning verblijven. Hij stelt dat hij net als de vrouw kan zorgen voor rust en stabiliteit, en dat het in het belang van de kinderen is als de kinderen evenveel bij de andere ouder zijn. De man verzoekt ook het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, omdat hij in de bodemprocedure ook wil dat de woning aan hem wordt toegedeeld. De raadsvertegenwoordiger heeft op de zitting aangegeven dat birdnesting een fijne constructie is, waarbij zo min mogelijk veranderd voor de kinderen. Daarvoor is echter nodig dat partijen met elkaar communiceren en moet er sprake zijn van voldoende draagvlak. Naar het oordeel van de rechtbank hebben zowel de vrouw als de man belang om in de woning te blijven. Toewijzing van de woning aan één van de ouders heeft echter tot gevolg dat de andere ouder een marginale rol krijgt in de verzorging van de kinderen. De man heeft immers alleen een zolderruimte tot zijn beschikking en de vrouw heeft uitgelegd dat zij geen alternatieve woonruimte heeft waar zij de kinderen kan opvangen. Dit laatste acht de rechtbank bovendien niet in het belang van de kinderen. Voor hen is het fijn als zij in deze onrustige tijd in de echtelijke woning kunnen blijven wonen. In het kindgesprek hebben de kinderen ook aangegeven dat zij in de woning willen blijven wonen en een gelijke verdeling van de zorg willen. De rechtbank overweegt ook dat de scheiding niet soepel verloopt, maar dat geen sprake is van onveiligheid bij één van de partijen. Zowel de vrouw als de man hebben daarnaast, hoewel niet ideaal, plekken waar zij terecht kunnen als de ander in de woning verblijft. Alles afwegende zal de rechtbank beslissen dat de ouders moeten birdnesten. Het is duidelijk dat dit van de vrouw veel vraagt, maar er zijn geen alternatieven die de belangen van de kinderen voldoende waarborgen. De rechtbank zal daarom het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning koppelen aan de birdnestregeling. Ten aanzien van de zorgregeling houdt de rechtbank rekening met een gelijkwaardige verdeling van de zorg voor de kinderen (ook in het weekend) en het werk van de vrouw in de woning. De vrouw werkt op maandag, dinsdag en woensdag. Daarom zal de rechtbank beslissen dat de man met de kinderen in de woning verblijft: in de even weken van donderdag 09.00 uur tot maandag 09.00; in de oneven weken van donderdag 09.00 uur tot zaterdag 09.00 uur. Op de andere tijden zal de vrouw met de kinderen in de woning verblijven. De rechtbank begrijpt dat het situatie niet optimaal is, maar is van oordeel dat de bovenstaande verdeling – op lange termijn – zorgt voor de meeste rust en de minste confrontaties tussen partijen. De rechtbank moedigt partijen aan om goede afspraken te maken over de praktische uitvoering van de birdnestregeling. De verzoeken met betrekking tot de toevertrouwing van de kinderen zal de rechtbank vanwege de birdnestregeling afwijzen. Lasten van de echtelijke woning Het (voorwaardelijke) verzoek van de man tot bepaling dat de vrouw de eigenaarslasten en de overige vaste lasten moet dragen, valt niet onder de limitatieve opsomming van voorlopige voorzieningen van artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De rechtbank oordeelt daarom dat de man niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. Voorlopige kinderalimentatie Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen als uitgangspunt. De vrouw heeft een lager inkomen dan de man en heeft daarom (in ieder geval als één van de partijen nieuwe woonruimte heeft gevonden) recht op hogere toeslagen dan de man. Daarom gaat de rechtbank er voor de alimentatieberekening van uit dat de vrouw de toeslagen ontvangt en de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen draagt. Behoefte van de kinderen Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van de kinderen (de behoefte) zijn. Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) ten tijde van de samenleving worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van beide partijen samen, eventueel inclusief kindgebonden budget. De rechtbank zal rekenen met de tarieven van periode 2025-I. Partijen zijn het erover eens dat aan de kant van de vrouw moet worden uitgegaan van een winst uit onderneming van € 14.207,- bruto per jaar in 2023, zoals volgt uit de aangifte inkomstenbelasting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.